Asle Lubbers ontfermt zich over in auto opgesloten hond; maar een bedankje zit er niet in

Asle Lubbers heeft net haar eindgesprek gehad voor de deeltijdstudie Integrale Veiligheidskunde, als ze vanuit haar auto de kop van een hond omhoog ziet komen in de auto ernaast. Ze belt de politie, die de ruit intikt om de hond te bevrijden. De eigenaresse van de hond verschijnt ook, maar is lijkt zich van geen kwaad bewust. “Vindt u dit zelf niet erg dan?”

Lubbers staat rond 12 uur al zeker drie kwartier bij de auto, zegt ze. Toen ze de opgesloten hond opmerkte in de blauwe Suzuki Celerio is ze meteen terug het schoolgebouw ingegaan, naar de receptie. En ze belde de politie.

“Kijk dat arme beest nou”, zegt ze. Door het raam is te zien dat de langharige hond het warm heeft. De Suzuki staat vol in de lentezon op de openbare parkeerplaats van Saxion en er is nog geen raampje geopend. De hond is onrustig op de achterbank, verzit iedere keer en de tong hangt ver uit de bek.

Pascal Vormeer, docent Sociaal-Juridische Dienstverlening, vergezelt Lubbers een poos. Ook hij is verbolgen: wie laat z’n hond nu achter in de auto? Het onbegrip en de boosheid worden steeds heviger naarmate de tijd verstrijkt en er van de eigenaar geen spoor is.

Zon uit de wagen houden

Een beveiliger van Saxion komt ondertussen met fleecedekens. Samen met Lubbers en Vormeer drapeert hij die over de ruiten, om zo in ieder geval de zon uit de wagen te houden. De ruit gaat hij niet intikken, zegt de beveiliger die niet met zijn naam genoemd wil worden. “Dat doe we niet. Dat is voor de politie.”

1.jpeg

De opgesloten hond. Foto's: Saxnow

Maar die laat op zich wachten. Lubbers belde die rond 11.15 uur, en veertig minuten later is er nog niemand. Lubbers heeft, nu ze net afgestudeerd is, de middag vrij. Vanavond gaat ze uit eten met haar ouders om te vieren dat ze geslaagd is. “Ik blijf hier tot de hond uit die hete auto is”, zegt ze. En ze belt een tweede keer naar de politie. Ze krijgt te horen dat ze vlakbij zijn.

Na een poosje komt de agent op de motor aanrijden. Hij leent de noodhamer die Lubbers in haar auto heeft en tikt het raam aan de bijrijderskant in. “Dat mag je een volgende keer gerust ook zelf doen”, zegt hij erbij. De achterdeur gaat open en de hond, zichtbaar bezweet, springt nerveus uit de auto. Lubbers lijnt de hond aan en gaat ermee in de schaduw zitten.

“Eerst zeker weten dat het goed komt”

Een student haalt een bak met water, maar de hond heeft geen dorst, of is te nerveus om daarvan te drinken. Lubbers, die zelf twee katten heeft, troost de hond. Andere studenten weten te vertellen dat de hond al zeker vanaf 10.15 uur in de auto zat; want toen liepen ze langs de auto.

Een receptioniste die niet met naam genoemd wil worden biedt aan om de zorg voor de hond over te nemen als Lubbers nog ergens anders moet zijn. “Ik ga nergens heen”, zegt ze. “Eerst zeker weten dat het goed komt.”

4.jpg

De hond wordt uit de auto gehaald. 

Rond 12.30 komt de – zo blijkt – eigenaresse van de hond aanlopen. Ze is zich van geen kwaad bewust. “Nee, ik vind het nogal meevallen”, zegt ze als Lubbers haar vraagt of ze het normaal vindt om een hond op te sluiten in een auto. De politieman vangt haar op, ze krijgt te horen dat ze wordt gezien als verdachte. Na een poosje geeft Lubbers de lijn over aan de vrouw, die daar nog niet om gevraagd heeft. “Ik neem aan dat u uw hond weer terug wil.”

Als de vrouw, die Saxnow niet te woord wil staan, wordt verhoord, vertelt Lubbers dat deze omgang met een weerloos dier haar ‘zo boos’ maakt. “Dit doe je toch niet?” Ze hoor flarden van het verhoor en die wekken verdere irritatie. Zo zegt de vrouw dat ze sinds 9 uur die ochtend toch wel ieder uur even bij de auto en hond heeft gekeken. Maar Lubbers heeft haar in de bijna anderhalf uur dat ze bij de opgesloten hond bleef in ieder geval niet gezien.

Het meest boos wordt Lubbers van het gebrek aan spijt of reflectie bij de vrouw. “Ik moet me echt inhouden. Wat ontzettend zielig voor die hond.”

rik

Rik Visschedijk