Onlangs was ik op een tweedaags congres over toetsen in het hoger onderwijs. Het congres verliep zoals zulke congressen verlopen. Goede sprekers, slechte sprekers, levendige workshops, saaie workshops, mensen die met grote passie over iets praten en mensen die proberen je iets te verkopen.
Het is ook altijd boeiend om te horen hoe andere hogescholen omgaan met dezelfde worstelingen als wij: gedoe rond de vraag of programmatisch toetsen nu wel of niet een werkzame en wenselijke toetsmethode is, zorgen over jurisprudentie van de Raad van State als het gaat om plagiaat. Dat soort dingen.
Wat mij echter het meest is bijgebleven is de boodschap die van verschillende sprekers vanuit verschillende invalshoeken helder doorkwam: de triomfantelijke terugkeer van kennis in het hoger onderwijs.
Voor niet-ingewijden zal dit wellicht raar overkomen: hoezo zou kennis zijn verdwenen uit het onderwijs? Dat is het natuurlijk nooit. Maar we hebben wel degelijk jaren achter de rug waarin profeten van onderwijsvernieuwing, in de vorm van (sommige) onderwijskundigen, bestuurders en adviseurs onder de vlag van “21th century skills” het einde van kennisonderwijs verkondigden.
Het idee was dat kennis hopeloos snel zou verouderen, en bovendien over het algemeen direct opgezocht kan worden, terwijl bepaalde kernvaardigheden als creativiteit en samenwerkingsvermogen juist tijdloos zijn.
In essentie, onzin
Deze leer heeft veel invloed op het Nederlandse onderwijs gehad, al zijn er ook altijd tegengeluiden geweest, ook vanuit Saxion. En terecht, want het is, in essentie, onzin. Om een aantal redenen.
In de eerste plaats is het hele verschil tussen kennis en vaardigheden uiterst dubieus. Cognitieve psychologen spreken in plaats van vaardigheden over procedurele kennis, simpelweg een andere vorm van kennis. Denk bijvoorbeeld aan leren autorijden: hiervoor moet je kennis hebben over honderden verschillende kleine dingen: wanneer je in de spiegel moet kijken, wanneer je de koppeling los moet laten, etc. Pas als je al die kennis zo goed beheerst dat je er niet meer over hoeft na te denken kun je autorijden en noemen we het opeens een vaardigheid.
In de tweede plaats is in heel veel gevallen iets niet te begrijpen als je de context niet kent. Dus je kunt iets wel waarnemen, je kunt wel opzoeken wat het precies is, maar je kunt de waarde niet goed inschatten als je niet ook de kennis over de omgeving hebt om het op waarde te schatten. Een arts die een diagnose wil stellen aan de hand van een bepaald symptoom heeft bijvoorbeeld vaak veel aan kennis over de sociaaleconomische situatie van de patiënt: sommige groepen hebben nu eenmaal een veel hoger risico op bepaalde klachten. Maar dat moet je dan wel weten.
In de derde plaats blijkt uit elk onderzoek dat het hebben van enige voorkennis verder leren veel gemakkelijker en aangenamer maakt. Dus het uit je hoofd leren van Afrikaanse hoofdsteden lijkt misschien an sich niet zo zinvol, maar het kunnen plaatsen van Ouagadougou of Antananarivo helpt dan weer wel om vervolgers iets te leren over de fascinerende politieke geschiedenis of de extreme biologische rijkheid van respectievelijk Burkina Faso en Madagaskar.
Sleutel voor beter leven
Dus hoera voor kennisonderwijs! Laten we studenten weer zonder schroom feiten laten stampen, niet omdat het leuk is, niet omdat het gemakkelijk toetsen is (al is dat wel zo), maar omdat het de sleutel is voor beter leren. Misschien kunnen we zelfs zo ver gaan af en toe een boek voor te schrijven in plaats van een serie kennisclips.
We kunnen beginnen met de Afrikaanse hoofdsteden. Omdat het leuk en nuttig is, en ook ter voorbereiding, voor de volgende keer dat klagen dat kennis ouderwets is, weer hip wordt bij de over onderwijs babbelende consultancyklasse die ons vakgebied zo vaak plaagt. Dan kunnen we een mooie, verre en geïsoleerde plek suggereren waar ze heen kunnen met hun adviezen. Antananarivo lijkt me een goed begin.
Of de maan, bijvoorbeeld.
Rubrieken
Gerelateerde artikelen
Column: Alarmbellen
Alarm! We zijn weer in crisis. Niet de oliecrisis, of de stikstofcrisis, of de woningcrisis, of de (zogenaamde) asielcrisis, maar een studeercrisis. Studenten studeren steeds minder en komen steeds minder naar colleges. Studeren lijkt in grote mate een nevenbezigheid te worden voor onze studenten, op zijn best gelijkgesteld met bijbaantjes, sport en sociale activiteiten, en in sommige gevallen ondergeschikt daaraan.
Column: Epy Drost
In een mededeling op mijnsaxion liet ons College van Bestuur bijna terloops weten dat er een onderzoek komt naar de mogelijkheden het Epy Drost-gebouw in Enschede af te stoten door verkoop of verhuur. Een bericht dat nogal een verrassing was voor de honderden mensen die in dat gebouw werken.
Column: Vertrouwen
Vertrouwen, zo luidt het gezegde, komt te voet en vertrekt te paard. Het is wat oudere uitdrukking, zoals blijkt uit de keuze voor een gedomesticeerd hoefdier als het snelle alternatief, in plaats van bijvoorbeeld een fatbike of magneetzweeftrein. Maar de essentie, namelijk dat het veel gemakkelijker is het vertrouwen van mensen te verliezen dan het is om het te (her)winnen, is, in deze tijden van nepnieuws en AI-slop, meer waar dan ooit.