Het opende haar deuren gisteren. Het lab van ‘de Willie Wortels van de lichtgewichten’ en: het is uniek voor Nederland. “Eigenlijk voor heel Europa.’’ Weet Ferrie van Hattum zeker. En hij kan het weten. Van Hattum heeft talloze wetenschappelijke publicaties geschreven over lichte kunststoffen en metalen én wordt regelmatig gevraagd om op internationale conferenties te komen spreken hierover. De Saxion-lector Lichtgewicht Construeren bestiert vanaf nu een futuristisch lab waar producten worden bedacht die erg kunnen helpen in het bestrijden van de klimaatcrisis en het halen van klimaatdoelen.
Donderdag 7 december, 15:55 uur, Enschede. Er is gejoel, applaus en confetti. De uitverkochte zaal met bijna honderd bezoekers loopt na de lezing het lab binnen. Het is zover: the gates are open. Eigenlijk lijkt het eerder een kleine fabriekshal, in plaats van een lab. Met de witte vloer, het roestvrijstalen plafond en allemaal machines met soms werkbanken erbij. Ferrie van Hattum is het glinsterende middelpunt in de spotlights van zijn eigen vernieuwde lab. Hier keek hij twee uur hiervoor, met de spanning van een kind op pakjesavond, naar uit.
13:55 uur
Van Hattum gaat zitten in een bijna lege zaal. Hij kijkt naar de rode knop voor het projectiescherm. Hij wil zeker wat vragen beantwoorden. Zijn publiek druppelt ondertussen binnen.
U deed een persbericht naar buiten met de leus: een uniek lab voor Nederland. Journalisten kunnen dan wat argwanend worden (Van Hattum krijgt lachkuiltjes in zijn wang, AV.) als iemand dat beweert. Iemand kan met gemak claimen uniek te zijn, maar controleer maar eens of dat zo is.
“Toch is het zo. Ons lab is best lomp, of laat ik zeggen: groot. We hebben duizend vierkante meter aan lab staan. Met industriële en semi-industriële machines. Het zijn de kleinste broertjes en zusjes van machines die je in de maakindustrie vindt. We kunnen zo tal van maakprocessen nabootsen, van a tot z. En hand op mijn hart: ik ken geen ander lab dat plastic elementen maakt en productlijnen kan nabootsen dat zo groot is in eigenlijk heel Europa. Een lab met dezelfde faciliteiten als wij vind je eigenlijk Europees breed niet. Dus dit is een novum voor Nederland én Europa.
Wij kunnen hier vanaf de basis het eindproduct maken van talloze producten uit de maakindustrie. Van stoelen tot onderdelen van vliegtuigen en helikopters. Ik denk dat dat echt uniek is. Mocht iemand in Europa denken: dit is niet uniek, meld je bij mij en we hebben het erover en ik denk dat die hypothetische hij of zij denkt: verdikkeme, die Van Hattum heeft toch gelijk.’’
Uw lab is het walhalla voor composiet-materialen, maar wat is dat nu eigenlijk?
“Het is een compositie – oftewel: verschillende dingen worden één – van materialen. De vezels kunnen koolstof, glas en kevlar (wordt gebruikt voor onder meer kogelwerende vesten, red.) zijn. Die geven de stijfheid en sterkte.
Daaromheen zit bij een composiet vaak kunststof. Een hars of zogenoemde thermoplastische kunststof (dezelfde kunststoffen als in frisdrankflessen, red.). Die geven de vorm en beschermen de vezels. Dat samen maakt een stijf en sterk materiaal dat tegelijk heel licht is. Gemiddeld wel zesmaal zo licht als het equivalent van staal én ook fijn: het roest niet.’’
De opening van het lab. Foto's: Tijmen Bartels
Jullie zijn dus Willie Wortels van het lichtgewicht?
De zaal op het Ariënsplein 1 stroomt langzaam vol tot zo’n 75 toeschouwers, Van Hattem schiet in de lach, kijkt naar het plafond en stemt in: “Je kan inderdaad zeggen: De Willie Wortels van het lichtgewicht.’’
Er lijkt toch iets tegenstrijdigs te zijn. Plastic en kunststof heeft het stigma slecht te zijn voor milieu en onze klimaatdoelen. Terwijl jullie beweren dat het lab in vondsten gaat bijdragen aan sneller halen van klimaatdoelen, hoe kan dat?
“Je hebt gelijk, kunststof is een olieproduct en daar willen we langzaam van af in de wereld. Daarom gebruiken we zoveel mogelijk gerecycled kunststof, als omhulsel. Soms zelfs volledig gerecycled.
Daarbij weten wij veel elementen voor voertuigen te vervangen met een lichter composiet-alternatief voor het staal in voertuig-constructies. Dat maakt voertuigen als auto’s lichter, waardoor ze minder brandstof of elektriciteit verbruiken. Hetgeen die voertuigen minder vervuilend maakt. Zie: milieubewust. Producten kunnen wel bijna tien procent lichter worden. Dat kan tientallen en tientallen procenten CO2-besparingen opleveren per voertuig, is berekend in onderzoeken.’’
Jullie maakten zo al onderdelen van helikopterachtige vliegtoestellen en bijvoorbeeld kleding van rivierplastic. Wat is vernieuwend aan dit lab?
“Dat waren toch vooral probeersels en prototypes. Maar alles wat nu aan metaal of kunststofproduct binnenkomst, daar gaan we een waar groener alternatief voor trachten te ontwerpen.
De bedrijven in de maakindustrie hebben vaak geen afdelingen of een lab om zelf te onderzoeken of bestaande producten door composiet vervangen kunnen worden. In overleg met ons kunnen bedrijven uit die maakindustrie om niet producten inbrengen, wij willen dan met liefde kijken of we die van composiet kunnen maken. Denk aan fietsstoeltjes en autozitjes.’’
Kan je ook denken aan sport? Want moeten wielrenfietsen ook niet steeds lichter worden?
“Wielrenners willen op een berg iedere kilo wel besparen. Er zijn ook bedrijven die proeven doen of je met het materiaal dat wij gebruiken wielrenfietsen lichter kan maken.’’
Dan begint het feest. Timo Kos van Saxions college van bestuur opent de middag. Hij vertelt hoe het lab één van de kroonjuwelen binnen de ‘maakindustrie-opleidingen’ van Saxion is. Daarna volgen bedrijven die, vooral stalen, producten willen inbrengen.
De veelzijdigheid valt op. Johan Meuzelaar spreekt namens GKN Fokker. Toeleverancier van technologische vliegtuigsystemen en componenten voor zo zuinig en duurzaam mogelijke vliegtoestellen, met bijvoorbeeld de droom om elektrisch te vliegen. Dan moeten materialen licht zijn, wellicht kan Van Hattums lab uitkomst bieden. Hetzelfde denkt Sjouke Bus van Polem, dat dan weer agrarische silo’s en immense opslagruimtes voor voedselmerken bouwt.
Lector Ferrie van Hatum
Gerelateerde artikelen
Asle Lubbers ontfermt zich over in auto opgesloten hond; maar een bedankje zit er niet in
Asle Lubbers heeft net haar eindgesprek gehad voor de deeltijdstudie Integrale Veiligheidskunde, als ze vanuit haar auto de kop van een hond omhoog ziet komen in de auto ernaast. Ze belt de politie, die de ruit intikt om de hond te bevrijden. De eigenaresse van de hond verschijnt ook, maar is lijkt zich van geen kwaad bewust. “Vindt u dit zelf niet erg dan?”
Hogeschool onderzoekt verkoop Epy Drost-gebouw
Saxion overweegt de verkoop van het Epy Drost-gebouw, in de volksmond ook wel bekend als ‘de glasbak’. In dat gebouw is nu nog de Academie Creatieve Technologie (ACT) gehuisvest. Voor de opleidingen van die academie zou dan een andere plek moeten worden gezocht.
Vijf voor twaalf voor moestuin; docent Vera Bextermoeller wil tuintje redden nu het nog kan
Als voor de zomer zich nog steeds niemand ontfermt over de moestuin bij Ko Wierenga in Enschede, dan gaat niet de schoffel, maar de streep erdoor. Dat is de onomwonden boodschap van Dennis Meijer (teamleider facilitair bedrijfsvoering). Dit geluid kwam ook bij SFIB-docent Vera Bextermoeller terecht. Zij wil de moestuin misschien wel onder haar hoede nemen. “Zó jammer als de tuin zou verdwijnen.”