Mijn oma vraagt nog wel eens of ik goed voor mezelf zorg. Daarmee bedoelt ze waarschijnlijk of ik genoeg eet en een beetje op mijn drankgebruik let. Maar sinds een paar weken probeer ik nét iets beter voor mezelf te zorgen dan eerder. Dat doe ik door open te zijn over mijn gevoelens en mijn problemen. Waarom? Om stomme taboes en het doorbreken daarvan. Ik wil het gesprek aangaan en mijn steentje bijdragen, dus: zorg jij wel goed voor jezelf?
Voor veel vrienden en familie ben ik een aanspreekpunt voor problemen, waaronder geestelijke. Hoewel ik hen met liefde mijn schouders aanbied om op te leunen, hoe klein en smal ze ook zijn, kan ik niet meer doen dan dat. Ik kan met ze praten, naar ze luisteren maar hun struggles oplossen? Dat ligt buiten mijn bereik. Het is juist daarom dat ik volmondig “JA!” riep toen een organisatie vroeg om een videocampagne op te nemen over het taboe op geestelijke gezondheid. Om mijn eigen steentje bij te dragen.
Geestelijke gezondheid is geen geliefd onderwerp. Een dagelijkse bespreking tijdens het avondeten hoeft nou ook weer niet, maar er wordt bij lange na niet genoeg over gepraat als zou moeten. Het taboe rondom dit onderwerp is zelfs zo groot dat 60% (!) van de mensen die mentale problemen hebben, hier absoluut niet over praat of het simpelweg niet durft. De angst dat zij niet serieus worden genomen of het label ‘aandachtzoeker’ krijgen overheerst. Dit heeft als gevolg dat zij geen hulp zoeken, terwijl dit juist zo belangrijk is.
Besef
Samen met mijn team heb ik de afgelopen weken een video mogen produceren waarin prachtige mensen hun verdrietige verhalen delen. Deze verhalen gingen over depressies, angst- en eetstoornissen, suïcidale gedachten en suïcidepogingen. Door met hen te werken aan dit project kwam steeds meer het besef: zorg voor jezelf.
De founder van de organisatie was een meisje van precies mijn leeftijd. Zij vocht jaren tegen depressie na depressie, gecombineerd met zware angsten. Ondanks de zware last van haar geestelijke gezondheid en haar eigen demonen, sprak ze open en eerlijk over wat ze doormaakte. Het overrompelde me een beetje maar ik was vooral onder de indruk van haar boodschap: “Ik ben bang, maar ik verstop me niet: ik durf erover te praten.” En juist op die manier zorgt zij voor zichzelf.
Dat anderen niet begrepen wat zij doormaakte was volgens haar oké, maar wat niet oké is, zijn de vooroordelen die anderen hebben. Diezelfde oordelen die haar ervan weerhielden haar gevoelens te delen met anderen. Diezelfde oordelen die er nog steeds voor zorgen dat met haar duizenden anderen in hun eentje kampen met geestelijke problemen.
Precies die oordelen moeten we doorbreken. Weg met dat taboe. Sowieso enorm 2002 om nog achter taboes te staan en al helemaal niet woke, dus let’s break it. Zorg voor jezelf door aan te geven wanneer het niet zo goed gaat. Het is oké dat je niet oké bent, maar: zoek hulp.
En oma, terugkomend op jouw vraag: ik doe mijn best, ik zorg voor mezelf.
Gerelateerde artikelen
Kinderen uit groep 4 tekenen monsters voor spellen van CMGT-studenten: “Monster Home, dat ben ik gewoon”
Goudeerlijke feedback op je werk krijgen van achtjarigen in plaats van docenten, voor tweedejaars van CMGT was dat de realiteit. Leerlingen uit groep 4 tekenden monsters die de studenten gebruikten in door hun ontworpen videospellen. Ook in het ontwerpproces mochten de kinderen meepraten. “Een meisje vond haar zelfgetekende monster er toch wel heel eng uitzien in ons ontwerp.”
Hoe student Miguel illegaal werd, toen weer legaal, slaagde én mislukte, maar straks toch weg moet
Het wonderlijke verhaal van de Colombiaanse Toegepaste Psychologiestudent Miguel (22), die van illegaal tot legaal werd, weg moest en toch mocht blijven, die slaagde en toch ook weer faalde. “Ik zal een weg vinden om mijn studie hier af te ronden.”
Diversity Officer verdwijnt: “Maar dit is juist een volgende stap”
In de nieuwe organisatie is geen plaats meer voor het Diversity Office in zijn huidige vorm: de functie van Diversity Officer is opgeheven. Dat is ‘opvallend waar het gaat om de ambities van Saxion’ én levert zorgen op. “Is er straks nog wel een centraal aanspreekpunt op dit vlak?”