Docente Ellis weet uit persoonlijke ervaring wat rouw is en organiseert nu maandelijks een rouwcafé voor jonge mensen

Toen Ellis oude Kempers (29) vijf jaar geleden haar vriend verloor door een motorongeluk, kon ze nergens heen met haar verdriet. Er was geen lotgenotengroep voor mensen van haar leeftijd. “Zestigers snappen niet waar je als twintiger doorheen gaat”. Nu staat ze zelf aan het roer van een rouwcafé waar twintigers en dertigers samen kunnen komen. “Alles is oke. Je mag huilen, lachen, praten, schreeuwen of stil zijn.”

Een van de bezoekers van het rouwcafé is Nikki Postma. De verpleegkunde-studente verloor 1,5 jaar geleden haar vriend door zelfmoord. Daarna voelde ze eenzaamheid en voelde ze zich soms teveel bij anderen die geen soortgelijk verlies hadden meegemaakt. Samen delen ze in dit interview hun lessen. “In het rouwcafé komen mensen die mij snappen, maar gelukkig hebben we het ook over e-bikes, verhuizingen en kan er gelachen worden.”

Waarom is het zo belangrijk dat er een rouwcafé is voor twintigers en dertigers?
Oude Kempers: “Toen ik vijf jaar geleden mijn vriend verloor, was er niks. Ik was 24, had genoeg lieve vrienden en familie om mij heen, maar niemand begreep écht waar ik doorheen ging. Je zoekt naar mensen die het snappen. Ik heb ook vrienden gehad die me hebben laten vallen, waarvan ik dat nooit had verwacht. Al je vragen over zingeving en twijfels over het leven komen onder een vergrootglas te liggen. Het is dan leuk dat er wandelgroepen zijn, maar die zestigers snappen niet met welke zorgen je als twintiger zit. En andersom net zo hoor.”

Postma: “Je kan je zo eenzaam voelen als je iemand verliest. De oudere generatie praat over alle herinneringen die ze delen met hun overleden partner, voor mij is dat niet zo. Zij rouwen om alle mooie momenten die zijn geweest en ik rouw om alle nieuwe herinneringen die ik zonder mijn vriend ga maken, dat is heel anders.”

En jullie gebruiken het woord ‘café’ voor deze bijeenkomsten, is het te vergelijken met hoe het er in een normale kroeg aan toe gaat?
Postma: “Eigenlijk wel ja. Er wordt bier gedronken en je kan elkaar uitschelden, bij wijze van spreken dan. We praten ook echt niet alleen maar over rouw en verdriet. Er is iemand die gaat verhuizen en twee anderen hebben net een e-bike gekocht, dan praat je ook over zulke dingen. Er zitten ook anderen in het café dus het is gewoon gezellig rumoerig om je heen. Ik kijk er echt elke maand weer naar uit.”

Oude Kempers: “Het is echt niet zo dat je het café binnenloopt en wij daar in zwart gekleed als een soort The Addams Family allemaal tranen met tuiten zitten te huilen. Alles is oke. Je mag huilen, lachen, praten, schreeuwen of stil zijn. Je bent allemaal bekend met rouw, dus je snap het ook van elkaar.”

Is het gesprek over rouw anders als je je vriend verliest op jonge leeftijd dan als je een van je ouders verliest?
Oude Kempers: “Ik heb het gevoel dat sommige mensen wel iets makkelijker dat je er wel weer overheen komt. Er zijn nog genoeg anderen, een beetje die gedachte. Ik vond het vooral heel moeilijk dat ik zelf moest accepteren dat ik opeens single was. Ik was smoorverliefd en mijn vriend Pascal ook en opeens is dat weg. Ik praat nog altijd over mijn overleden vriend en levende vriend, want gek gezegd zal Pascal ook altijd mijn vriend blijven.”

Postma: “Ik heb er echt moeite mee als mensen vragen van ‘heb je geen vriend?’ of ‘waar is jouw vriend dan?’, want ik had een vriend en heb er nooit voor gekozen om weer single te zijn. Je ziet voor je dat je altijd samen zal blijven.”

Docente Ellis oude Kempers (links) en studente Nikki Postma. Foto's: Marlene Mahn

Oude Kempers: “Zo hadden wij al de naam voor ons eerste kindje bedacht. Mensen zeggen tot de dood ons scheidt, maar ik zie dat niet zo. Ik ben niet gelovig, maar ik geloof wel dat ik Pascal nog ergens ga zien, na mijn eigen dood. In welke vorm dan ook.”

“Sommige mensen vergelijken mijn overleden vriend soms met mijn levende vriend. Ze benoemt dan dat ze allebei bijvoorbeeld van houthakken houden. Ik vind dat soms wel lastig. Iedereen heeft een bepaald type, maar het zijn niet dezelfde personen. Gelukkig kan ik het van de meeste mensen wel hebben.”

Is er een rode draad te vinden in de rouwverhalen in het café?
Postma: “Rouw komt altijd met een hoop verdriet, dus de rode draad is dat het verdrietig is.”

Oude Kempers: “Rouw begint vanaf het eerste negatieve bericht, dus daaraan zie je wel dat dat voor iedereen op een ander moment is. Voor de een is dat de eerste uitslag van een onderzoek en bij een ander gaat het meteen om het bericht van overlijden. Ik zou zeggen dat rouwen voor iedereen alle kanten op gaat, het is totaal geen lineair proces.”

Postma: “Helemaal mee eens, zo stond ik een keer in de supermarkt en moest ik gewoon keihard huilen toen ik een pak sap zag. Het was het favoriete sap van mijn vriend. Je kan op sommige momenten ook zo boos zijn om wat er is gebeurd en zelfs op de overledene.”

Oude Kempers: “Het sijpelt overal in door, wat Nikki heeft met pakken sap heb ik met zonnebloemen en chilipepers. De boosheid herken ik ook heel erg. Ik heb wel eens gedacht dat mijn vriend het ongeluk had gefakete en nu gewoon lekker ergens in Spanje zit, terwijl ik gewoon bij hem achter op de motor zat toen het gebeurde.”

En hoe gaat het nu met het rouwproces?
Oude Kempers: “Dat stopt nooit. Ik heb gelukkig echt geleerd om mijzelf uit te spreken. Bij het rouwcafé weten mensen dat als ik zeg: ‘mijn verjaardag komt eraan’, het niet altijd over iets leuks gaat. Collega’s kunnen zeggen van ‘goh wat leuk, ga je nog wat leuks doen?’, maar dan lukt het mij gelukkig om aan te geven dat mijn eigen verjaardag ook een moeilijke dag is. Gelukkig is er dan altijd begrip. Als ik in een zwaardere periode zit denk ik soms dat ik Pascal nog op straat zie, vanuit mijn ooghoek.”

Postma: “Ik heb dat ook met mijn vriend. Alsof mijn lichaam hem nog niet wil loslaten. Eerder wilde ik de tijd terugdraaien zodat hij er nog was of ik wilde dat ik zelf dood was gegaan in plaats van hem. Ik kan nu gelukkig accepteren dat hij er zelf voor heeft gekozen om te overlijden. Ik hoop dat hij de rust heeft gevonden die hij zocht.”

Wat kunnen mensen het beste doen als ze iemand kennen die rouwt?
Postma: “Initiatief tonen. Je kan heel leuk zeggen; ‘bel mij maar als ik iets voor je kan doen’, maar dat doe je echt niet als je je verschrikkelijk voelt. Je kan beter op een vast moment bellen of zelf een datum en tijd zeggen waarop je even langskomt.

Oude Kempers: “Je kan beter een keer te vaak vragen hoe het gaat in plaats van dat je eromheen gaat draaien. Je kan altijd zeggen dat je het lastig vindt om te vragen, of je ongemak benoemen. Echt alles is beter dan dat je er nooit naar vraagt.”

Oude Kempers: “Mijn levende vriendje heeft mijn hart gestolen op onze eerste date, door te vragen waar ik behoefte aan had. Ik kon zelf aangeven of ik het er juist wel of niet over wilde hebben.”

Rouwcafé Hengelo

Het rouwcafé is elke eerste dinsdag van de maand  om 18.30. Er is een gratis daghap en er kunnen drankjes worden gehaald. Oude Kempers wil benadrukken dat leeftijden die net buiten de categorieën vallen ook hartstikke welkom zijn. Als je bijvoorbeeld een 19-jarige student bent of een medewerker van 42.

Praten over gedachten aan zelfdoding?

Praten over gedachten aan zelfdoding kan bij 113 Zelfmoordpreventie. Bel 0800-0113 of 113 voor een gesprek. U kunt ook chatten op www.113.nl.

Van Keulen

Evi van Keulen