In deze aflevering van Opgevallen: Recep Canel (53), docent bij Saxion Part-Time School en de minor Diversiteitsensitief. Dertig jaar ervaring in de hulpverlening helpt hem in het contact met studenten. Tegelijkertijd was het voor hemzelf niet vanzelfsprekend om te studeren. “Ik ging met een vriend als tolk naar de intake bij Hogeschool Enschede.”
Tweedejaars Social Work-student Tassnime (23) is erg blij met haar studieloopbaanbegeleider Recep. “Vorig jaar had ik met Recep een SLB-gesprek. Ik zat met een aantal dingen, maar ik was niet van plan om alles te vertellen. Toch merkte Recep tijdens het gesprek dat ik gestrest was. Voor ik het wist, lag alles op tafel. Hij stelde me gerust en we keken samen hoe we het gingen fiksen. Dat voelde gewoon heel goed en vertrouwd.”
Het klinkt alsof jij heel goed doorhebt hoe het met iemand gaat. Is dat zo?
“Ja, dat is voor mij iets heel natuurlijks. Ik heb dertig jaar ervaring binnen de hulpverlening, dat helpt mij daar ook bij. Als docent zie en spreek je studenten veel, maar het is, zeker als SLB’er, heel belangrijk om écht contact te maken. Dat is soms belangrijker dan de inhoud. Dat was bij Tassnime ook het geval. Ze had steun nodig en ik ben heel blij dat ik haar dat kon bieden.”
Hoe maak jij dan contact met studenten?
“Het is heel erg belangrijk om niet alleen oog te hebben voor wat ze vertellen, maar ook naar hun lichaamstaal te kijken. Die vertelt vaak evenveel. Doorvragen is ook heel belangrijk. Op het moment dat studenten mijn les binnenkomen, maak ik al contact. Dan vraag ik hoe het gaat en of ze er zin in hebben, wat vaak niet zo is natuurlijk. Dan vraag ik daarop door. Zo heb je al het eerste stukje verbinding.”
Dertig jaar ervaring in de hulpverlening is niet niks. Heeft deze ervaring jou geholpen bij het contact maken met studenten?
“Ja, dat heeft het zeker. Na mijn studie Maatschappelijk Werk en Dienstverlening hier op Saxion, wat trouwens niet zonder slag of stoot ging hoor, heb ik heel lang in de verslavingszorg gewerkt. Toen heb ik twee jaar in de nazorg van de vuurwerkramp gewerkt en daarna nog tien jaar als praktijkondersteuner (POH-GGZ). In al die jaren heb ik me heel erg ontwikkeld in hoe ik met verschillende mensen en situaties omga. Ik kwam veel verschillende problematieken en leeftijden tegen, en zo ook veel studenten. Hier heb ik geleerd hoe ik goed met ze in gesprek kan gaan.”
Hoe ben je dan uiteindelijk bij Saxion beland?
“Dat is eigenlijk een best grappig verhaal. Het had twee kanten. Aan de ene kant was ik op zoek naar een nieuwe baan en was ik aan het solliciteren, en aan de andere kant kwam het toevallig op mijn pad.
Tijdens een sollicitatie naar een functie als vertrouwenspersoon stelde de vrouw die het gesprek afnam mij de vraag: ‘Waar zie jij jezelf over vijf jaar?’. Totaal spontaan zei ik: ‘Ik zie mezelf lesgeven bij Saxion.’ Toen is die sollicitatie natuurlijk niks meer geworden, haha. Blijkbaar zat het ergens diep in mij.
Foto's: Maarten Tiek
Daarnaast had ik twee kennissen die werkzaam waren binnen Saxion. Er stond een vacature open. Zonder dat ze het van elkaar wisten, stuurden ze mij allebei een bericht met de vraag of dat niet iets voor mij was. Ik solliciteerde en na één gesprek klikte het meteen. Ik was aangenomen.”
Sinds dit jaar heeft Tassnime Recep ook als docent. “Het is fijn om een bekend en vertrouwd gezicht te zien. Hij geeft heel enthousiast en actief les. Soms is hij ook aan het ouwehoeren. Dan vraag je je af: ‘Hoort dit bij de les?’ Maar daarna luistert iedereen aandachtig. Dat maakt hem zo goed.”
Hoe vind je dat om te horen? Doe je dat bewust zo?
“Ja, dat doe ik zeker bewust, maar dat is ook gewoon echt wie ik ben. Ik hou van mijn les en ik hou van leren. Dat wil ik overbrengen. En daar is een fijne en veilige sfeer voor nodig. Ik maak dus meteen het eerste contact bij binnenkomst en door de les heen blijf ik de studenten betrekken. Ik vraag waar ze behoefte aan hebben, laat ze meedenken denken en vragen stellen. Ik heb weleens van een collega die een les meekeek gehoord dat de studenten aan mijn lippen hingen. Dat is natuurlijk een mooi compliment.
En om de studenten bij de les te houden is soms wat humor nodig. Dan loop ik inderdaad wat te ouwehoeren.”
Heb je een voorbeeld van het ouwehoeren?
Recep lacht. “Jawel hoor, een tijdje terug hadden we een les over het biopsychosociaal model. Dat is een model dat uitlegt hoe verschillende factoren invloed hebben op iemands gezondheid. Bio staat voor biologisch en op dat moment zag ik dat er iemand kleding aan het shoppen was. Ik speel dan in op wat de studenten bezighoudt. Kleding is ook heel erg biologisch: je moet je kunnen bedekken, bijvoorbeeld tegen de kou. Je moet je kunnen aanpassen aan het klimaat. Zij reageerde daar heel leuk op. Andere studenten kregen zoiets van ‘waar heeft u het over?’ Dan is iedereen weer bij de les en was de student gestopt met shoppen.”
Volgens mij hou jij enorm van je vak, maar wie is Recep als hij niet voor de klas staat?
“Die geeft ook les. In mijn vrije tijd geef ik les aan Turkse jongeren over geschiedenis en religie. Dit vind ik heel leuk om te doen en ook heel erg belangrijk. Het geschiedenisonderwijs in Nederland is erg ‘etno-Europees’ ingestoken. Over ruim zeshonderd jaar Ottomaanse geschiedenis staat vaak maar één alinea in de boeken. Ik wil de blik en kennis van jongeren verruimen en ze leren kijken vanuit meerdere perspectieven.
Daarnaast ben ik ook echt een familiemens. Ik ben vader en inmiddels een trotse opa van een kleindochter van zes maanden. Daarnaast wandel ik veel en hebben mijn vrouw en ik veel sociale contacten opgebouwd in Enschede.”
Je vertelde eerder dat jouw eigen opleiding niet zonder slag of stoot ging. Hoe kwam dat?
“Ik ben op mijn zeventiende vanuit Turkije naar Nederland gekomen. Ik sprak de taal nog niet en toen ik bij het arbeidsbureau aangaf dat ik wilde studeren, werd ik simpelweg uitgelachen. Ik liet me niet tegenhouden en ging met een vriend als tolk naar de intake bij Hogeschool Enschede, zie je het al voor je? Soms denk ik; als ik nu nog zoveel lef had was ik nu professor. Toen de brief binnenkwam dat ik het ‘hoogstwaarschijnlijk’ kon halen, moest de buurvrouw mij eerst uitleggen wat dat woord betekende en dat ik was toegelaten.
Tijdens de studie Maatschappelijk Werk en Dienstverlening, nu Social Work, zat ik continu met een woordenboek op schoot. Dankzij extra opdrachten voor Nederlands stroomde ik toch door naar het derde jaar en mocht ik stagelopen. Dat deed ik bij een sociaal pensioen. Dat was voor mij een enorme shock: de verborgen armoede zette mijn beeld van het welvarende Nederland compleet op zijn kop. Ik ging daardoor heel erg twijfelen aan het vak en besloot dat ik een tussenjaar ging nemen.”
Waarom heb je de opleiding toch afgemaakt?
“In mijn tussenjaar heb ik gewerkt in een tuinstoelenfabriek. Ik besefte toen heel goed dat ik zonder diploma ongeschoold werk zou moeten blijven doen, terwijl ik juist ontzettend graag wilde en kon studeren. Toen ben ik dat jaar ook gestart met de opleiding Theologie. Ook mijn opvoeding speelde mee, mijn vader heeft zelf nooit de kans gekregen om naar school te gaan en gaf me altijd mee dat ik mijn potentie moest benutten, hij heeft me hier altijd in gesteund.
Daarnaast hielp mijn supervisor vanuit de studie, Harry Evers, mij bij mijn twijfels over het vak. Hij hield me op een heel directe, maar betrokken manier een spiegel voor en vroeg me wat mijn doel was en wat ik ging inzetten om dat te bereiken. Daardoor ging ik inzien dat het vakgebied van maatschappelijk werk veel breder is dan het sociaal pensioen waar ik in de derde stage liep. Dat besef gaf me de motivatie om door te zetten en mijn studie succesvol af te ronden.”
Tassnime vertelde dat ze een klik met je voelde vanwege jullie afkomst. Is dat iets wat je bewust doet?
“Bij mij staat professionaliteit op de eerste plaats. Ik pak alles professioneel aan, zowel tijdens SLB-gesprekken als in mijn lessen. Op de tweede plaats staat verbinding.
Ik zoek met iedereen naar verbinding. Dat kan bijvoorbeeld ook met iemand uit Twente zijn. Dan denk ik: uit welke wijk kom je? Heb ik daar zelf gewoond, heb ik daar iets meegemaakt of ken ik de geschiedenis van die wijk? Op die manier probeer ik aan te sluiten bij de persoon.
Bij Tassnime ontstond die verbinding door onze afkomst: zij is Marokkaans en ik ben Turks. Ik ben altijd op zoek naar gemeenschappelijkheid en verbinding.”
Wanneer ga jij met een goed gevoel naar huis?
“Als ik moe naar huis ga. Dan weet ik dat ik goed heb gewerkt en dat het verdiend is. Wanneer studenten me aan het einde van de les bedanken, geeft mij dat een goed gevoel en de bevestiging dat de studenten iets aan mijn les hebben gehad. Als studenten zich gezien voelen en iets uit mijn lessen meenemen naar hun werk, is dat voor mij het mooiste wat er is.”
Opgevallen
Welke docent maakt voor jou het verschil, gaat door waar anderen ophouden of doet precies wat anderen juist niet doen?
In Opgevallen dragen studenten of studieverenigingen zelf docenten aan die zij heel bijzonder vinden. Wij vragen ze vervolgens het hemd van het lijf. Waarom doen ze dingen anders? Wat drijft ze? Hoe ziet hun privéleven eruit?
Heb je ook een docent die je is opgevallen? Mail ons dan via [email protected]
Rubrieken
Gerelateerde artikelen
Docent Timme Dankers in Opgevallen: “Mensen kijken wel raar op dat mijn lange haar eraf is”
In deze aflevering van Opgevallen: Timme Dankers, docent bij de opleiding Forensisch Onderzoek. Hij werkte jarenlang met gedetineerden, knipte onlangs zijn lange lokken af waardoor hij nu haast onherkenbaar is, studeerde zelf op Saxion en was medeoprichter van studievereniging IDent. “Ik heb mijn dochter meteen lid gemaakt, toen was ze nog maar drie maanden oud.”
Marty Wessels in Opgevallen: “Ik ben nog nooit zo blij geweest”
In deze aflevering van Opgevallen: Marty Wessels, docent bij de opleiding Fashion and Textile Technologies. Een docent vol humor die nog maar vier jaar voor de klas staat. Toch weet Wessels nu al dat hij altijd in het onderwijs blijft werken. “Het is fantastisch. Ik ga elke dag blij naar mijn werk toe.”
Marc Vink in Opgevallen: “Ook voor de klas durf ik kwetsbaar te zijn”
In deze aflevering van Opgevallen: Marc Vink (54), docent aan de Hospitality Business School. ‘Ieders favoriete docent’, noemt een studente hem gelijk. Misschien komt dat omdat hij het niet eng vindt zijn emoties te tonen, zelfs als dit betekent dat hij met natte ogen naar een presentatie staat te kijken. “Ik ben dan zo trots dat ze zichzelf de kans gunnen om te groeien.”