CELZ220824-7094.jpg

Docent Ruud hoeft juist níet meer te verdienen: “Om een goed leven te leiden hoef je je niet kapot te werken”

De kranten staan bol van de artikelen over energie-armoede, de inflatie bereikt recordhoogtes, en zelfs tweeverdieners vragen zich af hoe ze hun rekeningen moeten betalen. Ondertussen doet HBO-ICT docent Ruud Greven het juist met steeds minder geld. Hij gaat steeds minder werken en gaat dit schooljaar van vier naar drie dagen. "En zelfs met twee dagen zou ik nog wel afkunnen." Hoe doet hij dat?

‘Waarom zou je wachten met genieten totdat je met pensioen gaat?’ Zo begint Ruud Greven een veelgelikete post op LinkedIn. Daarin laat hij zijn netwerk weten dat hij dit schooljaar nog maar drie dagen in de week gaat werken bij Saxion.

Tijdens de coronaperiode kwam hij erachter dat hij door minimalistisch te leven, meer tijd overhoudt om te genieten van de kleine dingen. Greven: “Meer geld verdienen alleen om meer spullen te kopen, dat hoef ik niet.”

Dus vind je Greven straks nog maar drie dagen in de week op Saxion, maar verder vooral in het park, op de bank met een goed boek, schrijvend achter zijn laptop of werkt hij als vrijwilliger. Greven: “Het gaat er voor mij om dat ik nu de mooie dingen uit het leven haal, en daar niet mee wacht.”

Je omschrijft jezelf als minimalist. Hoe ben je dat geworden?
“Veel mensen doen in hun carrière altijd maar meer. Dat deed ik ook. Een hogere functie, meer uren, meer geld, meer stress, groter huis en meer spullen. Toen kwam het besef: mijn hele huis staat vol met spullen en ik ben er de hele week druk mee. Wil ik dit eigenlijk wel? Vlak voor de coronaperiode ging ik kleiner wonen. Daarbij kwam kijken dat ik veel weg moest doen en verkopen. Toen kwam de lockdown en zat ik thuis. Maar eerlijk gezegd vond ik het heerlijk om ’s avonds gewoon lekker op de bank te zitten. Nergens naartoe en niks te moeten.

Tijdens de lockdown heb ik steeds meer spullen opgeruimd en ben ik gaan nadenken over hoe ik mijn tijd wil besteden. Zo kwam ik erachter dat ik helemaal niet veel nodig heb om blij te zijn, en al helemaal niet zoveel spullen.”

CELZ220824-9123.jpg

Foto's: Cees Elzenga

En zo kwam je tot het besef dat je minder wilde gaan werken.
“Ik heb geen stress om meer geld te verdienen alleen om meer spullen te kunnen kopen. Ik word blij van de kleine dingen: een rondje lopen in het park, een goed boek en een opgeruimd huis. Zo simpel is het. En ik merkte dat ik me prima red als ik minder werk. Waarom zou ik dan vijf dagen volproppen met werk?”

Minder werken is minder geld. Hoe kom je rond?
“Met drie dagen red ik het makkelijk op mijn maandsalaris, zelfs met twee dagen kan ik nog wel rondkomen. Ik let op mijn uitgaven. Ik heb geen auto, doe geen niet-nuttige aankopen en heb geen overbodige abonnementen meer. Ook heb ik geld gespaard de afgelopen jaren, toen ik nog wel fulltime werkte, maar ook niet veel uitgaf. Ik heb een potje met geld ter waarde van twaalf maandlonen. Als ik zou willen kan ik een jaar vooruit, zoals ik nu leef, zonder te werken. Dat ga ik niet doen, want daarvoor vind ik het docentschap te leuk.”

En daarover plaatste je een post op LinkedIn. Waarom?
“Ik hoop hiermee andere mensen te inspireren. Wat ik te vaak om me heen zie, is dat mensen er gestrest van worden om alles maar te moeten, dit begint al bij studenten. Om een goed leven te leiden hoef je je helemaal niet kapot te werken. Stel je voor: je hebt je hele leven gewerkt, je gaat met pensioen (wat steeds later wordt) en als je dan pech hebt ben je binnen drie jaar dood. Zo wil ik het niet. Dan heb je je hele leven hard gewerkt en niet kunnen genieten. Het kan ook anders. Het kan ook nu al, het hoeft helemaal niet ingewikkeld te zijn. Of duur. Tijd is veel kostbaarder dan geld.”

Wat doe je de rest van de week als ‘levensgenieter’?
“De andere vier dagen gebruik ik om te genieten van alle kleine dingen. Het is echt niet alsof ik de hele dag thuis zit. Ik ga ook weer vrijwilligerswerk doen. Verder ga ik wandelen, lezen en schrijven. Misschien wil ik zelfs wel een fictieboek uitbrengen. Ik vermaak me prima.”

Linde Verschoor