Na meer dan 27 jaar in de catering bij Saxion in Deventer en Apeldoorn – voor vijf verschillende bedrijven – kent Liesbeth Kollen bijna alles en iedereen. Ze veranderde er van een verlegen meisje in een flapuit, en leerde er zelfs haar man kennen. “Sodemieter op, zei ik tegen mijn collega, toen ze me er op wees dat die klant mij wel erg leuk vond.”
Wie haar nu hoort ratelen, kan het bijna niet geloven. “Leuk, leuk, leuk, zeiden collega’s tegen me, over het nieuws dat ik word geinterviewd.” Tak-tak-tak, bijna als een ratelende kassa rollen de woorden eruit. “Ik werk hier tenslotte al 27 jaar en 4 maanden, zag ik laatst op Facebook, dus ik ken hier ook veel mensen.”
En ze zag ook iedereen wel eens voorbijkomen, op een borrel of achter de kassa. Zoals de legendarische Deventer burgemeester James van Lidth de Jeude, die ze – dat kon toen nog – meermaals een wijntje inschonk, of Jan des Bouvrie, die voor een dubbele espresso kwam. “Maar toen ik me omdraaide om af te rekenen, was hij weg. Later werd zijn koffie door een docente betaald. Ik denk: kan zo’n man dan niet voor zichzelf betalen?”
Spontaan flapt ze het eruit, in een razend tempo, zoals ze eigenlijk het hele interview zal doen. En toch was deze flapuit 27 jaar geleden een heel verlegen meisje, zegt ze, dat zich ook nog wel eens kon laten intimideren door goedgebekte collega’s. Saxion hielp haar niet alleen uit haar schulp, ze ontmoette er ook haar man, gooide ze er ook al uit, toen het interview nog gepland moest worden. “Een IT-er. Hij werkt nu bij de Belastingdienst."
Onbezongen helden
In deze rubriek interviewt SaxNow de mensen die zorgen dat Saxion iedere dag draait. Wat doet de kantinemedewerker, wie is die gebouwbeheerder en hoe vult de administratief medewerker z’n dagen? Iedereen heeft wel een verhaal over werk, liefde, geluk, angsten en dromen.
Kun je daar iets meer over vertellen? De lezer smult van een mooi liefdesverhaal.
“Mijn man werkte toen bij de ICT. Hij kwam altijd bij mij aan de kassa en liet dan blijken dat hij mij een stuk chagrijn vond. “Lach eens een keer”, zei hij dan. Als hij binnenkwam liet mijn collega dat weten. “Dat is die jongen, die heeft een oogje op je.” “Sodemieter op”, zei ik dan. “Dat is mijn buurjongen. Want hij woonde toevallig ook nog eens vlak bij mij in de buurt.”
“Later ging hij weg op Saxion, maar kwamen we elkaar eens tegen op straat. Hij vroeg toen of ik eens uit wilde en ja, dat wilde ik wel. Zo is dat gegaan. Maar het zaadje is op Saxion geplant, dat kun je zeker zeggen. Of we het nog steeds leuk hebben? Jazeker, anders was ik nu niet meer met hem geweest. Al blijf ik ook voor de Limburgse vlaai, mijn man is een Limburger.”
Is je echtgenoot zo bezien het mooiste wat Saxion je heeft opgeleverd?
“Als je het zo zegt: absoluut.”
Ben je altijd al een flapuit geweest?
“Nee. Vroeger was ik ontzettend verlegen. Nu ben ik af en toe te direct. Dan denk ik achteraf: ik had mijn klep moeten hebben. Ik denk dat ik op Saxion ook echt spontaner ben geworden. Door het contact, door alle collega’s, ik heb ook echt alles wel gedaan, van de spoelkeuken tot de keuken, banqueting en de kassa.
Het scheelt enorm dat ik daardoor nu ook veel mensen ken. Nu maak ik mee dat mensen speciaal om mij vragen, bijvoorbeeld bij een borrel of diplomering, omdat ze het gezellig vonden. Laatst was er een vrouwtje dat met pensioen ging, die zei ook gelijk dat ze het zo leuk vond dat ik bij haar afscheid was.”
In 27 jaar heb je natuurlijk een hoop studenten zien voorbijtrekken aan je kassa. Zie je verschillen met toen je begon?
“Ik vond ze toen een stuk vrolijker. Nu staan ze aan de kassa met dat ding, hun telefoon, te spelen. Af en toe kan er geen dankjewel af. Ik vond ze vroeger socialer. Dat geldt niet alleen op Saxion hoor, maar ook buiten Saxion, voor de hele maatschappij.”
Over ‘dankjewel zeggen gesproken: vind je dat je voldoende wordt gewaardeerd?
“Door mijn manager zeker. Dat gaat supergoed, ik had me geen betere kunnen wensen. Door de mensen ook wel, al zie ik wel een verschilletje tussen de oudere groep en de jongere groep.”
Liesbeth Kollen in het restaurant in Deventer, waar je haar vrijwel dagelijks kunt tegenkomen. Foto's: SaxNow
Zou dat er ook mee te maken hebben dat je zelf ook niet meer midden twintig bent? De studenten blijven jong, jij wordt steeds ouder…
“Dat denk ik wel, dat dat ook wel voor een kloof zorgt. Ik weet nog toen ik hier net begon, toen werkte ik hier met een klein vrouwtje, dat was net moeder Theresa, die werkte ook bij de catering. Zo’n lieverd, daar kon je bij wijze van spreken ‘s nachts nog aanbellen. Die zei ook: als je ouder wordt, dan zie je die kloof echt veranderen. Ze leeft niet meer, maar ik denk regelmatig aan die woorden. Ze had gelijk.”
Wat zijn dingen die voor een cateringmedewerker doodnormaal zijn, maar van buiten bijna niemand ziet?
“Mensen denken soms dat we een beetje een slaafje zijn. Als ik zie wat voor troep wordt achtergelaten in de kantine, dat is echt bijzonder. En dan is soms de gedachte dat wij het wel zullen opruimen, terwijl dat niet ons werk is. Andersom heb ik ook wel een mooi voorbeeld; ik was laatst aan het werk bij een bijeenkomst hier op de eerste verdieping, en toen hielpen alle docenten met opruimen. Ze kwamen zelf hun spullen op de kar zetten. Toen heb ik ook gezegd: dit heb ik nog nooit meegemaakt.”
Als ik zelf in de kantine ben, vang ik dikwijls gesprekken op over de prijzen. Vooral over die van de soep. Word je daar wel eens gek van?
“Nou, soms is het echt: 1,2,3, daar issie weer. Die hoor ik wel vaak voorbij komen, ja. En het klopt dat de soep vroeger echt spotgoedkoop was. Dus ja, ik hoor mensen best vaak over de prijzen, maar ze komen toch altijd weer.”
Zou je zelf je lunch ook in de kantine kopen als je een andere functie had?
“Dat denk ik niet. Dan zou ik gewoon trouw mijn boterhammen smeren en misschien af en toen eens langsgaan voor wat lekkers.”
Wat zou je nog willen?
“Niet iets specifieks. Ik heb al zoveel gedaan, in Deventer en Apeldoorn, en vroeger moest je echt alles doen. Ik hobbel gewoon rustig mee.”
En in het leven?
Ze lacht. “Miljonair worden. Maar serieus: lekker van het leven genieten met mijn man. We zijn met zijn tweetjes, we hebben ook geen huisdieren, daar zijn we te druk voor. Waarmee? Onder andere met lego, van Harry Potter, daar zijn we gek op. Of ik zelf ook een heks ben? Nou inderdaad, ik kan je zo wegtoveren.”
Wilde je altijd al op Saxion werken?
“Ik kwam hier ooit eens voorbijfietsen, toen zei ik al tegen mijn vader: daar zou ik wel willen werken. Ik vond het Saxion een enorm imposant gebouw. Hij zei toen: “Niet geschoten is altijd mis.” Via het Jeugdwerkgarantieplan is het daarna vrij vlot gegaan.
Ik weet nog dat ik Saxion ontzettend groot en imposant vond, toen ik net binnen was. En ik was ook nog eens verlegen. Vrijwel aan het begin was er een feestje. Ik dacht: gatverdarrie, maar ik ben toch gegaan. Sindsdien ben ik erachter: het is hier best gezellig.”
'Paspoort' Liesbeth Kollen
Leeftijd: 53
Woonplaats: Deventer
Op Saxion sinds: 1998
Huwelijkse staat: Getrouwd, geen kinderen
Rubrieken
Gerelateerde artikelen
Onbezongen held Edwin Vaanholt: “Saxion is een grote warme theemuts”
Als beveiliger ziet Edwin Vaanholt buiten Saxion vaak het allerslechtste van de mens. “Volwassen mensen die zich gedragen als een stel monsters.” Daarom geniet hij des te meer van zijn werk hier, al is het ook weer niet zo dat op de hogeschool helemaal niets gebeurd. “Het is hier misschien niet alle dagen spannend, maar dat laat vooral zien dat we ons werk goed doen.”
Onbezongen Held Frank Poorthuis: “Ik ben misschien wel de meest sociale IT-er”
Sommige mensen slaan dicht als je ze interviewt. ICT-ondersteuner Frank Poorthuis (25 jaar in dienst) blijkt het tegenovergestelde. Eigenlijk hoeft zo’n interview niet zo nodig, zegt hij eerst nog. Eenmaal op de praatstoel blijkt hij een nauwelijks te stoppen natuurkracht. Daarbij neemt hij geen blad voor de mond. “Dan scheelt het misschien dat ik wat ouder ben.” Toch trekt ook hij ergens de grens. “Dat ik postzegels verzamel moet je niet opschrijven, dat komt zo oubollig over.”
Onbezongen held Jolanda Plate: “De minder leuke dingen moeten ook gedaan worden”
Als we schoonmaakster Jolanda Plate interviewen, zijn de diploma-uitreikingen net achter de rug. Al dat feesten heeft zijn nadelen: borrelnootjes, overal borrelnootjes, achter elke tafel en in elke spelonk. “Ik kan geen borrelnootje meer zien”, zegt Plate, maar ze lacht erbij. Om dan te komen met een uitspraak die ze vaak zal herhalen: “Maar ook die dingen moeten gedaan worden.”