Het is klaar met Kos. Ik val maar meteen met de deur in huis. Onverwacht nieuws als je mijn vorige column(s) hebt gelezen. Alles leek zo voorspoedig, rooskleurig, gezellig en onbezonnen.
Dat was het ook. Maar toch bekroop mij de afgelopen dagen en weken een onderbuikgevoel. Of eigenlijk; mijn onderbuikgevoel werd steeds duidelijker. Ik vind het bijna zwak van mijzelf om het zo te noemen. ‘Het voelt gewoon niet goed’, de meest zweverige, vage en nietszeggende zin als je met iemand aan het daten bent.
Maar ik heb het wel tegen Kos gezegd.
Gedachtes als; ‘het voelt niet goed’, ‘ik denk dat wij elkaar nooit volledig gaan begrijpen’ en ‘wij gaan elkaar niet geven wat we nodig hebben’, spookten de dagen ervoor constant door mijn hoofd. Maar ook de constante vraag aan mijzelf of deze redenen wel genoeg zijn om te stoppen met daten. Het stoppen van; drie maanden vol lieve woorden, wekelijkse trips naar Groningen en het ontmoeten van al haar vriendinnen. ‘Hoe durf je?’, vroeg ik mijzelf af.
De stem in mijn hoofd ging onophoudelijk van links naar rechts. Nog erger dan de huidige politiek. Van vragen als: ‘Kan je dit wel maken?’ en ‘Waar komt dit vandaan?’ tot zelfverwijtende gedachtes als; ‘Hoe kan je zo zijn’ en ‘Je had nooit deze signalen mogen geven.’
En toch weet ik dit gek genoeg heel zeker.
Er is niks gebeurd. Er is niks verkeerds gezegd. Er is niks wat Kos anders had kunnen doen. En toch kwam daar dat onontkoombare onderbuikgevoel. Je kan dat in de eerste weken van daten nog negeren, voor jezelf uitzoeken of met een ander label beplakken. Ik heb dat ook allemaal gedaan. Ik plakte er het label ‘angst’ op. Angst om mijzelf open te stellen, angst om gevoelens te laten zien en angst om deze te ontvangen. Natuurlijk zitten die angsten er ook, zoals bij bijna ieder mens die gaat daten. Maar toch voelde dit anders.
De chaos in mijn hoofd met al die gedachtes, gemengde gevoelens en onophoudelijk moeilijke vragen die ik aan mijzelf bleef stellen, maakte plaats voor dat ene onderbuikgevoel. Een onderbuikgevoel dat toch te bestempelen viel als een grote nee. Doe dit niet.
Een gevoel dat Kos en ik elkaar nooit écht zullen begrijpen, aanvoelen, en geven wat we allebei nodig hebben.
Misschien doet dit zweverige gezever eer aan mijn uiterlijk. Een uiterlijk dat bestaat uit; een semi-matje, edelsteen-kettingen, -ringen, en -oorbellen en kleding die grotendeels uit kringlopen komt. Misschien ben ik nu die ietwat getikte backpacker uit Australië die alleen nog maar drollenvangers draagt, vegan eet en haar ervaring met ayahuasca als ‘levensveranderend’ ziet. Maar misschien zit die hippie-backpacker stiekem ook wel ergens in mij.
Dus ik besloot naar mijn onderbuikgevoel te luisteren.
Kos pakte het goed op. Volwassen. Sterk. Eigenlijk precies zoals ik van haar had verwacht. Een reactie die misschien niet verdiend is op een mededeling als deze. Toch kreeg ik die reactie wel. Ik mocht zelfs de kikkermok die ze die dag voor mij had gekocht, meenemen naar huis. Dat siert haar.
Ik ben een paar weken verder. Ik ben weer een vrije vrouw in het gehucht dat Arriën heet. Ik ben de niet-losbandige single die ik daarvoor ook al was. Het kan ook niet anders hier, zelfs als ik dat graag zou willen. De datingapps laat ik nog even op non-actief staan (naar mij schrijven mag natuurlijk altijd), en ik kan gelukkig altijd met mijn lieftallige vriendinnen afspreken (dan wordt er niet getongd, maar dat neem ik dan maar voor lief).
Ik stel ook het boeken van mijn vliegticket naar Australië nog even uit en zal mijn collega’s de drollenvanger-look besparen. Maar luisteren naar dat ongrijpbare, maar onvermijdelijke onderbuikgevoel, dat blijf ik doen. Oké, ik kijk soms misschien even naar de stand van de maan. Of ik leg heel af en toe nog een tarot-kaart. Ik blijf natuurlijk een lesbienne (die zijn daar dol op).
Rubrieken
Gerelateerde artikelen
Evi’s dateleed (5): Al haar vriendinnen ontmoeten
Opeens was daar die ene ontmoeting waar ik al vanaf moment één van dit date-avontuur naar uitkijk. En zenuwachtig voor ben. De ontmoeting tussen mijn beste vriendin (Emma) en Kos. Emma weet alles van mij. Emma is de persoon bij wie ik op de stoep sta als er iets is. Emma voelt moeiteloos aan hoe ik mij voel. Emma heeft altijd de juiste antwoorden op mijn vragen. Emma weet eigenlijk beter wie er bij mij past, dan ikzelf. Haar mening is de enige mening die invloed kan hebben op mij en Kos.
Evi’s Dateleed (4): Gevallen
Toen ik aan deze rubriek begon was het laatste wat ik verwachte. En het is doodeng. Ik hoor je nu denken; ‘Evi je begint toch te daten om een reden’. En dat klopt, maar als je eenmaal op een punt komt dat er gevoelens in het spel komen, twijfel je opeens aan alles. En naast dat ik een enorme blozer ben, ben ik ook een ontzettende overdenker (thanks mam). En voor iedereen die weet hoe het is om iemand leuk te vinden, helder nadenken vliegt als eerste het raam uit.
Evi’s dateleed (3): Domme grijns op mijn smoel
Shit. Ze is nog veel knapper in het echt. ‘Ik had haar nooit op date moeten vragen’, denk ik als ik haar zie. Ze komt tussen de lange rij bussen in Groningen, op mij af. Ze is nog te ver weg om al wat te zeggen, maar ze ziet mij ook. Dat heb ik door. Waar moet ik kijken? Naar de vloer? De lucht? Mijn ogen gericht op haar? Ik kan niet kiezen. Het is maar honderd meter voordat ze bij mij is, maar het lijkt uren te duren.