Plant weg in je kantoor? Dan kan het zijn dat hij is weggehaald vanwege een grote groene operatie. Sinds april is de aanschaf en inrichting van planten op Saxion gecentraliseerd. Daardoor staan er nu minder planten in afgesloten kantoorruimtes. Het kan ook zijn dat je je groene kantoorvriend straks niet meer terugziet. “Niet alle planten stonden op de juiste plek om te groeien.”
Doel is dat ‘het groen meer in het oog springt’ en de planten beter onderhouden kunnen worden. Planten komen bijvoorbeeld meer bij elkaar te staan. Ook wordt de komende jaren geïnvesteerd in meer groen, is de belofte.
Het verdelen van de planten over de openbare ruimtes ging alleen niet overal helemaal zoals bedoeld was. Er zijn planten bij academies terechtgekomen, die daar niet thuis hoorden, omdat ze eigenlijk van andere academies waren, legt Inge van den Brink uit, naar aanleiding van een bericht op het intranet.
Van den Brink is werkzaam bij de Facilitaire Service Organisatie (FSO) in het gebouwbeheer in Deventer en Apeldoorn. In de herfstvakantie zijn planten vervangen en verplaatst. “De leverancier heeft er te veel de vrije hand in genomen, waardoor de verdeling niet helemaal eerlijk is gegaan”, zegt ze.
Dat is volgens haar maar van korte duur. Planten die van de ene academie onterecht naar de andere academie zijn verhuisd, komen weer terug. “We gaan ervoor zorgen dat alle planten die bij een academie horen, daarbinnen ook een nieuwe plek krijgen.”
Enkeling
Ze geeft aan dat er niet heel veel klachten binnenkwamen, maar dat een enkeling liet weten dat hij planten miste. De belangrijkste reden voor het centraal regelen van het groen op Saxion is dat FSO meer ‘impact’ wil maken met groen. Bijvoorbeeld dat het groen meer in het oog springt of voor mensen meer mensen zichtbaar is.
Daarnaast is het de bedoeling dat het daardoor makkelijker wordt om de planten te verzorgen. “Niet alle planten stonden op de juiste plek om te groeien”, vertelt Van den Brink. Er is goed gekeken naar de staat van de planten en de slechte planten zijn eruit gehaald.
Als er medewerkers of academies zijn die meer groen willen zien, kunnen ze een aanvraag doen bij FSO. Er wordt dan gekeken naar de mogelijkheden en of de planten op de beoogde plek mogen staan. “Als een academie al goed in de planten zit, staan ze wel onderaan”, zegt Van den Brink.
Elke 70 vierkante meter
FSO gaat zelf ook kijken of het bij sommige academies groener kan. “Als academies weinig groen hebben, gaan we kijken naar vergroening van de openbare ruimtes.” Ze legt uit dat er dan meer planten op bijvoorbeeld de gang of de OTSWO (Open Transparante Stimulerende Werk Omgeving) komen. Het doel is op elke 70 vierkante meter minstens één plant te hebben.
Medewerkers hoeven niet bang te zijn dat hun zelf meegebrachte kantoorplant gaat verdwijnen. “Maar die planten zijn dan wel de verantwoordelijkheid van de medewerkers zelf”, vertelt Van den Brink. Ze raadt alleen niet aan zelf planten mee te nemen. “Die worden niet meegenomen in de gezamenlijke verzorging van de planten.”
Gerelateerde artikelen
Evi’s dateleed (12): Over en uit
Het zit erop. Het is klaar. Over en uit met de pret. De romantiek is niet dood gelukkig, juist springlevend. Maar deze rubriek is wel eindig en dat einde is nu aangebroken. Na 12 afleveringen is het klaar met dateleed. In mijn dateleven gaat het nog steeds bijzonder goed. Door de sleutel van haar huis aan mijn sleutelbos kan ik naar binnen wanneer ik wil. We hebben een waslijst aan activiteiten die we nog gaan doen en er liggen zelfs plannen om samen op vakantie te gaan.
Alledaags Saxion: Plantmanagement
Het is een van de allerbeste radiosketches van De Mannen van de Radio, Hans Teeuwen en de te vroeg overleden Pieter Bouwman. De Ondankbare Plant. Ik moet bekennen: elke plant in mijn huis was tot nu toe een ondankbare plant.
Kinderen uit groep 4 tekenen monsters voor spellen van CMGT-studenten: “Monster Home, dat ben ik gewoon”
Goudeerlijke feedback op je werk krijgen van achtjarigen in plaats van docenten, voor tweedejaars van CMGT was dat de realiteit. Leerlingen uit groep 4 tekenden monsters die de studenten gebruikten in door hun ontworpen videospellen. Ook in het ontwerpproces mochten de kinderen meepraten. “Een meisje vond haar zelfgetekende monster er toch wel heel eng uitzien in ons ontwerp.”