Eerlijkheid, zorgvuldigheid, transparantie, onafhankelijkheid en verantwoordelijkheid: de vijf deugden of principes uit de Gedragscode Wetenschappelijke Integriteit. Principes waar je het moeilijk mee oneens kunt zijn en waarvan je als lector of docent-onderzoeker al gauw geneigd bent te denken dat je deze principes wel naleeft in je dagelijkse werk. Was het maar zo, en was het maar zo eenvoudig.
Samen met collega-lector Cathy van Tuijl vervul ik sinds kort de rol van Saxion vertrouwenspersoon wetenschappelijke integriteit, officieus waren we dit al eerder. Een orgaan waarvan we het belang onderschrijven, maar ook een orgaan dat pas van meerwaarde kan zijn als het is ingebed in een samenhangend geheel van integriteitsinstrumenten. En dat in een organisatie waar op alle niveaus een cultuur heerst die bijdraagt aan het concreet maken en levend houden van wetenschappelijke integriteit.
We mogen als Saxion trots zijn op het hoogwaardige praktijkonderzoek van onze lectoraten. Zowel lokaal, landelijk maar ook internationaal zijn wij een onderzoekspartner van formaat en we genieten een goede reputatie. Onze deskundigheid en betrouwbaarheid zijn onze belangrijkste kwaliteiten. Dit is alleen blijvend als we met elkaar wetenschappelijke integriteit verder vormgeven.
Niet vanzelf
Dat gaat niet vanzelf. Lange tijd stond wetenschappelijke integriteit gelijk aan het niet schuldig maken aan plagiaat en het beargumenteren van de validiteit (de geldigheid) en betrouwbaarheid van het onderzoek. De tijden zijn veranderd. Inmiddels kent de Gedragscode Wetenschappelijke Integriteit maar liefst 61 normen. Deze normen variëren van een zorgvuldige omgang met data, het voorkomen van belangenverstrengeling bij onderzoeksfondsen en het zoveel mogelijk publiek beschikbaar stellen van onderzoeksuitkomsten. Wanneer je deze normen leest blijkt al snel hoe omvangrijk de zorgplicht van een onderzoeker is. In elke fase van een onderzoek is alertheid en zorgvuldigheid geboden.
Zo is het van belang om in elke subsidieaanvraag of projectvoorstel de nevenfuncties- en werkzaamheden te vermelden, om te voorkomen dat er een schijn van belangenverstrengeling ontstaat. Als het onderzoek in opdracht wordt uitgevoerd of door derden wordt gefinancierd, moet altijd duidelijk worden gemaakt wie de opdrachtgever en/of financier is. Transparantie is één, maar lastiger wordt het wanneer beoordeeld moet worden of de opdrachtgever of financier in zichzelf een risico vormt voor de wetenschappelijke integriteit.
Russische inlichtingendienst
Zo werd vorige week bekend dat Nederlandse hightechbedrijven hun technologie zonder het te weten verkopen aan firma's die zijn opgericht door de Russische militaire inlichtingendienst. Onze kennis en kunde is goud waard voor statelijke actoren die zich schuldig maken aan mensenrechtenschendingen en misdaden tegen de menselijkheid. Als we dit doortrekken, dan is ook de vraag legitiem hoe het toegepast wetenschappelijk onderzoek van Saxion bijdraagt aan de Sustainable Development Goals (SDG’s). Zijn er landen, politieke partijen, bedrijven waar je als lector ten principale geen samenwerkingsrelatie mee wilt hebben, zij het als opdrachtgever/financier of consortiumpartner omdat hun opvattingen haaks staan op de uitgangspunten die Saxion heeft omarmt?
Ik denk dat ik voor mijzelf wel zo’n lijstje kan maken. Dit neemt niet weg dat ook ik aan tunnelvisie kan lijden en het fijn is wanneer ik kan sparren met collega’s over dit soort zaken. Samen zie je zoveel meer kansen en risico’s waar het de wetenschappelijke integriteit betreft.
Naam hooghouden
Saxion heeft in ieder geval stappen gezet. Zo is er een Saxion Ethische Adviescommissie, een Commissie Wetenschappelijke Integriteit en sinds kort dus een tweekoppige Vertrouwenspersoon. Als vertrouwenspersoon kunnen wij bijna ‘24/7’ worden gebeld om te sparren over kwesties die de wetenschappelijke integriteit betreffen, maar ook zijn wij het aangewezen punt om daadwerkelijke vermoedens van integriteitskwesties die het Saxion onderzoek raken, te melden.
Dit thema is echt een kwestie van learning by doing. Zelf ben ik in het verleden door een opdrachtgever gevraagd de onwelgevallige conclusies uit een rapport te schrappen. Het is dankzij de steun van ervaren collega’s, dat ik mij sterk genoeg voelde om mijn rug recht te houden. Een andere ervaring deed ik op toen ik verzocht werd om onderzoek te doen naar de democratische besluitvorming in energietransities. In de onderzoekopzet was uitdrukkelijk opgenomen dat wij met burgers zouden spreken. Gaandeweg het onderzoek gaf de opdrachtgever te kennen dat “wij de burger niet mochten bevragen, omdat dit de boel eindeloos zou vertragen”.
Een ongefundeerde interventie die onze onafhankelijke positie raakte. Voorbeelden als deze hebben mij veel geleerd over wetenschappelijke integriteit en de dilemma’s waar je als onderzoeker tegenaan loopt. De lijst met mogelijke kwesties is oneindig. Ik hoop dat we als lectoraten de komende tijd vaker dit soort ervaringen kunnen delen om van en met elkaar te leren. Zodat we onze naam als deskundige en betrouwbare onderzoekspartner hoog kunnen houden.
Gerelateerde artikelen
Facility Management bestaat 50 jaar: ‘Wij waren de eerste met deze opleiding’
Wat in 1976 ooit begon als Toegepaste Huishoudwetenschappen groeide in 50 jaar door naar Facility Management. Dus viert de opleiding dit jaar een feestje, maar wel op een manier ‘die past bij een ‘tijd vol bezuinigingen’. In die 50 jaar veranderde een hoop voor de opleiding en haar studenten, zegt opleidingsmanager Dicky van der Plas. “Toen we hier mee begonnen waren er nog helemaal geen computers.”
Column: Epy Drost
In een mededeling op mijnsaxion liet ons College van Bestuur bijna terloops weten dat er een onderzoek komt naar de mogelijkheden het Epy Drost-gebouw in Enschede af te stoten door verkoop of verhuur. Een bericht dat nogal een verrassing was voor de honderden mensen die in dat gebouw werken.
Asle Lubbers ontfermt zich over in auto opgesloten hond; maar een bedankje zit er niet in
Asle Lubbers heeft net haar eindgesprek gehad voor de deeltijdstudie Integrale Veiligheidskunde, als ze vanuit haar auto de kop van een hond omhoog ziet komen in de auto ernaast. Ze belt de politie, die de ruit intikt om de hond te bevrijden. De eigenaresse van de hond verschijnt ook, maar is lijkt zich van geen kwaad bewust. “Vindt u dit zelf niet erg dan?”