justitie

Hoogste rechter studentenzaken: Saxion maakte terecht melding bij IND nadat Irakese studente norm niet haalde

De Raad van State heeft Saxion in het gelijk gesteld in een zaak die een Irakese studente tegen de hogeschool had aangespannen. De masterstudente Business Administration was het er niet mee eens dat Saxion bij het IND had gemeld dat ze te weinig studiepunten had gehaald. De Raad van State heeft nu geoordeeld dat Saxion juist heeft gehandeld.

De studente Business Administration deed via Saxion een master aan de Greenwich University. Daarom kreeg ze een verblijfsvergunning met als verblijfsdoel ‘studie’. Aan zo’n verblijfsvergunning zit een wettelijke eis: studenten moeten dan elk jaar minimaal 50% van hun studiepunten behalen, de zogenaamde MoMi-norm. Zo niet, is een onderwijsinstelling (in dit geval Saxion) wettelijk verplicht daarvan melding te maken bij de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND).

Dat overkwam ook deze studente: omdat het haar in 2024/2025 niet lukte om aan de MoMi-norm te voldoen, maakte Saxion een melding bij de IND. Daardoor komt de verblijfsvergunning van de studente in het gedrang.

De studente stapte daarom eerder al naar de Geschillenadviescommissie. Die stelde haar in een advies in het ongelijk, en daar ging het College van Bestuur in mee. Tegen dat besluit stelde ze beroep in bij de Raad van State, de hoogste rechter in Nederland voor studentenzaken.

De Raad van State oordeelt in haar uitspraak dat duidelijk is dat de studente niet aan de norm voldeed. Wel was de vraag of er persoonlijke omstandigheden waren, waardoor Saxion niet had hoeven melden. Dat kan soms bij bijzondere familieomstandigheden.

Daar deed de studente een beroep op: ze voerde aan dat ze alleen nog maar familie heeft in Nederland en niet meer in Irak. Nadat haar oma daar overleed, kwam ze naar Nederland om bij familie te zijn.

Daar gaat de Raad van State niet in mee: volgens de Raad van State is dit feit onvoldoende om aangemerkt te worden als bijzondere familieomstandigheden die de voortgang van haar studie hadden bemoeilijk. Bovendien heeft ze zich in het betreffende studiejaar hierover niet gemeld bij een decaan of studieloopbaanbegeleider.

Volgens het College van Bestuur had Saxion misschien coulant kunnen zijn als er aanwijzingen waren geweest dat de studente snel zou afstuderen. De hogeschool wees er echter op dat ze al langer dan een jaar met haar scriptie bezig was, en dat ze telkens veel tijd liet verstrijken voor ze contact opnam met haar studieloopbaanbegeleider. De studente was daarom niet bijna klaar met haar scriptie. Daar is de Raad van State het mee eens: dat de studente alleen nog haar scriptie hoefde af te ronden, is daarom geen argument dat ze niet aan de MoMi-norm hoefde te voldoen.

Bas3

Bas Klaassen