Mirte Mook

Column: Terras-tennis

Links, rechts, links, rechts… Terwijl het gesprek rondgaat onder de andere gespreksdeelnemers wordt mijn laptopnek voorzien van een uitstekende oefening. Knak, knak. Ik zou eens een tenniswedstrijd moeten bezoeken.

Sinds het idee werd geopperd het weekend in te luiden op het terras, is al heel wat tijd verstreken. Een strak plan, was de unanieme constatering; de omstandigheden zijn vanmiddag optimaal met de meest helderblauwe lucht en een plotse temperatuurstijging, terwijl we vanochtend nog stonden te rillen op het station. Maar het praktische deel van de impulsieve festiviteiten zorgt voor vertraging: welk tentje zal ons verheugde gezelschap ontvangen?

In theorie geen ingewikkelde vraag om een antwoord op te verzinnen. Met de Oude Markt om de hoek is er keuze zat, toch? Correct. Helaas. We vormen een droom voor mensenkijkers, zoals we verdwaald rondjes om onze as draaien te midden van het zonovergoten plein. In mijn zoveelste rotatie kijk ik naar het duister van tientallen zonnebrillen. De blikken lijken door de UV-werende beglazing heen te branden. Must be nice, denk ik, terwijl ik mijn rugtas opnieuw ophijs.

‘Wat wil jij, Mir?’ … Oh, nee. De praat-tennisbal is mijn kant opgerold en ik zie in een waas alle ogen op mij scherpstellen, als publiek dat hoopvol een service afwacht. Als er íets is waar ik geen voorkeur voor heb is het aan welke zijde van de Grote Kerk ik mijn groene ijsthee opdrink. Die is uiteindelijk toch overal hetzelfde: overpriced en geserveerd met nét te grote ijsklontjes om al het smeltwater op te drinken, voor de bediening het glas als vaat beschouwt.

‘Oh, kiezen jullie maar een plekje,’ antwoord ik, in de hoop de bal met een strakke smash naar de overzijde van de baan te hebben geslagen. ‘Zeg maar, hoor,’ klinkt het vervolgens. Het groengeel suist weer mijn kant op. ‘Mij maakt het niets uit,’ reageer ik, terwijl ik me afvraag waarom ik niet gewoon een willekeurige naam noem, zodat we nog vóór het einde van het weekend ergens zitten. Maar de besluiteloosheid zet zich voort.

Ondertussen lijkt het aantal vrije tafels drastisch te slinken. En dan vangt iets mijn aandacht. Een flesje met een lichtgele inhoud en groenkleurig etiket, ondersteund door een dienblad dat in een hoog tempo tussen parasols door vliegt. Ik knik met mijn hoofd: ‘Daar?’

Haast dankbaar wordt ingestemd met dit doorslaggevende voorstel. Matchpoint! Eindelijk plaatsgenomen loopt een serveerster naar ons toe. ‘Wat mag het zijn?’ vraagt ze. Ik lach. Ice tea green, alsjeblieft.’

Mirte Mook2

Mirte Mook