Het liefst was hij misschien wel brandweerman geworden, maar dat zag zijn vrouw toch niet zo zitten. Maar toch rukt huismeester Jacco Schalkwijk uit om levens te redden, ook als hij op Saxion aan het werk is. Dus kan hij elk moment in ziedende vaart het pand uit sprinten, zoals ook dinsdagochtend gebeurde. “Voor mij is het simpel. Elke seconde telt.”
Ruim baan, daar komt de huismeester aan. Ook de SaxNow-redactie moet eraan geloven, dinsdagochtend op de roltrap van het Ko Wierenga-gebouw in Enschede. “Even aan de kant, ik moet iemand reanimeren”, klinkt het van achteren. Een tel later sprint huismeester Jacco Schalkwijk (25) voorbij.
Volledig in tenue, met rammelende sleutelbos en zware veiligheidsschoenen, sprint hij in een ziedend tempo het plein op. Hij slaat links af en binnen de kortste keren is hij slechts een stipje aan de horizon richting het spoorviaduct.
Aan de Hengelosestraat is iemand onwel geworden, dus rukt Schalkwijk uit. Voor hem is dat volkomen vanzelfsprekend. “Of het nou dag of nacht is, ik ga erop af. Al gaat mijn eigen hartslag wel direct vijftig slagen omhoog van de adrenaline.”
Schalkwijk is aangesloten bij HartslagNu, het landelijke reanimatie-oproepsysteem van Nederland. Bij de melding waar hij vanochtend in vliegende vaart op afvloog, was zijn assistentie al niet meer nodig. De ambulance was sneller. “Dus dan is het puur even vragen of ze mijn assistentie kunnen gebruiken. Als dat niet zo is, dan ben ik zo weer weg. Ik ben geen ramptoerist.”
Huismeester Jacco Schalkwijk is als hulpverlener aangesloten bij HartslagNu. Dat betekent ook dat hij soms uitrukt tijdens werktijd, zoals afgelopen dinsdag. Foto's: Marlene Mahn
Leven redden
Om nou te zeggen dat die melding van vanochtend business as usual is voor Schalkwijk, dat voert te ver. Toch is het voor hem, zoals eerder aangegeven, heel normaal om dit te doen. “Ik ben een mensgericht persoon. En ik wil graag helpen. Als het lukt om iemand tot leven te wekken, help je iemand echt”, zegt hij, met gevoel voor understatement. Even daarna: “Je kunt iemand een miljoen geven, maar dat staat toch niet in verhouding tot iemand het leven redden.”
Elf keer is hij uitgerukt sinds hij aangesloten is bij het reanimatienetwerk. De eerste keer dat hij in actie moest komen, hij was toen nog 17, was in zijn woonplaats een man onwel geworden. Waarschijnlijk dankzij onder meer hulp van Jacco, en andere gealarmeerde hulpverleners, overleefde hij het. “Dat hoorden we later via zijn vrouw.”
De andere keren was het tevergeefs, en daar moet je tegen kunnen. “Als je er wekenlang niet van kunt slapen, dan moet je dit niet doen. Het is stressvol, maar daar kan ik tegen. Ik ben hulpverlener, omdat ik er tegen kan. Wat je wel altijd bijblijft, is het gezicht van de persoon die je reanimeert.”
Hulpverleners krijgen via de politie vaak nazorg aangeboden. Belangrijk, maar in Jacco’s geval is die tot nu toe niet nodig geweest, zegt hij. Hij heeft zijn vader om mee te praten. Die zat 28 jaar bij de vrijwillige brandweer, zo zegt Jacco. “Hij zit ook op de app, zat bij de brandweer. Hij weet dus hoe het is.”
Die geeft hem ook tips. Zoals bij twijfel, ook na alle checks, maar gewoon te beginnen met reanimeren. “Als het niet nodig is, dan krijg je vanzelf een knal.”
"Als het niet nodig is, krijg je vanzelf een knal." Foto's: Marlene Mahn
Anderen inspireren
Hij doet zijn verhaal nu ook om anderen te inspireren om zich ook aan te sluiten bij HartslagNu. Hij tovert zijn mobieltje tevoorschijn, drukt wat in en komt even later met keiharde feiten: 238.000 vrijwilligers waren er in 2021 al aangesloten bij HartslagNu. “Maar dat kunnen er nog veel meer zijn. Ik zou willen dat zoveel mogelijk mensen dit doen. De eerste secondes na een hartstilstand zijn namelijk het belangrijkst. Elke seconde telt.”
Zijn collega’s weten dat hij dit doet, zegt Schalkwijk. “Het gaat allemaal in een split second. Het ene moment lopen we met zijn tweeën, het volgende moment roep ik: ik ben weg, naar een reanimatie.” Daarna gaat hij gelijk weer aan het werk. “Dan kijken ze me soms wel een beetje gek aan, zo van: hoe gaat het met je. Maar als ik er niet tegen kon, dan was ik er niet aan begonnen.”
Elke seconde
Zijn wens om mensen te helpen, redden in dit geval, grenst ergens misschien aan het ongezonde. Voor hemzelf welteverstaan. “Ik denk zelfs dat ik mezelf misschien wel om zeep zou kunnen helpen bij een actie om een ander het leven te redden. Klinkt misschien gek, maar is wel zo.”
En die zware veiligheidskisten, waar hij vanochtend op voorbij kwam klossen? “Het zijn inderdaad beste kisten, maar dat voel je niet eens. Zo hoog zit de adrenaline. Als je niks probeert, dan is de kans ook nul. Je moet het altijd proberen. Voor mij is het simpel: elke seconde telt.”
Gerelateerde artikelen
Asle Lubbers ontfermt zich over in auto opgesloten hond; maar een bedankje zit er niet in
Asle Lubbers heeft net haar eindgesprek gehad voor de deeltijdstudie Integrale Veiligheidskunde, als ze vanuit haar auto de kop van een hond omhoog ziet komen in de auto ernaast. Ze belt de politie, die de ruit intikt om de hond te bevrijden. De eigenaresse van de hond verschijnt ook, maar is lijkt zich van geen kwaad bewust. “Vindt u dit zelf niet erg dan?”
Hogeschool onderzoekt verkoop Epy Drost-gebouw
Saxion overweegt de verkoop van het Epy Drost-gebouw, in de volksmond ook wel bekend als ‘de glasbak’. In dat gebouw is nu nog de Academie Creatieve Technologie (ACT) gehuisvest. Voor de opleidingen van die academie zou dan een andere plek moeten worden gezocht.
Vijf voor twaalf voor moestuin; docent Vera Bextermoeller wil tuintje redden nu het nog kan
Als voor de zomer zich nog steeds niemand ontfermt over de moestuin bij Ko Wierenga in Enschede, dan gaat niet de schoffel, maar de streep erdoor. Dat is de onomwonden boodschap van Dennis Meijer (teamleider facilitair bedrijfsvoering). Dit geluid kwam ook bij SFIB-docent Vera Bextermoeller terecht. Zij wil de moestuin misschien wel onder haar hoede nemen. “Zó jammer als de tuin zou verdwijnen.”