Hebben wij eigenlijk een protocol voor wat te doen bij grootschalige transportproblemen? Dit vroeg ik mij de afgelopen dagen af. Ik ging dus op onderzoek uit in MijnSaxion. En zoals bij de meeste zoektochten daarin leverde het mij niet op wat ik zocht.
Wel vond ik een woud aan andere protocollen. Zo hebben wij zowaar een protocol externe samenwerking, een (vrij irritant) alcoholprotocol en een protocol wenskaarten versturen (echt!). Wij hebben eveneens een protocol voor overleden studenten of medewerkers, waar ik helaas al mee bekend was. En wij hebben een protocol voor het afscheid van directeuren, waarvan ik vermoed dat we er komende maanden gebruik van gaan moeten maken, met alle reorganisaties.
Maar wie precies op welk niveau en op welk moment beslist over wat er eigenlijk moet gebeuren als het vrijwel het gehele openbaar vervoer een week stil komt liggen, daar kan ik na een jaar of 15 aan deze instelling nog steeds mijn vinger niet achter krijgen. Wij lijken ons ook steeds nogal te laten overvallen. Of het nu om landelijk aangekondigde treinstakingen gaat of toch wel meteorologisch vrij accuraat aangekondigde sneeuwbuien, Saxion begint pas te communiceren als het probleem zich heeft aangekondigd, en nooit van tevoren.
Het had ook wel iets lachwekkends: het CvB dat op maandagmiddag 5 januari communiceert dat al het onderwijs doorgaat, en twee academies (HBS en BBT) die op hetzelfde moment aankondigden over te gaan op digitaal onderwijs. Maar dat is nog het onderwijs; de wereld vergaat niet direct als studenten een week les missen.
Het is iets anders als het gaat over toetsen. Let wel: het is een hele zware maatregel om te besluiten een toets te verzetten. Het is organisatorisch een gedoe, en je benadeelt potentieel studenten die de toets wel konden maken en nu worden geconfronteerd met een nieuwe datum waar ze geen rekening mee hebben gehouden. In die zin begrijp ik dus wel de lijn van het CvB “de toetsen gaan door”.
Waar ik minder begrip voor heb was de zin “als je, door overmacht, echt je toets niet kan maken moet je je wenden tot je examencommissie.” Dat is een heel raar standpunt, zeg ik als lid van zo’n examencommissie.
Studenten missen namelijk voortdurend toetsen door overmacht. Omdat hun trein plots niet rijdt, doordat ze een been breken, omdat ze naar een begrafenis moeten. En als die studenten zich wenden tot de examencommissie voor een extra kans, krijgen ze te horen dat het staand beleid is dat Saxion juist twee toetskansen aanbiedt, omdat er de mogelijkheid is dat een kans buiten de eigen schuld gemist wordt, en ze dus die andere kans kunnen gebruiken.
Met andere woorden, de hogeschool verwees studenten door naar de examencommissies, wetende dat die op grond van hogeschoolbeleid weinig anders zouden kunnen dan hun verzoeken afwijzen.
Ondertussen constateerden studenten -terecht- dat er geen openbaar vervoer was en dat Rijkswaterstaat actief adviseerde niet de weg op te gaan, dus voor velen was er geen veilige mogelijkheid naar hun toetslocatie te gaan. De situatie was onhoudbaar. Maar wie beslist er in zo’n geval dat een toets moet worden verplaatst? Teamleiders? Opleidingsmanagers? Examencommissies? Academiedirecteuren? Het CvB?
Het was op de werkvloer behoorlijk onduidelijk. En dat kan eigenlijk niet, in een situatie waarin studenten zich steeds wanhopiger afvragen wat er van ze verwacht wordt. Dus als er iets over op papier staat, maak het kenbaar (en vindbaar). En zo niet, dan is het hoog tijd dat het er komt.
Studenten kunnen zich misschien soms beroepen op overmacht, maar vanaf een bepaalde salarisschaal kom je daar echt niet meer mee weg.
Rubrieken
Gerelateerde artikelen
Column: Prikkels
Als je je verdiept in vakgebieden als economie en gedragswetenschappen kom je al gauw uit bij het belang van prikkels. Menselijk gedrag blijkt in bijna alle vormen te sturen door prikkels in te bouwen (of weg te halen). Dat kan gaan om positieve prikkels, bijvoorbeeld door dingen leuker, goedkoper of gemakkelijker maken, of juist negatiever prikkels die het omgekeerde doen.
Column: Toondoof
“Fijn hè, vakbonden?” Dat sneerde collega B. sarcastisch toen hij zag dat de bonden inzetten op zes procent salarisstijging bij de komende cao-onderhandelingen. Nu is collega B. niet bepaald een vriend van de vakbond - u kent het type wel: Rotary-lid, platinablonde vrouw, valt minstens eens per jaar ongenadig hard van zijn te dure racefiets -, maar helemáál nergens sloeg zijn opmerking ook weer niet op.
Column: Stan
Het allerergste dat je op een hogeschool kan overkomen is het overlijden van een student. Direct daarna volgt de dood van een collega. Het voelt als een plotselinge stomp in je maag, gevolgd door een gevoel dat je langzaam wegzinkt in duister moeraswater.