Het weekend dat mijn huisgenoot coronaklachten kreeg was ik, godzijdank, niet thuis. Ik moest wel preventief in quarantaine. Mijn huisgenoot ook, waardoor ik mijn eigen huis niet meer in kon. Gelukkig stelde mijn beste vriendin haar studentenkamer ter beschikking. Daar zouden we samen tien dagen lang op achttien vierkante meter wonen.
Maar goed; ik had zelf besloten preventief dakloos te zijn, dus veel eisen kon ik niet stellen. Ik pakte wat spullen en liep drie verdiepingen omhoog: we wonen in hetzelfde pand. Gewapend met verschillende streamingsdiensten, popcorn, drie flessen wijn, een shitload aan boeken, schilderdoeken en verf begonnen we aan onze quality-time-quarantaine.
Na zo’n tien minuten kwamen we tot de conclusie dat deze periode onze vriendschap goed op de proef ging stellen. Beste lezers, neem maar van mij aan dat je elkaar pas écht leert kennen als je zo onwijs veel samen bent. Samenwonen op achttien vierkante meter, betekent een ernstig gebrek aan privacy.
We leerden elkaar kennen in de eerste klas van de middelbare school, inmiddels acht jaar geleden. In acht jaar leer je elkaar goed kennen, maar zo’n quarantaine zorgt dat je elkaar opeens in een ander daglicht ziet.
Zo leerde zij dat ik soms schreeuw in mijn slaap en ontdekte ik dat zij nogal eens naar mensen staart die hun auto’s parkeren. We wonen namelijk naast een van de meest drukke parkeerplaatsen in de stad. De uitspraken: ‘Hé, zij betalen helemaal niet!’, ‘Ik heb weer eens een drugsdeal gezien’ of ‘Jezus, wat een parkeergedrag’, hoorde ik dagelijks voorbij komen. Ik moest erom gniffelen, want door al die nieuwigheden die we van elkaar ontdekten, bleven we bezig. Ik miste mijn eigen plekje nog niet en dat was goed.
Na dag vier kreeg ik bericht van de GGD dat ik eigenlijk niet in quarantaine hoefde, ik had geen nauw contact met mijn huisgenoot gehad en was niet thuis geweest. Ik was weer een vrije vogel. Ik mocht dus weer naar buiten (yes!), maar nog niet naar huis (kak). Het daklozenbestaan zou dus nog even blijven. Ik had al besloten dat het na zeven dagen bij mijn vriendin, tijd was elkaar de ruimte te geven en te verkassen naar vriendlief.
Wij noemden het: een verlengd slaapfeestje. Van vriendlief ben ik heel wat gewend. Het contrast met mijn week op achttien vierkante meter was als dag en nacht. Geen nieuwe geuren, geluiden of gewoonten meer om te ontdekken en mijn leven ging gewoon door. Ik had iets meer rust bij hem, maar toch verlangde ik steeds meer naar mijn eigen plekje.
Tot opeens het verlossende woord kwam, of zelfs de verlossende klokslag. Mijn huisgenoot was zeker 24 uur klachtenvrij. En ik? Ik ben weer thuis. Nu kan ik zelf naar de parkeerplaats kijken om mensen te bespieden, tot rust komen in mijn eigen huis en slapen in mijn eigen bed. Het quarantaineleven leek even eindeloos, maar gelukkig was ik dankzij mijn geliefde netwerk nooit écht dakloos.
Maxime Gokoelsing (21) is vierdejaars student creative business.
Gerelateerde artikelen
Facility Management bestaat 50 jaar: ‘Wij waren de eerste met deze opleiding’
Wat in 1976 ooit begon als Toegepaste Huishoudwetenschappen groeide in 50 jaar door naar Facility Management. Dus viert de opleiding dit jaar een feestje, maar wel op een manier ‘die past bij een ‘tijd vol bezuinigingen’. In die 50 jaar veranderde een hoop voor de opleiding en haar studenten, zegt opleidingsmanager Dicky van der Plas. “Toen we hier mee begonnen waren er nog helemaal geen computers.”
Column: Epy Drost
In een mededeling op mijnsaxion liet ons College van Bestuur bijna terloops weten dat er een onderzoek komt naar de mogelijkheden het Epy Drost-gebouw in Enschede af te stoten door verkoop of verhuur. Een bericht dat nogal een verrassing was voor de honderden mensen die in dat gebouw werken.
Asle Lubbers ontfermt zich over in auto opgesloten hond; maar een bedankje zit er niet in
Asle Lubbers heeft net haar eindgesprek gehad voor de deeltijdstudie Integrale Veiligheidskunde, als ze vanuit haar auto de kop van een hond omhoog ziet komen in de auto ernaast. Ze belt de politie, die de ruit intikt om de hond te bevrijden. De eigenaresse van de hond verschijnt ook, maar is lijkt zich van geen kwaad bewust. “Vindt u dit zelf niet erg dan?”