CELZ230419-4894.jpg

Column: Privilege

'Finnen zijn het gelukkigst, Nederlanders iets minder goed in hun vel’, aha daar is hij weer, net zoals de nieuwjaarsduik en eieren zoeken: het jaarlijkse World Happiness Report. Nederland is van plaats 5 naar plaats 6 gegaan, van een 7,4 naar een 7,3. Ik vind het wel interessant dat een bijzonder complex en gelaagd begrip als geluk, waar schrijvers en denkers zich al zo lang mee bezig houden als de mensheid oud is, gevat kan worden in een cijfer.

Toevallig heb ik mijn studenten de afgelopen weken lastig gevallen met de vraag: waarom kom jij ’s morgens je bed uit? (Do try this at home en denk hier eens over na als je je tanden staat te poetsen). De antwoorden waren verrassend eenduidig. Meestal ging het over naar school moeten, om een diploma te halen, voor een goede baan, een auto, vakanties, en gewoon… een fijn leven. Uiteindelijk kom je uit bij de vraag: wat is geluk? Zit dat vooral in je denken of in je handelen? Wie is de ik die geluk ervaart? Kun je gelukkig zijn in ongeluk? Bestaat het wel, dat geluk waar iedereen zo naar op zoek is? Zomaar eens wat vragen waar we het met elkaar over hebben gehad. Bestaanszekerheid en werk lijken hier overigens een grote rol in te spelen.

Wat dat betreft voel ik me wel een geprivilegieerd mens. Ik woon blijkbaar in een land dat zesde staat op de geluksbarometer, ik heb een dak boven mijn hoofd, lieve mensen om me heen en een vaste baan die ervoor zorgt dat ik aanspraak mag maken op allerlei goede regelingen en me daarnaast onderdeel van een groep kan voelen. Werk is immers zoveel meer dan alleen het zorgen voor een inkomen, het is voor veel mensen een groot gedeelte van hun identiteit, de basis van veel sociale contacten en een vorm van zingeving. Het hebben van die zekerheid is een groot goed en helaas niet voor allen in de samenleving weggelegd. En het gaat hier niet alleen om de pakketbezorgers van PostNL, maar ook om een flink gedeelte van de Saxion-samenleving gezien de recente berichten over het niet verlengen van tijdelijke contracten op verschillende academies.

Als de bomen die tot in de hemel reikten verworden zijn tot bonsai-boompjes, is het wel te begrijpen dat er lastige keuzes gemaakt moeten worden en niet iedereen kan blijven, ondanks de wens van studenten en collega’s. Ik schuif er in ieder geval wat ongemakkelijk van heen en weer in mijn comfortabele stoel van het privilege. Het gaat niet over mij, maar het gaat ook over mij. Want wat als ik net wat jaren later in dienst was getreden? Had het dan uitgemaakt of studenten mij goed vinden lesgeven of niet? Had ik een sociale groep gehad waarin ik me thuis voelde? Had ik de vrijheid gevoeld voor mezelf op te komen? Of te schrijven wat ik wil? Wat zegt het over mij als docent/medewerker? Of zegt het vooral iets over toeval? Wat maakt dat ik zekerheid heb en een ander die hetzelfde werk doet en dezelfde verantwoordelijkheden draagt niet? Maakt het wel uit of je je best doet en je wilt laten zien?

Ik had net zo goed een van hen kunnen zijn. De (tijdelijke) mensen die een stapje extra zetten, omdat ze zich met hart en ziel inzetten voor studenten en collega’s. Die zich graag willen verbinden aan deze organisatie, omdat ze hier hun banden zijn aangegaan, zich veilig voelen en gezien. Omdat ze het werk gewoon heel leuk vinden en er gelukkig van worden. De mensen die lesboeren of toch maar wat extra nakijkwerk op zich nemen, omdat ze niet altijd de vrijheid voelen om nee te zeggen, want ze zouden graag willen blijven. De mensen met veel talent en kwaliteiten, zonder privilege.

Alle werknemers zijn gelijk, maar sommigen iets meer dan anderen.  

kim

Kim ter Hedde

Kim ter Hedde werkt sinds 2012 voor de Academie Mens en Maatschappij en is oud-voorzitter van de Academieraad. Ze studeerde Nederlands (moderne letterkunde) aan de Universiteit Groningen en heeft o.a gewerkt voor het ROC en verschillende organisaties binnen het sociale domein.