Een tijdje geleden was ik stappen in Groningen, mijn oude studentenstad. Als je je de volgende ochtend naar een brakke brunch begeeft, loop je normaal gesproken door weer netjes aangeharkte straten, zonder plastic bekertjes, plakkaten lahmacun met een hap eruit en een sporadische bloedspetter.
Die ochtend staakten de schoonmakers en toen werd het ineens duidelijk wat het nachtleven voor bewijs achterlaat in een stad. En hoe onzichtbaar die schoonmakers eigenlijk zijn, in tegendeel tot het resultaat van hun werk. Net zoals elektriciens in een ziekenhuis, die een fractie verdienen van het salaris van adviseur patiënten-communicatie of specialist, maar zonder wie niemand in een ziekenhuis zijn werk kan doen. Of zorgmedewerkers, pakketbezorgers, mensen die werken in distributiecentra, vuilnisophalers en vele anderen.
Ron Meyer schrijft er in zijn boek de onmisbaren over: de klasse van de mensen die het land overeind houden blijven onzichtbaar, niet gezien dus, met steeds minder (bestaans)zekerheden. Dat geeft te denken.
Lesboeren
Die niet-gezienen met weinig zekerheden zijn overal. Ook op Saxion: in de klas en op de werkvloer. Het zijn de studenten die stil en rustig hun opdrachten maken en waarvan je als docent niet altijd ziet dat ze veel werk verzetten en waar dan soms een mondige student in een presentatie mee aan de haal gaat. De collega’s met een tijdelijk contract die gaten dichtlopen en lesboeren, omdat ze graag willen blijven maar helaas vaak het veld ruimen, op naar weer een onzeker contract.
Of de medewerkers die een grote subsidie binnenhalen zonder daarover hoog van de toren te blazen. Ze hebben wel wat beters te doen denk ik. Helaas krijgen deze mensen vaak te horen dat ze zich meer moeten laten zien. Bijvoorbeeld voor een hogere salarisschaal of een contractverlenging. Maar dat lijkt me nog niet zo makkelijk om te doen. Ik vraag me vooral af aan wie ze zich moeten laten zien.
Waarschijnlijk aan mensen die al zichtbaar zijn, of zich dat kunnen veroorloven. Dat roept bij mij de vraag op bij wie dan de verantwoordelijkheid en bewijslast ligt om je te laten zien. Want net als met de schoonmakers in Groningen ga je pas zien wat het resultaat van het werk is, als het niet wordt gedaan.
Ik stel me voor hoe dat er in een onderwijsinstelling zou uitzien, en een apocalyptisch beeld doemt bij me op. Donkere gangen (want geen elektriciteit) met dode planten (niemand die ze water geeft) waar studenten doorheen dolen, omdat ze niet weten waar ze les hebben, want er zijn geen roosters. Chaos op de gangen, omdat niemand weet waar de toets ingeleverd moet worden zonder Blackboard inleverpunten.
Misschien wordt er nog ergens staand vergaderd, maar les wordt er niet gegeven. Collega’s lopen hysterisch bellend over de gang omdat ze geen idee hebben hoe ze kunnen inloggen in het systeem en niemand kan meer een schone mok vinden. Gelukkig is het mijn lichtelijk horrorgekleurde fantasie en geen realiteit. Voordat het zover is, lijkt het me goed om eerst eens beter te gaan kijken om de onzichtbaren zichtbaar te maken.
Gerelateerde artikelen
Afscheidsinterview Willem van Oosterom: tot op het allerlaatst les ‘met het zweet onder de oksels’
Willem is cabaret, zegt een collega. Willem is een ‘legend’, zeggen een aantal van zijn studenten online. Willem heeft als docent bijna veertig jaar topsport bedreven, zegt een van zijn beste vrienden. Hoe het ook zij: na 38 jaar op Saxion gaat docent Willem van Oosterom (SCE) met pensioen.
Opinie: Waardering voor het mooie beroepsonderwijs
De zure reacties op het kabinetsvoornemen een doctorsgraad te kunnen halen op het hbo raken lector Human Capital Stephan Corporaal, schrijft hij in deze ingezonden opinie. Hij vindt dat de afgelopen jaren hard is gewerkt aan breed beroepsonderwijs dat waardering verdient.
Facility Management bestaat 50 jaar: ‘Wij waren de eerste met deze opleiding’
Wat in 1976 ooit begon als Toegepaste Huishoudwetenschappen groeide in 50 jaar door naar Facility Management. Dus viert de opleiding dit jaar een feestje, maar wel op een manier ‘die past bij een ‘tijd vol bezuinigingen’. In die 50 jaar veranderde een hoop voor de opleiding en haar studenten, zegt opleidingsmanager Dicky van der Plas. “Toen we hier mee begonnen waren er nog helemaal geen computers.”