DSCF3335.jpg

Evi’s dateleed (7): Dat vindt hij juist geil

Met mijn toenmalige vriendin heb ik in twee jaar tijd twee keer verbaal wat naar mijn hoofd geslingerd heb gekregen. Maar het afgelopen jaar, zonder vriendin aan mijn hand, is me dat al minstens tien keer overkomen. Als het niet vaker is.

Niks ergs. Niks groots. Niks wat mij onzeker maakt. Niks waardoor ik mijn neuspiercing eruit haal en mijn matje uit laat groeien. Toch valt het mij op. En ik vind ik het stiekem ook bloedirritant.

De insinuaties dat ik een ‘lesbo’ ben (zeker waar) of eruit zie als een ‘heks’ (zouden ze vroeger wel hebben gedacht), komen regelmatig voorbij. Welkom in Ommen. Ik ben hartstikke trots op mijn stad, maar ik zie wel een stad die steeds conservatiever wordt. Of in ieder geval conservatiever voelt.

De jeugd is rechtser. Het gaat er altijd over op het nieuws. De kranten staan er vol mee. Ik had er soms nog wel mijn twijfels over. ‘Hoe erg is het daadwerkelijk?’, ‘welke kanten worden er niet belicht?’ en ‘het zal wel meevallen, toch?’, dacht ik vaak.

Maar ik kan er niet meer onderuit.

Een matje, ringen, wijde broek en een geruite bril roepen blijkbaar nogal wat op bij jonge, rechtse jongens. Zo is mijn ervaring. ‘Linkse trut’ kreeg ik laatst naar mijn hoofd. Die pak ik op als een compliment. Weinig aan gelogen. Maar ook de vragen; ‘Wie is de man in de relatie?’ en ‘hoe hebben jullie seks?’, heb ik meer dan eens gehoord. Om antwoord te geven. Niemand in onze relatie is een man lieverd, want er is geen man in onze relatie. En doe alsjeblieft niet alsof je niet weet hoe wij seks hebben. Of ben je soms alle eenzame vrijdagavonden vergeten waarop je dit met plezier hebt bekeken.

Ook de opmerkingen; ‘Waarom moet er een hele dag voor jullie zijn’ en ‘ik vind het prima, maar ik hoef het niet te zien’, komen mijn neus uit. Als het alleen achter gesloten deuren mag, dan vind je het niet dus niet ‘prima’.

Ik hoorde laatst een gesprek van dronken jongens na een avondje stappen. Het ging over onze premier. Rob Jetten is zijn naam. Maar de enige termen die voorbijkwamen waren ‘die homo’ en ‘flikker’. Toen ik samen met twee vriendinnen de discussie aan ging met ze, kwam er meermaals de volgende zin voorbij; ‘Ik zou het echt oké vinden als een vriend van mij homo is, maar ik ga hem dan wel anders zien.’

Anders zien. Van de ene op de andere dag, omdat je vriend op mannen valt. Waar hij niet voor heeft gekozen. Wat niks verandert aan wie hij is als persoon. Maar toch bestempel je hem als ‘anders’. Ik word er verdrietig van.  

En zo was er afgelopen weekend ook weer iets. Er werd aan Tessa (een van mijn beste vriendinnen) en mij gevraagd of we een stel zijn. Het klinkt als een normale vraag. Dat was het niet. ‘Ik ben lesbisch, Tessa niet’, was mijn antwoord. Een antwoord waar de desbetreffende jongen, blijkbaar geen genoegen mee nam. Hij bleef namelijk maar doorgaan. Vragen van onze kant als ‘het maakt toch niet uit?’ en ‘waarom stel je deze vraag?’, liet hij onbeantwoord. Alleen de vraag of hij het erg zou vinden als wij wel een stel zouden zijn beantwoordde hij met trots in zijn stem.

‘Neehoor, dat vind ik juist geil.’

Classic. Menig lesbienne heeft dit al eens gehoord in haar leven. Alsof lesbiennes er zijn voor het oog van de man. Mag er ook iets zijn wat niet voor het oog van de man bestaat? Iets wat van vrouwen is en alleen tot vrouwen behoort?

Ik denk dat ook deze vraag door de jongeman onbeantwoord zal blijven.

Evi's Dateleed

In Evi’s Dateleed neem ik je mee in het heerlijke leed dat daten heet. Deze 22-jarige student Creative Business uit een klein gehucht bij Ommen gaat voor jullie schrijven over haar zoektocht naar de ware vrouw. Soms romantisch, vaker rampzalig, maar altijd eerlijk, al is het dan met het schaamrood op de kaken. Ik beloof dat ik swipe, struikel en flirt en hoop boven alles dat ik niet overkom als een halvegare.

Evi

Evi van Keulen