fab

Topopleidingen bijna allemaal klein en verliesgevend; OSS wil onderzoeken of en welke relatie daarin zit

De zeven ‘topopleidingen’ uit de Keuzegids 2027 van Saxion zijn allemaal ‘kleine’ opleidingen met zestig studenten of minder instroom. Op één na zijn de opleidingen verliesgevend. Janco Bonnink, directeur OSS, denkt dat dit wel verklaarbaar is, maar zegt dat het nuttig zou zijn om goed te onderzoeken waarom sommige kleine opleidingen hoog op tevredenheid scoren.

Bonnink, directeur Onderwijs en Student Support (OSS), denkt dat er ‘meerdere invalshoeken’ zijn om de relatie kleine opleiding en studenttevredenheid te benaderen. Maar opmerkelijk is het zeker, zegt hij. “Ik denk dat er meerdere factoren spelen. Bijvoorbeeld dat studiezoekers die nog niet zo goed weten wat ze willen naar een bredere en grotere opleiding gaan, terwijl je als je Biologie en Medisch Laboratoriumonderzoek gaat studeren, misschien wel een goed beeld hebt van wat je wil in de toekomst. Dan kies je dus heel bewust.”

En dan helpt het ook mee dat je in een kleine groep met medestudenten komt en daar een ‘sense of belonging’ ervaart, denkt Bonnink. De waardering van de student is een belangrijk onderdeel in de Nationale Studenten Enquête (NSE), waar de Keuzegids voor een groot deel op is gebaseerd. Bonnink ziet dat de tevredenheid vaak voortkomt uit de opleiding die de student volgt en minder uit de academie waar de opleiding is ingebed.  

Dat wil nog niet zeggen dat studenttevredenheid hetzelfde is als studentrendement, zegt hij. “Ik denk dat als je landelijk gaat kijken, dat je dan zult zien dat een deel van de kleine, meer specialistische opleidingen, goed scoren op tevredenheid. Het is interessant om te onderzoeken of zich dat ook vertaalt naar studentrendement, en wat de achterliggende patronen zijn. Dat is wellicht voor ons interessant om te doen, of voor een lectoraat.”

Niet per sé beter

Maar een kleine opleiding is niet per sé beter dan een opleiding met een hoge instroom, zegt Bonnink, ook niet als studenten die kleine opleiding erg waarderen. Saxion is op dit moment bezig met het brede portfoliomanagement van de opleidingen, en de recente rapportage ‘Kleine opleidingen’ is daar een onderdeel van. Onderdeel daarvan is dat er samenhang tussen opleidingen wordt gezocht en dat opleidingen zo beter kunnen samenwerken.

Dat is, aldus Bonnink, niet louter vanuit financiële overwegingen. “Dan doe je opleidingen echt tekort”, zegt hij. “We willen en moeten ook opleidingen aanbieden omdat de arbeidsmarkt in onze regio goed opgeleide mensen nodig heeft. Daar ligt een verantwoordelijkheid.”

Dat past ook bij het bekostigingsmodel. Saxion krijgt geld per student, en het idee is dat een instelling ‘interne solidariteit’ heeft, waarbij de grotere opleidingen de kleinere ‘sponsoren’, zoals Bonnink het zegt. “Daarin zoek je naar een balans. En nu de instroom door demografische ontwikkelingen onder druk staat, proberen we daar vooraf al op te sturen waar we dat kunnen.”

Dat deze topopleidingen verliesgevend zijn blijkt uit de recente rapportage ‘Kleine(re) opleidingen, eerste inzichten businesscase en vervolgstappen’, die in de vorige cyclus werd gedeeld met de medezeggenschap. Alleen Biologie en Medisch Laboratoriumonderzoek kan zelf de broek ophouden. De rapportage is nadrukkelijk geen ‘beslispunt’ om te stoppen met een opleiding of variant daarvan, stelde het college van bestuur.

Topleidingen

De Keuzegids 2027 heeft zeven opleidingen het predicaat ‘Topopleiding’ gegeven. Dat zijn: Podotherapie (Enschede), Chemische Technologie (Enschede), Finance Tax & Advice (Enschede), Technische Natuurkunde (Enschede) en Biologie en Medisch Laboratoriumonderzoek (Deventer). Ook de associate degree Software Development (zowel in Enschede als Deventer) mag zich topleiding noemen.