Willem is cabaret, zegt een collega. Willem is een ‘legend’, zeggen een aantal van zijn studenten online. Willem heeft als docent bijna veertig jaar topsport bedreven, zegt een van zijn beste vrienden. Hoe het ook zij: na 38 jaar op Saxion gaat docent Willem van Oosterom (SCE) met pensioen.
Maar niet zonder laatste, uitgesproken college. Niet over het intellectueel eigendom, zijn vakgebied, maar over het lesgeven zelf. Gevraagd én ongevraagd, maar uitgesproken en met humor, net als in die 38 jaar les.
Van Oosterom (66): “Een coach? Het gaat studenten vooral om een inspirerend figuur voor de klas, die meer weet dan zij, veel meer, wat zeg ik: ongelofelijk veel meer.”
Nog voor het interview goed en wel begonnen is, is hij al volop aan het doceren. Zenuwen, zal hij later toegeven. Misschien ook de macht der gewoonte. Docenten hebben vaak iets narcistisch, merkt hij op. “Ze zijn gewend dat met onverdeelde aandacht naar hen geluisterd wordt.” Dat zal straks thuis wellicht nog even wennen worden.
En hij geeft aan dat hij als docent vaak juist bewust afstand heeft gehouden. Ja, anders dan sommige jonge collega’s. “Je kiest altijd een rol, maar dat is iets anders dan acteren. Je moet niet bewust tof lopen doen als je dat niet in je hebt. Een hond voelt het als je het niet meent. Dat geldt voor een klas net zo goed.”
Jij hield wel strak vast aan die rol, want je wilde niet dat dit interview zou verschijnen terwijl je nog lesgaf.
“Dat is scherpzinnig opgemerkt. Stel je voor dat studenten in een keer door je docentenrol heen prikken… Gek genoeg heb ik dat in de laatste maand pas wat meer gedurfd, om ook wat meer van mezelf te laten zien.”
En hoe deed je dat dan?
“Heel saai, maar ik werk ongelofelijk veel met voorbeelden. Die kwamen nu van dichterbij. Dus bijvoorbeeld door het voorbeeld te geven van een winkelruit die mijn zoon heeft kapotgemaakt. Wel een winkelruit van 6 bij 4 trouwens. Dat komt uit de praktijk, en is dichtbij. Dat vinden die ratten leuk. Dat laatste zeg ik liefdevol.
Wat trouwens ook wel voorkwam, is dat alle onderwijskundigen aan mij vroegen of ze bij mijn lessen mochten zitten. Of dat ze die lessen mochten opnemen, om te kijken hoe ik het deed. Maar dat wou ik liever niet.”
Willem van Oosterom gaat na 38 jaar op Saxion met pensioen. Foto's: SaxNow
Vanuit de gedachte: als mijn les opgenomen wordt, ben ik kwetsbaar, en dan word ik misschien wel gecanceld?
“Danku. Ik heb altijd gedacht dat mijn leerlingen ook wel doorhadden dat ik mezelf een beetje als een romanfiguur opvoerde. Hij speelt hier wel een beetje de afstandelijke, maar hij geeft wel om ons. Bomans zei al: Vriendschap is het betreden van het kasteel, niet over de muur, maar door de bressen."
Hoort daar ook het niet kennen van de namen van leerlingen bij? Ik begreep dat je je daarop voorstaat.
“Nou, daar sta ik me niet op voor. Het lukt me gewoon niet. Al die namen. Geen kans dat dat me ooit lukte: mijn harde schijf liep gewoon vol. De criticus zal nu zeggen dat het ook iets met interesse te maken heeft, maar in alle eerlijkheid: ik ken wel alle hoofden, ik weet wie iedereen is, hoe ze zijn, maar die namen: dat lukte me niet.”
Iedereen die ik over je sprak, prees je humor en de humor die je in je lessen bracht. Willem ís cabaret, zei een collega zelfs.
“Ik kwam vaak hoog uit de studentbeoordelingen. Dan werd me wel eens toegevoegd: ‘dat is omdat je je cabaretesk opstelt’. Maar die humor had altijd een functie. Dat gaat om hoe je een les kruidt, hoe je voorbeelden kruidt. Ik kan bewust een voorbeeld uit de straattaal gebruiken, voor het contrast. Daarmee maak ik mezelf bespottelijk, maar ik doe het vooral om de aandacht erbij te houden.”
Ging je daar ook wel eens te ver in?
“Dat is ook een kwestie van fingerspitzengefühl. De ene klas is de andere klas niet. En dan maakt het lokaal ook nog eens uit. In een stoffig lokaal moet je niet tof gaan doen, je moet je aanpassen aan de sfeer. Schrijven is schrappen. Vaak had ik van een les meerdere versies, afhankelijk van de sfeer en setting.”
Willem bedrijft topsport, zei een goede collega van je tegen me. Zie je dat zelf ook zo?
“Ik stond tot het allerlaatst met natte oksels voor de klas. Tegelijkertijd moet de klas dat ook hebben. Ze hoeven niet gesloopt te zijn, maar het is prima als ze een beetje wankelen als ze de klas uitlopen.
Elke les voelde ik nog verhoogde adrenaline. Je krijgt ook een enorme bak feedback van zo’n klas, elke keer weer. Als je je voor de klas niet goed voelt, dan voelen de studenten dat ook. Ik stond eens met hoofdpijn voor de klas en het liep niet echt. Dus ik gaf dat aan. ‘Geeft niks hoor meneer’, zei een studente toen. ‘We zien dat jij je best doet’.”
Pijnlijk, maar ook aardig.
“Lesgeven is hard werken. Dat kan ik niet genoeg benadrukken. Ook bij jongere collega’s. In al die jaren is er geen zondagmiddag geweest waarin ik niet minstens 1,5 uur aan de slag ging. Om lessen aan te scherpen, om met nieuwe voorbeelden te komen, om te actualiseren. Al voelt dat niet eens als werken, zo vertrouwd is het. Een goed voorbeeld gaat niet zo lang mee in mijn vakgebied. En de studenten zijn ook veranderd.”
Hoe dan?
Het taalgevoel en de taalbeheersing zijn bijvoorbeeld minder. Ik zat laatst naar tentamens van 18 jaar geleden te kijken. Daar kwam ik termen tegen als abusievelijk en eloquent. Kom daar nu nog maar eens om, zonder ChatGPT.
Ik vind dit een beetje de MTV-generatie. Studenten zijn gewend aan een endorfineshotje, elke 45 seconden zo’n shotje. En dan maar swipen. Daar heb ik mijn ritme op aangepast. Ik doe elke keer een kort stukje theorie, zoek dan met een vraag de interactie. Niet maar doorgaan en doorgaan.”
Willem van Oosterom: "Ik heb altijd gedacht dat mijn leerlingen ook wel doorhadden dat ik mezelf een beetje als een romanfiguur opvoerde. Hij speelt hier wel een beetje de afstandelijke, maar hij geeft wel om ons."
Eigenlijk geef je dus een soort TikTok-les?
“Als kop boven dit artikel zie ik dat niet echt zitten, maar eigenlijk is dat wel snedig samengevat. De tijd van het pure zenden is geweest.”
Een van je grote irritaties zou zijn dat er ook mensen voor de klas staan zonder passie voor het vak.
“Irritatie? Het is meer onbegrip eigenlijk. Dat moet je niet willen.”
Het kan je ook overkomen.
“Maar niet jarenlang toch? Dan voel ik wel verbazing en onbegrip.”
Heb je ooit geambieerd om manager te worden?
“Ik heb de mazzel gehad dat ik meestal managers heb gehad die zeiden: laat die man nou gewoon lesgeven. Ik heb wel eens meegemaakt dat ik in een gesprek de opmerking kreeg ‘of ik dan geen ambitie had’, omdat ik geen manager wilde worden.
‘Man, ik sterf van de ambitie’, dacht ik dan. Ik wil bijvoorbeeld een hele snelle halve marathon lopen. Nog liever wilde ik een goed echtgenoot en vader zijn. En ik wilde een goede docent zijn. Dat lijken me torenhoge ambities.”
Jouw goede vriend George zei me, wellicht in vertrouwen, dat je best ijdel bent. Vroeger was het belangrijk om in de vakantie goed bruin te worden, nu is het belangrijk om fit, niet dik, sterk en gezond te zijn en er zeker niet uit te zien - of erger nog – over te komen als 66. Hoe gaat dat samen met pensioen?
“Dan kan ik de bal kaatsen; ik weet wie het zegt. En heeft het zin dat je ijdel bent? Kijk naar mij, als ik ijdel was: heeft dat dan zin gehad? Zit hier een adonis? Het gaat me veel meer om mijn gezondheid. Dat je door roken niet een gruwelijke ziekte oploopt, dat heb je deels zelf in de hand.
Thuis trek ik graag een ouwe broek en een ouwe trui aan. Voor de klas wil ik wel een beetje netjes zijn. Ik heb vaak een colbertje aan, heel praktisch: die kan je ook uittrekken als je het warm hebt. En misschien een beetje gênant: je kunt je wel voorstellen dat ik dat ook tijdens mijn lessen gebruikte. Als er dan iets belangrijks kwam, dan ging het colbertje uit. Al moet je dat ook wel weer zien met zelfspot.”
Maar goed, je was gewend dat er naar je geluisterd werd in al die jaren. Dat zal misschien even wennen worden. Moet je kleinzoon het nu ontgelden?
Hij lacht. “Die is nog te jong. Maar inderdaad. Je bent gewend dat mensen je mening hoog achten. Dat mensen naar je luisteren. Dat wordt misschien wel een uitdaging.”
Tegelijkertijd begrijp ik dat je een enorme familieman bent.
“Ja, dat is heel extreem. Ik ben gek op mijn gezin en ik leef enorm mee met mijn twee zoons. Ik heb een kleinzoon. Ik ben niet zo iemand die zegt: mijn trouwdag is de mooiste dag van mijn leven. Dat vind ik meestal droevige mensen. Maar de geboorte van mijn kinderen had by far de meeste impact op mijn leven. Waar ik de laatste jaren achter ben gekomen is dat ik zo meeleef, bij tegenslag, en als het goed gaat, dat ik er twee levens bij heb gekregen. Mijn kinderen zijn een enorme verrijking.”
Hoe was je laatste lesdag?
Hij glundert. “Ik heb er een hekel aan als iemand dit doet, maar ik ga je toch even foto’s laten zien. Ik ben verrast door mijn collega’s. Dat was wel heel erg leuk.
Ik begreep dat jij in Van Oosterom-stijl hen vervolgens een college hebt gegeven.
“Ach, het was een beetje awkward. Ze keken mij allemaal aan. Wat moet je dan doen? Dus heb ik maar wat anekdotes opgedist. Zoals dat verhaal van die student van het platteland, die ik speels vroeg of hij het raam dicht wilde doen. Ik vroeg: ‘zeg, versier jij eens wat met dat raam? Zegt hij met een Twents accent: ‘Heee raam, wil jij wat drink’n?"
Wat ga je nou het meeste missen?
“Je ziet nu wel een paar honderd mensen per maand. Dat zal wat rustiger worden.”
En je bent nu Willem van Oosterom, de docent, ‘de legend’, als ik zo vrij mag zijn.
“Maar als je stopt met werken, ben je toch niet in een keer minder slim? Of in een keer minder humoristisch? En je hebt ook niet in een keer minder persoonlijkheid. Ik kan eerlijk zeggen dat ik niet iemand ben die enorm veel status ontleend aan zijn vak.”
Dan pas laat Willem Van Oosterom merken dat hij echt tot het allerlaatst les gaf met het zweet onder zijn oksels, ook in dit interview.
“Weet je wel dat ik donders zenuwachtig was voor dit gesprek? Ik ben toch iemand met strong opinions. Het zal je maar gebeuren, dat je het dan 38 jaar volbracht hebt en struikelt over je laatste interview.”
'Paspoort' Willem van Oosterom
Geboorteplaats: Almelo
Huidige woonplaats: Almelo
Leeftijd: 66
Burgerlijke stand: Gehuwd met Gineke, twee zoons, één kleinzoon
Op Saxion sinds: 1988
Rubrieken
Gerelateerde artikelen
Afscheidsinterview Marouan Moussi: “In groep 8 wist ik al dat ik politicus wilde worden”
Het afscheidsinterview is van oudsher het exclusieve domein van de doorgewinterde kracht, die na – bijvoorbeeld - dertig jaar noeste arbeid afscheid neemt. Marouan Moussi is zeker niet zo iemand én toch volgt hier een afscheidsinterview. “Ik zag het voor de zomer al wel aankomen.”
Vertrekkend bestuurder Timo Kos naar Leiden met een missie; “Aanval gaande op de democratische instituties en rechtsbescherming”
Voor Timo Kos is het verdedigen van de academische vrijheid nóg belangrijker dan de vitaliteit van Oost-Nederland. Dus vertrekt hij naar de Universiteit Leiden, met een bitterzoet gevoel, want hij was hier nog niet klaar. Een gesprek op zijn allerlaatste dag over compromissen, de rechtsorde én Erik uit De Kleine Zeemeermin. “Zelfs de partijen waar je voorheen op kon rekenen, bemoeien zich met wat het onderwijs en wetenschap wel en niet zouden mogen vinden.”
Afscheidsinterview Jan Willem Meinsma: “Ik sta op een T-splitsing"
In mei vorig jaar begon Jan Willem Meinsma als bestuurder, in de volle overtuiging dat hij dat voor vier jaar zou doen. Zover kwam het niet: per 1 januari neemt hij afscheid van Saxion. Een interview over het waarom van dat vertrek, eilandjescultuur, altijd aanstaan en maatschappelijke verantwoordelijkheid. “Je kunt geen cultuurverandering starten en dan na drie jaar zeggen: nou ga ik weg.”