We staan in een cirkel, ongeveer met vijftien mensen, buiten miezert het een beetje. In onderwijsboekjes staat dat de aandachtsspanne van de gemiddelde student zo’n twintig minuten is, en toch zijn er veel bijeenkomsten voor medewerkers die dat ver overschrijden. Ik kan zelf trouwens ook als het een inspiratiedag is (of wat voor dag maar ook) over het algemeen mijn aandacht niet veel langer dan een halfuurtje vasthouden.
Maargoed, terug naar de cirkel. In die cirkel vraagt er iemand om een incheckritueel te doen. De persoon aan wie die vraag is gericht, knikt. Hij legt kort uit dat we een rondje gaan maken om in te checken en dat het belangrijk is om onze intentie van de dag weer te geven en dat je, als je dat voelt, ook heel blij de cirkel in mag springen.
Even later bevind ik me in een andere opdracht. Hier gaat het om voelen waar je in de ruimte naartoe wilt gaan. In een geleide meditatie mag ik dat ontdekken. Uiteindelijk gaan we weer terug naar de andere deelnemers en gaan we samen lopen, in een cadans, steeds sneller. Er is ook een deelnemer die zichzelf geloof ik heel autonoom (of tegendraads?) vindt, hij loopt namelijk tegen de richting in. Ik word me plotseling heel bewust van mijn gevoel en heb een soort out of body experience. Ineens bekijk ik mezelf van een afstandje.
Weerstand
Ik zie de feitelijkheid van een groep volwassenen, die met ogen dicht naast elkaar lopen, sommigen stampen met hun voeten op de grond. Er komt zo’n gevoel van potsierlijkheid en absurditeit over me dat ik het niet meer voor elkaar krijg mee te doen al wil ik dat eigenlijk wel, maar ik voel de weerstand overal. Dus stap ik eruit, wel met een smoesje en ik voel me er nog lullig over ook.
Ik denk dat het de schuld van mijn ouders is, want als kind kreeg ik altijd te horen ‘Als iedereen in de sloot springt, doe jij dat dan ook?’ Een beetje een vreemd voorbeeld, want waarom zouden mensen dat buiten nieuwsjaarsdag, Arie Boomsma en Wim Hoff om doen? Maar het punt is duidelijk: Je moet niet iets doen omdat anderen het doen, maar je kunt zelf nadenken over waarom je iets wel of niet doet. Idealerwijs zouden je keuzes je innerlijke overtuigingen representeren.
Oerbehoefte
Als je dat dan eenmaal doet of probeert, is het niet altijd makkelijk. Want we willen het graag gezellig houden, een soort menselijke oerbehoefte. Niet zo gek dus dat ik me lullig voelde, want ik vind het oprecht leuk voor anderen dat ze blij zijn met energizers, inchecken en andere werkrituelen. Maar hoe zit het met de mensen die dat niet zo hebben en hoe groot is de groep eigenlijk die niet graag incheckt of vergadert, of zichzelf helemaal nergens ziet over vijf jaar behalve dan op de bank met een goed boek?
Lastig om in te schatten, want los van het gezellig willen houden is er zeker bij bovenstaande situaties ook sprake van een soort positieve dwang. De blije cirkelspringer hoeft zich meestal niet te verantwoorden waarom hij blij een cirkel inspringt met zijn intentie voor de dag en wordt verder met rust gelaten, maar degene die er niet zo positief tegenover staat (of die überhaupt niet zoveel met extravert groepsgebeuren heeft), moet dat wel.
Of erger: deze wordt gezien als azijnzeiker, zure vrucht of spelbreker. Een beetje hetzelfde als bij niet meelachen met een vrouwonvriendelijk of racistisch grapje, niet naar babyshowers willen of in een vergadering uiten dat iets een slecht idee is. Of als iemand vraagt hoe het gaat iets anders zeggen dan drukdrukdruk, of eigenlijk helemaal geen passie hebben maar je toch verplicht voelen te antwoorden als je de vraag krijgt wat je passie is. Mensen gaan er dan maar gewoon in mee, maar cirkels kunnen ook doorbroken worden.
Gerelateerde artikelen
Facility Management bestaat 50 jaar: ‘Wij waren de eerste met deze opleiding’
Wat in 1976 ooit begon als Toegepaste Huishoudwetenschappen groeide in 50 jaar door naar Facility Management. Dus viert de opleiding dit jaar een feestje, maar wel op een manier ‘die past bij een ‘tijd vol bezuinigingen’. In die 50 jaar veranderde een hoop voor de opleiding en haar studenten, zegt opleidingsmanager Dicky van der Plas. “Toen we hier mee begonnen waren er nog helemaal geen computers.”
Column: Epy Drost
In een mededeling op mijnsaxion liet ons College van Bestuur bijna terloops weten dat er een onderzoek komt naar de mogelijkheden het Epy Drost-gebouw in Enschede af te stoten door verkoop of verhuur. Een bericht dat nogal een verrassing was voor de honderden mensen die in dat gebouw werken.
Asle Lubbers ontfermt zich over in auto opgesloten hond; maar een bedankje zit er niet in
Asle Lubbers heeft net haar eindgesprek gehad voor de deeltijdstudie Integrale Veiligheidskunde, als ze vanuit haar auto de kop van een hond omhoog ziet komen in de auto ernaast. Ze belt de politie, die de ruit intikt om de hond te bevrijden. De eigenaresse van de hond verschijnt ook, maar is lijkt zich van geen kwaad bewust. “Vindt u dit zelf niet erg dan?”