frank

Column: Epy Drost

In een mededeling op mijnsaxion liet ons College van Bestuur bijna terloops weten dat er een onderzoek komt naar de mogelijkheden het Epy Drost-gebouw in Enschede af te stoten door verkoop of verhuur. Een bericht dat nogal een verrassing was voor de honderden mensen die in dat gebouw werken.

De mededeling dat bij een verhuizing er voor opleidingen “passende tijdelijke huisvesting” zou worden geregeld stelde weinig gerust voor wie ooit les heeft gegeven in de allesverzengende hitte van het Randstadgebouw in Enschede of heeft geworsteld met niet-fuctionerende beamers in het X-gebouw in Deventer. Het verschil tussen wat Saxion passend vindt en wat gebruikers passend vinden verschilt nogal eens.

Maar zover is het nog niet, er komt eerst een onderzoek. Dat kan, denk ik, vrij kort zijn. Het naastgelegen ROC is bereid het te huren/kopen, of niet. Voor een andere dan een onderwijsinvulling lijkt het gebouw mij erg ongeschikt. Sterker nog, het is niet eens bijzonder geschikt als onderwijsgebouw. Door de curieuze keuze om in de hoogte en diepte te bouwen, maar niet in de breedte, bestaat het vloeroppervlak voor bijna de helft uit trapgaten, liftschachten en gangen.

Het is aan alles te merken dat het Epy Drost stamt uit die wonderlijke tijd in de jaren’90 en jaren ’00 toen onderwijsbestuurders in heel Nederland enorm imposante, grote en glimmende onderwijsgebouwen neerzetten, zonder veel aandacht te besteden aan de praktische bruikbaarheid ervan, om daarmee indruk te kunnen maken op andere onderwijsbestuurders. Tegenwoordig hebben we daar lectoraten voor.

In heb bijna mijn hele Saxion-carrière vanuit het Epy Drost gebouw gewerkt (ik heb een paar maanden geleden de overstap gemaakt naar Apeldoorn), en in tegenstelling tot wat bovenstaande alinea’s misschien suggereren voel ik grote genegenheid voor het gebouw. Dat komt voor een deel voort uit bekendheid. Ik weet welke verdieping een geheel eigen geur heeft. Ik weet op welke verdieping de WC’s dikwijls verstopt raken. Ik weet waarom er ergens in het tapijt een kleverige vlek zit die, ondanks pogingen van schoonmakers, maar niet helemaal weg wil.

Met mijn eigen loopbaan evolueerde ook het gebouw; de afscheidingen op het dakterras werden hoger na een bijna-incident, mijn favoriete collegezaal werd omgebouwd tot lectoratenlaboratorium (wat ik ook toen al vrij symbolisch vond voor de prioriteiten van het CvB) en onlangs opende er een huiskamer. Dat laatste ongeveer op dezelfde dag dat het CvB met haar “afstoot”-bericht kwam, wat even hilarisch als typerend is voor Saxion-communicatie.

Ach ja, die huiskamers. Een plek waar studenten zich kunnen ontspannen en medestudenten ontmoeten, zo lees ik. Maar als er één locatie in Saxion is die die functie al lang heeft, dan is het wel het Epy Drost-gebouw. Met zijn maandelijkse filmavonden, met zijn aparte ruimte waar studentenkunst wordt getoond, met de jaarlijkse  “geef-elkaar-anoniem-een-boek-pakjes”-traditie bij de kerstboom. In het Epy Drost-gebouw zie je studenten buiten de les nog echt rondhangen omdat ze het er leuk vinden, iets wat je in de meeste van onze andere locaties bitter weinig tegenkomt. Misschien valt daar eerst iets van te leren, voor we gaan afstoten (of gaan investeren in huiskamers waar eigenlijk niemand om gevraagd heeft)?

En als we dan echt moeten inleveren qua vierkante meters in Enschede, ligt het dan niet meer voor de hand om te kijken naar die plek waar je wel echt eindeloze, treurige en uitgestorven gangen tegenkomt? Ik denk dan natuurlijk aan (delen van) het hoofdgebouw (Ko Wieringa). Is het dan niet logischer om dat af te stoten/te verkopen/te verhuren en de opleidingen daar over andere locaties te verdelen?

Dat zou natuurlijk specifiek gevolgen hebben voor alle diensten in het hoofdgebouw en helemaal het CvB zelf. Maar daar valt wel passende vervangende huisvesting voor te vinden.

Er staat bijvoorbeeld vast iets leeg in het Randstadgebouw.

CELZ210622-9126.jpg

Frank Futselaar

Frank Futselaar is docent Integrale Veiligheidskunde en voormalig Tweede Kamerlid. Trouw schreef ooit over hem dat hij opvallend veel humor heeft voor een SP’er.