Ze trekken veel bekijks, de vijf jongemannen die Saxion binnenlopen in kostuums met blauw fluweel en gouden details inclusief steek en scepter (hoed en staf). We hebben te maken met ‘vorst’ Guus Kock (20) uit Oldenzaal, eerstejaars student Ondernemerschap & Retail Management, en zijn aanhang. “Pas als de bok verbrand is gaat het pak uit en is het gewoon weer Guus.”
De vorst, de sik, de voorzitter, de hofchauffeur en de hofbottelier – al die carnavalstermen zullen niet bij iedereen direct herkenning oproepen. Wat maakt carnaval nu zo bijzonder, en hoe wordt je eigenlijk een hoogheid? Vorst Guus, de zestigste hoogheid van Oldenzaalse carnavalsvereniging de Blaanke Boeskeulkes, legt het ons haarfijn uit.
Hoe word je vorst?
“Om hoogheid te worden moet er binnen de carnavalsvereniging gestemd worden, dit wordt gedaan door de raad van elf. Dat zijn de leden die alle activiteiten organiseren. Je moet wel wat doen in de vereniging om hiervoor in aanmerking te komen, al helemaal omdat er zo’n 1150 leden zijn. Ik zit zelf al zes jaar bij de vereniging, ik was toen het jongste lid. Toen ik hoorde dat ik de meeste stemmen had was ik super blij, het was mijn droom om vorst te worden.”
Wat doe je allemaal als vorst zijnde?
“Op 1 januari kwam ik uit de doos, of kist eigenlijk. Toen werd ik gepresenteerd aan de vereniging en dit was natuurlijk groot feest. Het is druk druk druk. Vanaf het moment dat ik uit de doos kwam tot aan het carnavalsweekend staat er iedere avond wel iets gepland. En iedere dag is dat weer een verrassing, want de regent regelt al mijn afspraken. En dat zijn bijvoorbeeld huisbezoeken, familie die wat wil drinken, of bijvoorbeeld langsgaan bij een voetbalclub of tennisvereniging.”
Dan gaan er zeker veel drankjes in op zo’n avond?
“Doordeweeks probeer ik het niet te gek te maken want ik heb ook nog gewoon school natuurlijk. Dat was ook de voorwaarde van mijn ouders: je mag vorst zijn, maar school is belangrijker. Mijn vader is ook vorst geweest bij de Blaanke Boeskeulkes dus hij weet wat er allemaal bij komt kijken. Daarnaast ben ik eigenlijk ook het visitekaartje van de vereniging, dus je moet je wel gedragen. Ik moet veel woordjes doen, dus dan wil ik ook wel wat zinnigs vertellen en niet stomdronken op het podium staan.
Veel mensen denken dat carnaval een groot zuipfestijn is, maar in mijn positie leer ik er ook veel van. We hebben een groot bereik en veel invloed op de jeugd dus proberen we dat ook goed te benutten. Zo hebben we laatst een reanimatiecursus gegeven. Maar we hebben bijvoorbeeld ook bardiensten bij de ijsbaan en proberen buiten het carnavalsseizoen ook maatschappelijke dingen te doen.”
Vorst Guus en sik Max. Foto's: Tijmen Bartels
Vertel eens over je prachtige kostuum. Heb je dat zelf ontwerpen?
“Jazeker. Samen met een kostuumontwerper ben ik om tafel gaan zitten. Zoveel keuze, stofjes in alle kleuren. Ik ben gegaan voor een pak van blauw fluweel met goud brokaat. Op de mouwen en de knopen vind je het logo van de Blaanke Boeskeulkes terug. Om mijn nek hangt de ambtsketen, elke hoogheid krijgt deze om. En dan nog mijn scepter met het boeskoolmannetje erop. Ohja en de steek, mijn hoed met grote witte veren en een gouden belletje.”
En jij bent niet de enige in kostuum. Wie heb je allemaal bij je?
“Max, de sik. Hij staat altijd aan mijn zijde. Het is erg fijn om iemand te hebben zodat je het samen kan beleven. Ook regelt hij de cadeautjes, want je kan nooit met lege handen aankomen op een afspraak. De voorzitter, hij is de baas van dit hele zootje. De regent of de nachtregent regelt al mijn afspraken en de planning. En dan heb je nog de hofhouding, dat zijn goede vrienden van ons: de hofchauffeur die ons rondrijdt en de hofbottelier die ervoor zorgt dat er altijd drankjes zijn.”
Dan voel je je ook zeker wel een echte hoogheid, met al die ‘bedienden’?
“Ik vind het wel lastig, want ik wil alles graag zelf regelen en ik ben het niet gewend dat anderen dat nu voor mij doen. Maar ik ben heel dankbaar, want het is hun taak dat ik overal van kan genieten. En dat doe ik dan ook. Maar ik ga me er niet anders door gedragen.”
Wanneer mag je je spijkerbroek weer aan?
“Eerst nog carnavalsweekend! We hebben nog een vrijmibo, zaterdag een groot feest in Oldenzaal en op zondag de carnavalsoptocht. Op 13 februari wordt de bok verbrand, dat is een traditie waarmee carnaval wordt afgesloten. Daarna gaat het pak uit en is het gewoon weer Guus.”
Gerelateerde artikelen
Studente Ellis exposeert over toegankelijke, uniseks fashion: “Streetwear is overal”
Creative Business-studente Ellis van Halteren laat met haar expositie op de zesde verdieping van het Epy Drost-gebouw zien dat streetwear tegenwoordig niet duur hoeft te zijn en dat kleding veel meer uniseks is geworden dan het vroeger was. Van kleins af aan droeg Ellis al streetwear, maar toen werd daar nog heel anders naar gekeken. “Kinderen zeiden: iew… jij draagt jongenskleren.”
‘Niet zwijgen als de wereld schreeuwt’: manifest voor dialoog in Saxion-onderwijs
Een groep medewerkers wil dat alle Saxion-opleidingen aandacht hebben voor verschillende meningen en polariserende vraagstukken en dat dit ook in het lesprogramma wordt opgenomen. Die oproep doen ze aan het bestuur met een manifest.
Dolores genomineerd voor Ad Talent Award; “Nooit verwacht”
“Dit moet het worden en anders weet ik het ook niet meer”, dacht Dolores van den Berg (24) toen ze aan de associate degree (Ad) Ondernemerschap & Retail begon. En met klinkend succes: ze is vanwege haar nieuwsgierigheid en ondernemende houding genomineerd voor de Ad Talent Awards.