Het was een historisch jaar: door de coronacrisis gingen voor het eerst de deuren van Saxion langere tijd op slot. Achter de schermen voltrok zich daarna een digitaal wonder, zeggen de hoofdrolspelers in deze terugblik. Het verdriet lees je soms tussen de regels door. “Qua binding was het soms dweilen met de kraan open.”
Illustraties: Mathijs Stegink
De klas als koninkrijk. Van een bescheiden omvang wellicht, en met studenten die ongetwijfeld tegensputteren als ze als onderdanen worden aangesproken. Maar toch: dat is wel hoe het voelt, zegt Bart van Haaster, docent en onderzoeker aan de academie mens & maatschappij. “Je bent als docent traditioneel toch koning in de klas. Jij bent diegene die met de studenten regie heeft over de ruimte, en leiding geeft. Maar nu is er opeens geen klas meer, er kan geen deur dicht, het gesprek wordt misschien wel opgenomen: alle voorwaarden liggen anders.”
Sinds februari regeert ook op Saxion het coronavirus. Enkel het virus? Zeker niet. Zoals Rutte zijn outbreak management team heeft en nog tig landelijke coördinatieteams meer, zo kent het college van bestuur van Saxion het routeteam.
Dat adviserende orgaan stippelt voor Saxion de route uit tijdens de coronacrisis. Eerst nog als veiligheidsteam, later (in iets andere vorm) onder de naam routeteam. Zij buigen zich onder meer over grote vraagstukken als de toetsing in virustijden en de repatriëring van Saxionners in het buitenland. Als dit hogeschooljaar een Hollywoodfilm was, zat deze club gehuld in beschermende pakken diep onder het Ko Wierenga-gebouw, tientallen meters onder de grond.
Die beginperiode was het zwartwit: niet eens zo ingewikkeld. Later werd het veel lastiger.
Ondenkbaar
In werkelijkheid doen ze hun werk achter hun laptop, net als u, met de webcam als voornaamste instrument. “Je moet bedenken dat ik met deze mensen een paar maanden lang iedere ochtend wakker werd”, zegt Janco Bonnink, als directeur onderwijs en student support-lid van het routeteam. “Vijf dagen in de week zaten we naar elkaar te luisteren. Natuurlijk knetterde het af en toe, maar we zijn er altijd goed uitgekomen.”
Op donderdagavond 12 maart, neemt het college van bestuur een ‘ondenkbaar’ besluit. “In de vijfentwintig jaar dat ik hier rondloop, is zoiets nog nooit gebeurd. Zelfs geen week”, zegt Raimond Bartelink, directeur van de academie creatieve technologie. Hij is ook deel van het routeteam. Saxion sluit de deuren voor onderwijs op locatie. Het kabinet roept daar toe op. Bartelink: “Achteraf was die periode niet eens zo ingewikkeld; er mocht niemand naar binnen voor onderwijs, en zo simpel was het. Later werd het veel lastiger.”
Zwartste scenario
Toch zijn de zorgen op dat moment levensgroot. En die gaan echt niet alleen over de continuïteit van goed onderwijs, vertelt Saxion-bestuurslid Timo Kos, dan nog maar enkele maanden in functie. “Op dat moment was niet duidelijk hoe dodelijk het virus was. Een van de eerste dingen die we deden was het overlijdensprotocol aanpassen. Want wat als je niet meer hoort dat mensen overleden zijn, omdat het er zoveel zijn?”
Het hogeschoolbestuur houdt serieus rekening met het uitvallen van een grote groep mensen door ziekte of zelfs overlijden. Er is zelfs een scenario waarin Saxion alles moet stopzetten, ook online. Kos: “Dat zwartste scenario is gelukkig niet gerealiseerd, maar die zorg was wel de reden dat we toen voorzichtig waren. En heel streng.”
Wat als je niet meer hoort dat mensen overleden zijn, omdat het er zoveel zijn?”
Twee weken eerder, als het eind februari mis begin te gaan op wintersport en in Italië, is Kos alert. “Ik heb tijdens mijn tweede studie, bestuurskunde, een opdracht gedaan over crisismanagement bij een uitbraak van vogelgriep. Dus ik wist iets van pandemieën. Ik maakte me daarom al vroeg veel zorgen. In het CvB zei ik: we moeten ons voorbereiden. De eerste besmetting in Nederland kwam twee weken later.”
Als beslist wordt de deuren te sluiten, heeft Saxion volgens hem een volledig continuïteitsplan klaar liggen. Kos: “Daarmee waren we zover het kon voorbereid.” Online les speelt een belangrijke rol. “Servercapaciteit, Microsoftlicenties, blackboardlicenties, we hadden het allemaal van te voren ingekocht. We hadden alle licenties en de servercapaciteit.”
Lang weekend
Jaren is dan al op Saxion gediscussieerd over online onderwijs, vertelt Raimond Bartelink. “We hadden moeite om digitaal onderwijs in te bouwen in ons fysieke onderwijs. In een keer gaat de knop om, en doet iedereen dat met alle moeite en kennis.”
Achter de schermen vindt na die donderdagavond 12 maart namelijk een enorme operatie plaats, legt Kos uit. “Alle draaiboeken van de normale bedrijfsvoering konden het raam uit.” Met man en macht wordt gewerkt aan online onderwijs. Kos: “In één lang weekend waren we om. Op maandag was de parttimeschool al online.” Op dinsdag draait de school voor het overgrote deel online.
Sander Reinderink, directeur academie financiën, economie en management én lid van het routeteam, noemt het een sleutelmoment. “Dit is echt een unicum. In het onderwijs wilden we al heel lang de stap naar meer digitalisering. Uiteindelijk deden we het in een lang weekend. Dat heb ik in het bedrijfsleven nooit meegemaakt.”
Ging dat perfect? Bartelink: “Nee. Docenten zullen zeggen: het liep niet helemaal lekker, studenten hetzelfde. Maar elke academie kreeg het voor elkaar om in no time online onderwijs aan te bieden. Dat vind ik zelf een hele prestatie.”
Bartelink lijkt te bescheiden. Onder de docenten en studenten is de bewondering groot. Docent Van Haaster: “Als ik terugdenk, dan denk ik: wow. Alles is enorm snel in de lucht gekomen. Dat hebben we echt met zijn allen gedaan, dus niet alleen management, maar ook docenten en studenten. Soms heb je blijkbaar een crisis nodig voor een houding als: we lullen niet over kleine dingen, maar we bouwen samen.”
Dit gaat om overleven als onderwijsinstelling in een crisissituatie, legt Kos uit. “Geen paniek, maar wel puur overleven. Doordraaien, zorgen dat studenten zo min mogelijk studievertraging oplopen. En zoveel mogelijk mensen beschermen tegen de ziekte.”
Piepers jassen
Na overleven volgt leven. Rutte spreekt in die tijd (juni) van het nieuwe normaal. Het nieuwe studeren en doceren op Saxion brengt geneugten met zich mee. Docent Van Haaster: “Tijdens het vergaderen kan ik anoniem de aardappelen schillen, niemand die het ziet. Ik vond het altijd al heerlijk om thuis te werken.” Pabo-studente Marjolein Hakstegen: “Ik rij paard, maar vanmiddag neem ik mijn laptop gewoon mee naar de stal. Colleges volgen vanuit bed? Geen enkel probleem, en ondertussen kan ik een kop thee pakken.”
Vergaderen? Dat gaat online, zonder dat iemand naar de locatie hoeft te komen, en vaak ook nog sneller. Kos: “Op sommige vlakken zie je; dit werkt eigenlijk beter. Het vergaderen, minder reizen en meer ruimte voor mensen om eigen oplossingen te verzinnen.”
Het is de zomer dat er weer meer mag, het virus lijkt in de winkelstraten en op de stranden soms mijlenver weg. De gebouwen gaan deels open, met de focus op fysiek les voor eerstejaars. Adrenaline blijkt bovendien een gouden brandstof. Bonnink: “Ik heb een team dat eerder ICTO heette, die moesten voorheen mensen echt overhalen en verleiden om online onderwijs te geven. Nu waren ze opeens bewierookte redders. Dat pakte schitterend uit. Maar op een gegeven momenten loopt de brandstoftank leeg en worden de vragen weer groter.”
Nu waren het opeens bewierookte redders.
Klap
Na de zomer mag er niet meer, maar minder. Bartelink: “Ik heb een internationale opleiding en dan vertel je aan de docenten: waarschijnlijk moet je het hele jaar online les geven. Die klap kwam harder aan dan de eerste keer, toen het zo zwartwit was.”
Als het online onderwijs begint, zijn de cijfers bijna te mooi om waar te zijn: de aanwezigheid is groter dan bij de fysieke lessen. Reinderink: “Maar als het langer duurt, dan zie je dat de motivatie afneemt. Dat zie je ook terug in de cijfers.”
Docent Bart van Haaster voelt in die periode voor het eerst in twintig jaar zenuwen. “Ik dacht: wat krijgen we nou, ik ben zenuwachtig. Ik moet morgen om negen uur een online les geven en ben daar echt zenuwachtig voor. Ik werk vanuit de relatie, vanuit het contact. Dat verklaart misschien ook mijn zenuwen. Nu zit je opeens naar een scherm te kijken, krijg je dan wel voldoende contact? ”
Hij voelt ook nog wat anders. Gemis. “Ik geniet ervan hoe goed alles werkt, maar ik ben niet iemand die alleen maar lesgeeft en kennis overdraagt. Ik heb een beroep waarbij ik naar een gebouw moet. Daar ontmoet ik mensen. Dat tegenkomen, mensen spreken, dichtbij mensen zijn en verder weg. Die gelaagdheid en rijkheid aan ontmoetingen mis ik.”
Ontmoeten
Voor studenten is dat niet anders. Marjolein Hakstegen studeerde vorig jaar af, maar begon dit jaar aan de pabo. “De school doet het supergoed, maar ik kon niet even met medestudenten ergens gaan zitten. Of met een docent, om te zeggen: ik loop hier en hier tegenaan.” Van haar nieuwe klas heeft ze de helft nooit ontmoet. “Ik zou echt liever op school zitten. Ik ken iedereen online, maar ik heb geen idee wie er echt in mijn klas zitten. Die kennismaakfase kun je ook niet overdoen.”
In zijn onderzoek kijkt Van Haaster naar slimme technologie en wat dat doet met hoe mensen. “We werken nu met Collaborate, dat is niet eens superslim, meer effectief als een hamer. Zelfs dan merk ik de effecten al. Ik vind het best spannend om te vertellen aan een anoniem publiek, maar nu ben ik langdurig alleen thuis en daardoor voel ik me ook meer alleen. Ik zie de studenten niet en krijg daardoor ook het gevoel niet gezien te worden. Dat doet iets met hoe ik me voel. Leger. Minder waardevol.”
Die binding – dat contact – en niet achter de webcam, blijkt onvervangbaar. Schitterende initiatieven zoals bijvoorbeeld de buddy-box en buddygroepen ten spijt. Timo Kos: “We roosteren juist eerstejaars met voorrang in, want daar is de binding een extra uitdaging. We zetten buddygroepen in. We doen ons best. Meer kan ik van onze mensen niet vragen. Maar het leed helemaal wegnemen, dat kan niet.”
Herkenbaarheid
Herkenbaarheid helpt, zegt Karin Effing, woordvoerder en lid van het routeteam, terwijl ze zelf op dat moment in quarantaine zit. “Blijven delen, verhalen vertellen. Dat we van elkaar blijven horen hoe we het ervaren, zoals ik bij de afsluiting van het hogeschooljaar meemaakte.”
Kos vergelijkt Saxion met een dorp. 28.000 studenten, 3.000 medewerkers. Allemaal met eigen verhalen en eigen denkbeelden. Academiedirecteur Reinderink haakt daar op aan: “Maar dan zijn wij wel dat ene dorpje in Gallië, dat overeind blijft. Effing: “Niet te ver vooruit kijken, kleine stapjes die je wel kunt zetten, die moet je proberen te waarderen. Daar kun je energie uithalen.”
Simpel menselijk contact. Meer is het niet.
Dat zag ook Van Haaster, die ene keer dat hij opeens wel weer naar school mocht. “Eerst merkte ik iets heel geks. Ik dacht: getverdemme, moet ik die trein in, me optutten. En dan moet het ook nog hybride, online en offline les, want sommigen zijn er niet. Hybride les geven is heel zwaar voor leraren.”
Toch was hij opeens weer even de koning te rijk. Eenmaal fysiek terug in de klas geniet hij. “Ik was verrast hoe ontzettend leuk het was. Ik geniet er dan zo van dat ik de mensen zie, dat ik de blikken krijg, dat het leuk is, dat je een gezamenlijk sfeertje hebt. Simpel menselijk contact. Meer is het niet.”
Gerelateerde artikelen
Afscheidsinterview Willem van Oosterom: tot op het allerlaatst les ‘met het zweet onder de oksels’
Willem is cabaret, zegt een collega. Willem is een ‘legend’, zeggen een aantal van zijn studenten online. Willem heeft als docent bijna veertig jaar topsport bedreven, zegt een van zijn beste vrienden. Hoe het ook zij: na 38 jaar op Saxion gaat docent Willem van Oosterom (SCE) met pensioen.
Facility Management bestaat 50 jaar: ‘Wij waren de eerste met deze opleiding’
Wat in 1976 ooit begon als Toegepaste Huishoudwetenschappen groeide in 50 jaar door naar Facility Management. Dus viert de opleiding dit jaar een feestje, maar wel op een manier ‘die past bij een ‘tijd vol bezuinigingen’. In die 50 jaar veranderde een hoop voor de opleiding en haar studenten, zegt opleidingsmanager Dicky van der Plas. “Toen we hier mee begonnen waren er nog helemaal geen computers.”
Opinie: Waardering voor het mooie beroepsonderwijs
De zure reacties op het kabinetsvoornemen een doctorsgraad te kunnen halen op het hbo raken lector Human Capital Stephan Corporaal, schrijft hij in deze ingezonden opinie. Hij vindt dat de afgelopen jaren hard is gewerkt aan breed beroepsonderwijs dat waardering verdient.