Het is - daar mogen we best even bij stil staan - een moeilijke tijd voor hufters. Al een aantal jaren zorgt #metoo ervoor dat hufters die zich schuldig maken aan seksueel wangedrag zich niet langer 100% veilig voelen, en de laatste tijd wordt ook ander grensoverschrijdend gedrag, zoals schreeuwen, mensen publiek vernederen enzovoort, steeds meer publiekelijk aan de kaak gesteld.
Zo zagen we de afgelopen maanden in de media de val een voormalig presentator van een populaire talkshow, van prominente wetenschappers, en zelfs van een directeur van een feministisch onderzoekscentrum, want hufters zijn niet per definitie mannen. Maar vaak wel.
Ik vraag me af hoeveel hufters er op dit moment zitten te zweten: ‘Zal morgen ik aan de beurt zijn?’ Want uit de nu bekende casussen blijkt dat deze types jarenlang, soms decennialang hun gang hebben kunnen gaan, zonder noemenswaardige tegenstand te krijgen. Dat dit langzaam aan het verschuiven is heeft natuurlijk verschillende oorzaken: een veranderende cultuur, en het feit dat de publiciteit van de ene zaak het gemakkelijker maakt aandacht te vragen voor een andere, bijvoorbeeld.
Maar ook, denk ik, de veranderende verhoudingen op de arbeidsmarkt. Een hoop hufters hadden een duidelijke hiërarchische machtspositie: de presentator tegenover jonge redacteuren met tijdelijke contracten, de hoogleraar met zijn afhankelijke promovendi. Maar met de aanhoudende krapte op de arbeidsmarkt veranderen ook onherroepelijk machtsverhoudingen. ‘Voor jou vijf anderen’, geldt nu steeds vaker voor werkgevers in plaats van werknemers. Als het je niet bevalt ga je gewoon ergens anders heen. Ik zie zelf in mijn vriendenkring verschillende hooggekwalificeerde mensen opstappen, in zowel de private als de publieke sector, omdat ze hun direct leidinggevende niet meer zagen zitten.
Weerzinwekkend
Ik heb ‘human capital’ altijd een vrij weerzinwekkende term gevonden, omdat je mensen, ook in de vorm van werknemers, niet moet reduceren tot kapitaalgoederen. Maar als je het dan tóch doet, erken dan ook dat vertrekkende of opgebrande medewerkers een vorm van kapitaalvernietiging zijn, zeker in tijden van schaarste. Daar is wellicht ook een ander soort leidinggevende voor nodig, die vooral gericht is op het behouden van mensen, nog boven alle andere managementtargets.
Voor de klassieke hufter is dan weinig ruimte meer. Ik moest daar onder andere aan denken bij de stakingen in het streekvervoer, onlangs, die niet alleen gingen om salaris, maar ook om randvoorwaarden als stress en lange uren. De vervoersbedrijven stelden van tevoren dat het wel meeviel met de stakingsbereidheid op de werkvloer. In mijn waarneming lag alles plat vorige week. Geen geweldige voeling met de werkvloer kennelijk.
Nu scoort Saxion, zo begrijp ik uit de samenvatting van het medewerkers tevredenheidsonderzoek, behoorlijk goed op sociale veiligheid (en dat is ook mijn eigen ervaring, zeg ik er maar snel bij). Dat is erg mooi. Werkdruk is wat minder, maar aan de beterende hand. Maar dit zijn natuurlijk de gemiddelden voor de hogeschool. Er zijn ongetwijfeld opleidingen, afdelingen en lectoraten die een stuk minder scoren. Of waar het personeelsverloop opmerkelijk groot is, wat ook geen geweldig teken is.
In die gevallen lijkt een stevig gesprek met leidinggevenden ‘waarom kun jij je mensen niet vasthouden’ mij op zijn plaats. Want een prettige plek zijn om te werken is cruciaal voor Saxion om de komende strijd voor gekwalificeerde arbeidskrachten te winnen.
(Terzijde, wat mij altijd een erg effectieve strategie heeft geleken om personeel weg te lokken is om bij de ingang van de Universiteit Twente (UT) een groot bord neer te zetten met het Saxion-logo en de slogan ‘Bij ons kun je gewoon een vast contract krijgen’. Maar dat zal wel weer niet kunnen in het kader van regionale samenwerking.)
Saxion is dus al aardig op weg om een hufterarme organisatie te worden, maar er kan altijd meer gebeuren.
Misschien kunnen we een ambitie codificeren, als ons eigen addendum aan de Sustainable Development Goals waar we nu allemaal zo mee bezig zijn? “In 2030 is Saxion geheel huftervrij”.
Dat zie ik ze bij de UT niet redden.
Gerelateerde artikelen
Facility Management bestaat 50 jaar: ‘Wij waren de eerste met deze opleiding’
Wat in 1976 ooit begon als Toegepaste Huishoudwetenschappen groeide in 50 jaar door naar Facility Management. Dus viert de opleiding dit jaar een feestje, maar wel op een manier ‘die past bij een ‘tijd vol bezuinigingen’. In die 50 jaar veranderde een hoop voor de opleiding en haar studenten, zegt opleidingsmanager Dicky van der Plas. “Toen we hier mee begonnen waren er nog helemaal geen computers.”
Column: Epy Drost
In een mededeling op mijnsaxion liet ons College van Bestuur bijna terloops weten dat er een onderzoek komt naar de mogelijkheden het Epy Drost-gebouw in Enschede af te stoten door verkoop of verhuur. Een bericht dat nogal een verrassing was voor de honderden mensen die in dat gebouw werken.
Asle Lubbers ontfermt zich over in auto opgesloten hond; maar een bedankje zit er niet in
Asle Lubbers heeft net haar eindgesprek gehad voor de deeltijdstudie Integrale Veiligheidskunde, als ze vanuit haar auto de kop van een hond omhoog ziet komen in de auto ernaast. Ze belt de politie, die de ruit intikt om de hond te bevrijden. De eigenaresse van de hond verschijnt ook, maar is lijkt zich van geen kwaad bewust. “Vindt u dit zelf niet erg dan?”