Toen na de zomer het hoger onderwijs weer volledig openging, reageerden de meesten van ons als koeien die in de lente voor het eerst uit de stal mogen. Het is niet heel overdreven om te zeggen dat mensen stonden te dansen in de gangen nu ze weer fysiek naar de hogeschool mochten, docenten en studenten gelijk.
Objectief beschouwd is de overgang van fysiek naar online onderwijs in het coronajaar (dat we nu helaas het eerste coronajaar lijken te moeten gaan noemen) verbluffend goed verlopen. Colleges werden snel omgekat naar een digitale variant, de studievertraging is over het algemeen zeer beperkt gebleven, en de cijfers zijn gemiddeld zelfs hoger dan in normale jaren. Niks anders te doen hebben dan studeren blijkt erg bevorderlijk voor de resultaten. Who knew?
Achter dit succesverhaal ligt echter wel een hoop verborgen ellende. Docenten en studenten die wegkwijnden achter hun laptops en opbrandden. Door het gedwongen thuiswerken stukgelopen relaties, collega’s die door het sluiten van de basisscholen maandenlang geconfronteerd werden met de horror van hun eigen kinderen, studenten die vereenzaamden in een periode die juist bedoeld is om uitgebreide nieuwe sociale contact op te doen.
Te arm, te onveilig of te afleidend
Het meest zorgelijke waren de studenten in een onveilige thuissituatie. Of een thuissituatie waar zoveel afleiding was dat er niet te studeren viel. Of waar een zwaar beroep op mantelzorg op werd gedaan. Voor elke twintig studenten die bij een digitaal college hun camera niet aanzetten omdat ze nog in bed lagen (ja, dat wisten we), was er ook minstens één die absoluut niet wilde dat de buitenwereld diens thuissituatie kon zien. Omdat de omgeving te arm, te onveilig of te afleidend was.
Je ziet het nu terug in de kantines (ik moet geloof ik eigenlijk restaurants zeggen, maar een restaurant is een plek waar je wijn bij je lunch kan krijgen). Wellicht is het mijn verbeelding, maar ik zie veel meer studenten daar studeren of overleggen. Ook in de Saxion-bibliotheken, waar normaal zelfs met dreiging van fysiek geweld geen studenten naar binnen te jagen zijn, zie je ze zitten. Na de lockdowns willen studenten nu graag lijfelijk op hun hogeschool zijn, en dat is iets dat we moeten vieren en koesteren.
Kwaliteitsverlies
En laat je ook niet wijsmaken dat er geen kwaliteitsverlies is geweest. Natuurlijk heeft iedereen zijn best gedaan om alles in de lucht te houden. Natuurlijk zijn er onderdelen -zoals het gebruik van kennisclips- die we moeten behouden. Maar wie met studenten praat merkt dat het juist heeft ontbroken aan de informele kanten van het onderwijs; studenten die samen overleggen, een docent die op de gang even vraagt hoe het gaat. Zaken die je onmogelijk online kunt organiseren. Mensen die stellen dat onderwijs best digitaal kan, hebben geen verstand van onderwijs, of proberen je een prijzig ICT-systeem te verkopen.
Maar nu de besmettingscijfers weer enorm toenemen, nu de IC’s zo volraken dat patiënten op de gang moeten liggen, nu de situatie zo ernstig is dat het kabinet bereid is niet alleen de persconferenties met wel twee dagen te vervroegen, maar zelfs eerder dan normaal de maatregelen naar de media te lekken, begint de angst bij mij weer toe te slaan. Natuurlijk, de minister heeft in de zomer gezegd dat het hoger onderwijs niet meer dicht zou hoeven. Maar hoe lang gaat dat nog vol te houden zijn als de vierde piek niet bedwongen kan worden? Hoe lang voordat -na de cultuursector, de horeca, de sport- ook weer naar ons gekeken gaat worden?
Angst is geen goede raadgever, maar wel een effectieve motivator. Dus was ik netjes mijn handen, probeer ik afstand te houden, spreek ik mensen aan op hun mondkapje.
Ik hoop maar dat genoeg mensen die angst komende weken delen.
Rubrieken
Gerelateerde artikelen
Column: Epy Drost
In een mededeling op mijnsaxion liet ons College van Bestuur bijna terloops weten dat er een onderzoek komt naar de mogelijkheden het Epy Drost-gebouw in Enschede af te stoten door verkoop of verhuur. Een bericht dat nogal een verrassing was voor de honderden mensen die in dat gebouw werken.
Column: Vertrouwen
Vertrouwen, zo luidt het gezegde, komt te voet en vertrekt te paard. Het is wat oudere uitdrukking, zoals blijkt uit de keuze voor een gedomesticeerd hoefdier als het snelle alternatief, in plaats van bijvoorbeeld een fatbike of magneetzweeftrein. Maar de essentie, namelijk dat het veel gemakkelijker is het vertrouwen van mensen te verliezen dan het is om het te (her)winnen, is, in deze tijden van nepnieuws en AI-slop, meer waar dan ooit.
Column: Data-paranoia
Alsof ze er vanaf wisten. Slechts twee dagen na de aankondiging van Studium Generale dat ze op 5 maart een bijeenkomst houden over het hacken van persoonsgegevens (klinkt interessant trouwens), vond een van de grootste datalekken uit de Nederlandse geschiedenis plaats bij Telecombedrijf Odido. Potentieel liggen de gegevens van 6,2 miljoen Nederlanders op straat.