Huismeester Sjoerd Posthuma kan eigenlijk niet zomaar een rondje door zijn ‘Edith Stein-gebouw’ lopen. Daarvoor is hij te bekend, en misschien toch ook te geliefd. En toch gaat hij na meer dan 30 jaar nu iets anders doen. “Maar Saxion verlaten, dat wilde ik niet.”
Sjoerd Posthuma is een open boek. Sterker nog: hij is een boek dat op tafel gaat liggen, zelf zijn bladzijden openslaat en vervolgens zichzelf voorleest, in een razend tempo.
Dus gaat dit interview over de erfenis van zijn vader, de liefde van en voor studenten, het stigma op het (voormalig) gabberschap, en hoe hij ooit, heel lang geleden, begin jaren ’90, zijn geld op het voormalige Edith Stein in Hengelo nog gewoon wekelijks zwart kreeg uitbetaald. “Dat kon toen nog gewoon.”
Net als volop roken in de gebouwen. “Mijn eerste klus was het weghalen van de asbakken van alle bureaus.”
Toch klapt dat open boek ook wel eens dicht: als studenten hem het gevoel geven dat ‘hij maar dat huismeestertje’ is. “Dat is mijn grootste frustratie.”
Die frustratie kreeg hij de afgelopen jaren steeds vaker. Posthuma had al langer het gevoel dat hij wel wat anders wilde met zijn leven, maar dat werd versterkt doordat het Edith Stein-gebouw – toch een soort tweede thuis – voor de helft wordt verhuurd aan het ROC. “Dat leidt tot een ander soort gesprekken, tot discussies, met hbo-studenten praat het makkelijker. En dan ben je voor sommigen ’maar dat huismeestertje’. Die studenten zijn vaak ook nog wat jonger, misschien heeft het daar mee te maken.”
Dus besloot hij met een jobcoach op zoek te gaan naar een nieuwe functie. Die jobcoach verkeerde ten onrechte in de veronderstelling dat Posthuma Saxion wel wilde verlaten. Dat wilde hij niet, daarvoor zit hij hier te goed. Maar hij gaat wel wat anders doen, in ieder geval deels.
Jij weet het misschien niet meer, maar vijf jaar geleden hebben we elkaar al eens eerder ontmoet. Je vertelde me toen dat je via je vader ooit bij Saxion bent binnengekomen.
“Heel eerlijk: dat kan ik me totaal niet meer herinneren. Maar dat ik een praatje met je heb gemaakt kan wel kloppen: dat doe ik altijd. Ik probeer te zorgen dat mensen zich welkom voelen. En dat praatje: dat is de jus van mijn werk. Dat is waarom ik het werk al zo lang doe.”
Onbezongen Helden
In deze rubriek interviewt SaxNow de mensen die zorgen dat Saxion iedere dag draait. Wat doet de kantinemedewerker, wie is die gebouwbeheerder en hoe vult de administratief medewerker z’n dagen? Iedereen heeft wel een verhaal over werk, liefde, geluk, angsten en dromen.
Je vertelde toen ook dat je min of meer toevallig binnenkwam op Saxion. Nou ja, Saxion, dat was toen nog de Hogeschool Edith Stein in Hengelo.
“Ik was klaar met de middelbare school en ik had eigenlijk geen idee wat ik met mijn leven wilde. Ik had al een paar rotbaantjes gehad, toen ik via mijn vader Oâne hoorde dat ze iemand zochten om een paar weekjes te helpen met verhuizen. Dat ik hier meer dan dertig jaar zou werken, had ik niet verwacht: ik had daar toen totaal geen plaatje bij.
Wel van de school trouwens: als kind al hield ik mijn kinderfeestjes in het gebouw van de Pabo, van mijn vader mochten we de hele gymzaal dan verbouwen. Heel leuk. En veel mensen kenden ons, als kinderen, want mijn vader was op een positieve manier een prominente figuur. Hij was zangleraar en later decaan.”
Hoe was het op Edith Stein?
“Dat was heel anders. De tijd was ook anders. Op Edith Stein kreeg ik in de beginjaren mijn geld ‘gewoon’ zwart, wekelijks van de financiële administratie. Ik leerde de kneepjes van Gerrit Polko, die was meer vriend dan collega. Alles meegemaakt, van leuk tot minder leuk. Ik was nog jong, net zo oud als de leerlingen, dus ik was op feestjes, tafelvoetbalde met de studenten, dronk bier met ze. Dat doe ik nu natuurlijk niet meer, maar dat heeft ook met leeftijd te maken.”
Saxion was toch wat groter.
“We gingen van een heel klein schooltje van 1.000 à 1.200 leerlingen naar een mega-organisatie. Op Edith Stein kende ik alles en iedereen. Daar deed ik met mijn vader ook het jeugdtoneel. Dat waren de allermooiste tijden. Ik deed het licht en techniek, hij de regie. We deden wel tien voorstellingen in een week tijd, zoals Matilda en Minoes. Mensen vonden het prachtig: vader en zoon samen achterin de zaal. En ik ontdekte een talent van mijn vader waarvan ik niet wist dat hij het had. Prachtig.”
Hoe ging die fusie naar Saxion dan?
“Het was een noodgedwongen fusie. Een ongelofelijk moeilijke beslissing, dat mag je best weten. Ik zat toen in de ondernemingsraad. Geen leuke tijd, wel leerzaam, ook als je kijkt naar directeuren en bestuurders. En de boodschap was uiteindelijk best hard: als we dit niet doen, dan houden we straks op te bestaan. Ik kan me herinneren dat we er echt uren en uren over vergaderden.”
Foto's: Maarten Tiek
Was Saxion net zo leuk?
“Anders. Niet vergelijkbaar. Ik weet nog dat dit gebouw gebouwd werd, ik was er toen het kaal opgeleverd was, we mochten meedenken als huismeesters over ons eigen stekkie. Ik zag dat sommige collega’s na de fusie moesten wennen, door wilden gaan zoals ze gewend waren. Zelf zag ik toch ook wel mogelijkheden, ik wilde ook de andere gebouwen leren kennen, overal inzetbaar zijn. Nu zijn we 12 jaar verder, en ben ik ook breed inzetbaar.”
Waarom ga je eigenlijk iets anders doen én wat ga je doen?
“Ik word voorlopig één dag in de week bij het FabLab gedetacheerd, en werk daar nog een dag extra als daar ruimte voor is. De belangrijkste reden is, je begon er zelf over, dat de sfeer in het gebouw anders is. De helft is nu verhuurd aan het ROC. Dat is oke, de collega’s zijn aardig, maar de studenten zijn anders. Dat komt denk ik ook omdat ze jonger zijn. Je hebt minder gesprek, meer discussie. Dan ben je maar ‘dat huismeestertje’. Dus ben ik op zoek gegaan naar wat anders.”
Hoe ging dat?
“Via mijn leidinggevende Dennis hoorde ik dat Saxion een jobcoach had. Die bleef alleen maar aansturen op een functie buiten Saxion. Dat wilde ik helemaal niet. Ik heb hier een vast contract en wil hier eigenlijk niet weg. Dus dat liep op niks uit. Tot ik later werd benaderd door de manager van het FabLab. De huidige werkplaatsbeheerder gaat een master doen, dus er was een plek. Ik heb net twee werkdagen gehad in die rol.”
Sjoerd Posthuma bij het FabLab, deels zijn nieuwe werkplek.
Hoe bevalt dat?
“Geweldig. Als het aan mij ligt ga ik morgen nog volledig over. Het voelt als een speelgoedwinkel voor volwassenen. Het is zo ongelofelijk interessant wat daar allemaal mogelijk is. En ik ken heel veel mensen op Saxion, dat kan ook in die rol nuttig zijn.”
Als om zijn woorden te onderstrepen, wordt het interview bruusk onderbroken, of bruusk, zo bruusk als twee krasse, maar beleefde zeventigers dat nog kunnen. “Sjoerd!”, stoot een van hen uit. “Kerel. Wat toevallig, dan kom je de beste het eerste tegen!”
Het blijken oude(re) bekenden. Pensionado’s. Sjoerd: “Dat is Henk, die was hier jaren sportdocent. En die man die daar achter de balie zit, die heb ik hier nog als student meegemaakt, en die is hier nu al meer dan 10 jaar docent. “Zoals gezegd, dit is voor mij dus de jus van het werk. En dan kan het over alles gaan: koetjes, kalfjes, kinderen. Als ik soms mijn papierrondje maak, kan ik uren onderweg zijn. Al kan ik niet altijd blijven praten, want het werk moet gewoon gebeuren. Ik voel me soms een halve psycholoog.”
Heb je daar een voorbeeld van?
“Ik vind het belangrijk mensen te zien. Op een gegeven moment had je hier twee meiden, die deden 9 jaar over de Pabo. Niet de bedoeling misschien, maar er waren ook wel redenen voor. Ik maakte altijd een praatje met hen. Dus was ik niet alleen te gast bij hun eindgesprek, ze hadden ook een geweldige fles rum voor me, ik ben een rumliefhebber, en een gegraveerd glas.
Terwijl ik echt niks bijzonders voor ze gedaan heb. Ze alleen maar aangesproken. Als ik zie dat een student zich rot voelt en alleen is, dan stap ik eropaf: of ze koffie willen, of ik iets voor ze kan doen. Dat zit in mijn genen, zorgen dat mensen zich welkom voelen.”
Is dat ook wat je het meeste gaat missen?
“De mensen misschien, het praatje. En ik ben nu toch wel een soort van eigen baas. Mijn leidinggevende Dennis, een heel fijne leidinggevende, die is hier echt niet elke dag, die laat me best vrij. Ik heb dus veel vrijheid.”
Nou hebben we het kneiterveel over werk gehad, maar in deze rubriek gaat het ook om jou als persoon. Verliefd, verloofd, getrouwd? Waar woon je? Kinderen? Hobby’s?
“Ik woon in Enschede, drie minuutjes lopen hiervandaan. Ik heb co-ouderschap over mijn dochter Elana van 14, en een goede relatie met mijn ex-vrouw, die bij mij in de vriendengroep zit. Het ging niet gemakkelijk, maar ik denk dat wij een voorbeeld zijn van hoe je het ook kunt hebben. Ik heb nu een LAT-relatie met Joyce, die in mijn leven is gekomen. Al meer dan tien jaar, langer dan ooit, dus blijkbaar heb ik de manier gevonden. Ik heb een mooi leven en een grote sociale kring.”
Mis ik nog één ding.
“De hobby’s? Muziek in zijn algemeenheid. Ik was vroeger best wel een gabbertje, dat is nu wel wat minder, maar ik ben nog steeds gek op elektronische muziek. Daar heb ik overigens ook dit kale hoofd aan overgehouden, dat is op mijn vijftiende ontstaan, na een ongelukje met de tondeuse en altijd gebleven. Dat je opschrijft dat ik gabber was vind ik wel spannend, daar zit toch een imago aan. Terwijl: gabber is de enige echt Nederlandse jeugdcultuur. Ik ga nog wel eens naar festivals, maar ik ben nu bijna 50, dus het is anders. En ik game wel. Cult of the Lamb bijvoorbeeld. Ik ben een echte X-boxer geworden, want daar heb je de betere games.”
Heb je nog grote dromen in het leven?
“Niet echt. Nooit gehad ook. Ik heb een tof leven, met een leuke vriendin en een mooi sociaal leven. Ik heb een kind op de wereld gezet. Ik denk dat dat toch het mooiste is wat ik kon bereiken.”
Als het interview afgelopen is, blijkt pas hoeveel Posthuma in de tussentijd gemist is. Voor de ingang van de kamer van de huismeesters staat een groep van zeker acht studenten te wachten, blakend van de energie.
“Jou hadden we nodig”, zegt een meisje uit de groep tegen Posthuma. “Kwam ik jou trouwens vanochtend niet ook al tegen, maar dan niet in Saxion-tenue?”
‘Paspoort’: Sjoerd Posthuma
- Naam: Sjoerd Posthuma
- Leeftijd:49
- Woonplaats: Enschede
- Functie: Huismeester/Werkplaatsbeheerder FabLab
- Sinds: 1994 op Edith Stein, sinds 2013 op Saxion
Gerelateerde artikelen
Studium Generale: Hoe je jouw shit niet doorgeeft
Omdat psychische klachten vaak niet alleen van iemand zelf zijn…
Studium Generale: Op zoek naar de vierde musketier
In Maastricht zijn recent mogelijk botresten gevonden van d’Artagnan, de legendarische vierde musketier die daar in 1673 sneuvelde. Onderzoek dat nú loopt en waar Saxion nauw bij betrokken is, probeert te achterhalen of het daadwerkelijk om d’Artagnan gaat. Hoog tijd om hier met Studium Generale in te duiken dus!
Rand langs wadi’s moet Ko Wierenga-plein veiliger maken
Een opstaande rand moet voorkomen dat mensen mogelijk in de wadi’s (verlaagde delen) op het plein voor het Ko Wierenga-gebouw vallen. Die rand wordt op dit moment aangelegd op advies van de werkgroep ‘Werken en leren met een beperking’. Die waarschuwde dat de wadi’s risicovol zijn voor bijvoorbeeld blinden en slechtzienden.