1 jaar oorlog: “We zien dat we niet alleen gelaten worden”

Na één jaar oorlog is Oekraïne als land verscheurd tussen veerkracht en verwoesting. Maar wat deed de oorlog met de Oekraïense studenten op Saxion? Hoe gaat het met ze? Hoe veranderde een jaar oorlog hen? En (hoe) houden ze hoop? Drie portretten. Als derde Oleksandr Kuprii (19), tweedejaars Applied Computer Sciences. “Ik hoop dat de mensen in Oekraïne snel terug kunnen vallen in saaiere, routinematige levens.”

This article is also available in English

Het gaat oké met Oleksandr Kuprii, zegt hij. Niet in het minst, omdat hij in de trein zit. Op weg naar Polen, waar hij heeft afgesproken met zijn moeder. “Ik kijk er naar uit om haar te zien.” De laatste keer was in oktober, toen hij haar Enschede kon laten zien. “Met mij is het oké, ook omdat ik weet dat het goed gaat met mijn ouders. Het is anders dan in het begin van de oorlog, toen het contact moeilijk was, nu zie ik mijn ouders online bijna elke dag.”

Hij ziet zichzelf niet zozeer als slachtoffer van de oorlog, anderen hebben het zwaarder, het komt uitgesproken en onuitgesproken telkens terug. Het scheelt misschien ook dat de oorlog vooralsnog vooral iets is wat hij via zijn schermpje volgt, zegt hij. “Ik kan me ook voorstellen dat je vanuit medestudenten, die terug zijn gegaan, andere dingen hoort. Zij hebben vanuit de eerste hand de bombardementen gezien, de verwoesting, zaten in de schuilkelder. Dat is heel anders.”

Onderscheid

Hoe de oorlog hem veranderd heeft? Dat is een lastige, zegt hij filosofisch, want je verandert voortdurend. Het is voor hem moeilijk om onderscheid te maken tussen zijn ontwikkeling als ‘gewone’ 19-jarige, en als 19-jarige die te dealen heeft met oorlog in zijn thuisland. “Maar het is duidelijk dat ik moest omgaan met de oorlog. Ik denk dat de hele situatie me meer voorbereid heeft gemaakt. Sterker ook.”

Hij focust op zijn studie, en zijn werk. “En ik weet dat mijn ouders veilig zijn. Tegelijkertijd: het hele land wordt aangevallen. Natuurlijk maak ik me zorgen, maar ik probeer mezelf te beschermen tegen al het negatieve.”

Een jaar geleden sprak SaxNow Oleksandr ook, toen hij een van de initiatiefnemers was voor een hulpactie voor Oekraine op Saxion. Toen sprak hij uit te hopen dat het snel afgelopen zou zijn. Heeft hij die hoop kunnen vasthouden? “Dat is een lastige. Toen had volgens mij niemand zich kunnen voorstellen dat het zo lang zo duren. Politici moesten natuurlijk ook positief blijven, zodat het volk niet in paniek zou raken. Dat hielp ons omgaan met de situatie.”

Rustiger 

Nu is het, als hij eerlijk is, eigenlijk onmogelijk om te voorspellen wat in de nabije toekomst gaat gebeuren. De oorlog escaleert: van beide kanten komen er steeds meer wapens. “Maar natuurlijk heb ik hoop dat het snel afgelopen is. Dat mensen in vrede kunnen leven. Dat ze terug kunnen vallen in saaiere, routinematige levens, een stuk rustiger.”

Hij ziet dat een groot deel van de wereld Oekraïne steunt. “We zien dat we niet alleen gelaten worden, door bijvoorbeeld de EU, en Amerika.” En de winter is bijna afgelopen. “Er komt meer zonlicht aan, het wordt warmer, de stroomstoring hebben ons niet kunnen breken. De wil van Oekraïners is niet gebroken.”

Zijn trein passeert ondertussen de buitenwijken van Deventer, een conducteur komt zijn kaartje knippen. Hij heeft souvenirs voor haar mee, kaas vooral. “Ik heb zin om haar te zien.”