20221011_163239.jpg

Stevige sessie over de wooncrisis: “Waarom zijn jongeren niet bozer?”

Bouwen, bouwen, bouwen, roept Daniël Koerhuis regelmatig. Dat is dé oplossing voor de wooncrisis in Nederland, volgens het VVD-Kamerlid. Voor iedereen die Koerhuis gelooft, had Cody Hochstenbach gisteren tijdens een Studium Generale over de wooncrisis slecht nieuws. Een panacee voor de woningmarkt bestaat niet, volgens de stadsgeograaf van de Universiteit van Amsterdam. “En iedereen die dat wél beweert moet je niet geloven. Dit gaat heel lang duren.”

Hochstenbach was één van de sprekers tijdens de Studium Generale over de wooncrisis, en hij maakte daarbij regelmatig een geagiteerde indruk, bijvoorbeeld richting presentator Richard Engelfriet (‘je kapt me telkens af’). Net zo vol voor vuur maakt hij daarna alsnog zijn punt. Niet de starters zijn volgens hem het voornaamste slachtoffer van de wooncrisis, een indruk die vaak wordt gewekt, maar de honderdduizend dak- en thuislozen.

Boosheid

Het was ogenschijnlijk echte boosheid. Hochstenbach is auteur van het boek Uitgewoond, waarin hij de structurele oorzaken van de wooncrisis blootlegt en pleit voor een fundamenteel andere woonpolitiek. Juist het ontbreken van die boosheid, de gelatenheid die hij constateert, is een van de belangrijkste redenen dat hij dat werk schreef. “Mensen lijken zich niet boos te maken over het feit dat ze geen huis kunnen vinden. Na het lezen van mijn boek hoop ik dat dit anders is.”

Die gelatenheid constateerden ook andere deelnemers. Zoals de makers van Manifest Stenenkoorts, een geprezen BNNVARA-serie, waarin drie jonge journalisten uit Zwolle de gekte op de woningmarkt onderzoeken, elk vanuit hun eigen rol op die markt. Elisabeth van Kleef als kansloze woningkoper, Roy Zwier als particuliere huurder en Manne Havinga als woningbezitter.

Die laatste verontschuldigde zich nog net niet voor zijn positie, maar gaf wel aan dat hij na het maken van het programma nog meer beseft hoe bevoorrecht hij eigenlijk is. Dat zag ook Van Kleef, die juist geen huis kan kopen, en ageerde tegen de hypotheekrenteaftrek. Haar betoog illustreerde het verschil tussen de haves (de 60% van Nederland die een huis bezit) en de havenots (die andere 40%). “Kopers genieten allerlei voordelen. Je kunt een huis kopen, er twee jaar leven, en het dan voor heel veel geld verkopen. Daar kun je onmogelijk tegenop werken.”

20221011_160706.jpg

Cabaretier Lex van Wieren trad op als 'ethisch makelaar', al leek dat een contradictio in terminis. 

Tam

De dertigers hopen dat hun generatie – en liefst net zo goed de wat jongere generatie van de studenten, hier mee aan de slag gaat. Kom zelf in actie, was een van de maatregelen die ze voorstelden. “We zijn met zijn allen ook erg tam. We laten het gebeuren. En dat terwijl we meer invloed hebben dan we denken.”

En dat was dan weer in lijn met het optreden van econoom en cabaretier Lex van Wieren, die zichzelf presenteerde als makelaar, maar dan wel één van het ‘transparante soort’. Een makelaar die een cursus ethisch handelen had gedaan, maar dan wel omdat het moest. Een makelaar die niet verkoopt aan investeerders, ‘in principe principieel niet, al kun je het zelf niet ruiken’. Van Wieren liet zijn rol helemaal varen toen hij zich aan het eind van zijn optreden gedragen tot het publiek richtte, in een brief waarin ook hij zich afvroeg waarom jongeren niet boos zijn, waarom de jongeren niet massaal de straat opgaan, en het maar allemaal accepteren. Hij tekende ook op dat de 60 procent die geluk heeft gehad, en wel een huis bezit, die andere 40 procent ‘keihard in de reet naait’, zoals hij bloemrijk afsloot.

Rode draad

Ook hij deed dus een appèl op initiatief van de jongere generatie. Er moet meer boosheid zijn en jongeren moeten zelf meer in actie komen voor verandering. Het was een rode draad die je zonder enige moeite kon ontdekken in het programma, waarin ook woningcorporatiedirecteur Liesbeth van Asten nog sprak. Des te makkelijker, omdat gespreksleider Richard Engelfriet het publiek liet stemmen op tien maatregelen, die tijdens het programma werden samengesteld. ‘Zelf in actie komen’, scoorde daarbij het best.

Dat dit niet vanzelfsprekend is, bleek pas toen Manne Havinga, een van de makers van Manifest Stenenkoorts, direct een vraag stelde aan de studenten in het publiek. “Leeft dit onderwerp ook echt bij studenten? Of is het te abstract, of is het te gortdroog?”, vroeg hij zich af. Het antwoord van een studente uit het publiek was veelzeggend. “Dat ik een huis kan kopen is zo onrealistisch, dat ik het me niet meer kan voorstellen. Ik maak me er dus geen zorgen over, het voelt niet meer als mijn probleem.”

Bas3

Bas Klaassen

Gerelateerde artikelen

Sandra Huiskes

Studium Generale over datalekken: die zijn al lang geen ver-van-je-bed-show meer

Afgelopen zomer schudde het datalek bij het bevolkingsonderzoek naar baarmoederhalskanker Nederland wakker. Vorige maand was het opnieuw raak: miljoenen Nederlanders werden slachtoffer van een hack bij Odido. Tijdens een Studium Generale-bijeenkomst werd verslaggever Sterre Woddema extra duidelijk dat datalekken en hacks allang geen ver-van-haar-bedshow meer zijn.

Fotoserie: Bijzonder schouwspel van menselijke en robotacrobaat tijdens lunchpauze in Enschede

Hij moest qua aandacht concurreren met nacho’s die werden uitgedeeld bij de kantine, maar toch gingen de bewonderende blikken vandaag tijdens de lunchpauze volop naar Daniel Simu. Al trok zijn bijzondere metgezel nog veel meer de aandacht: omdat hij niemand had om mee te trainen, bouwde de circusartiest zijn eigen trainingspartner: een robotacrobaat.

Nieuw schooljaar, nieuw cultureel seizoen: Studium Generale is niet bang voor de polemiek, maar wil ook wijzer maken

Van genocide tot schuld, trauma, een robotacrobaat, heftige hormonen en de macht van de technologie op je telefoon. Studium Generale wil ook dit studiejaar weer programma’s maken die het gesprek aanjagen, maar tegelijkertijd studenten verleiden met maatschappelijke onderwerpen die dichtbij hen staan. Ze zijn daarbij niet bang voor de polemiek, zeggen programmamakers Saskia Zwolle en Britt Krabbe. “En als we nog een blinde vlek hebben, dan horen we dat ook graag.”