Een van de grootste misverstanden over de studentenprotesten van 1968 in Parijs, het beroemdste studentenprotest uit de geschiedenis, is dat die voortkwamen uit ideologische gedrevenheid. Mensen denken aan Vietnam, sociale ongelijkheid of de toen (en nu) uitpuilende Franse collegezalen.
Maar nee, de befaamde meidagen begonnen in de universiteit van Nanterre, een oerlelijke nieuwbouwuniversiteit aan de rand van Parijs, waar geen zak te doen was. Die universiteit had een campus met aparte slaapvertrekken voor mannelijke en vrouwelijke studenten en het was ze niet toegestaan bij elkaar te overnachten. Dat werd als hinderlijk ervaren, zeker omdat de studenten genoeg van de tijdgeest meekregen om te begrijpen dat ze eigenlijk midden in een seksuele revolutie zouden moeten zitten.
Seksuele frustraties
Toen de Franse minister van sport de universiteit bezocht, schreeuwde de roodharige studentenleider hem dan ook woedend toe dat in zijn onlangs gepubliceerde rapport over de problemen van de jeugd geen woord stond over hun seksuele frustratie. De minister repliceerde dat hij wel begreep dat de student met zo’n gezicht seksuele frustraties had, en adviseerde hem het juist door hemzelf geopende zwembad te gebruiken om even af te koelen (Franse politici zijn vaak wat gevatter dan onze).
De student riep dat dat een typische fascistische opmerking was, en de toon was gezet. De protesten breidden zich uit, het universiteitsbestuur overreageerde door de hele instelling dicht te gooien, wat de studenten het excuus gaf zich te verplaatsen de veel grotere universiteiten in het centrum van de stad, waar bovendien cafés waren. De politie trad excessief gewelddadig op, barricades werden opgeworpen en er begon een opstand die de Franse republiek aan het wankelen bracht.
Dat is een eerste les voor onze tijd van 1968, voor universiteits- en hogeschoolbestuurders. Nodeloos hard optreden tegen studentenprotesten werkt doorgaans averechts. En beelden van studenten die van hun eigen campus worden gemept stuiten bij mij tegen de borst, ook al is het op onze campussen nog rustig.
Maar, moet ik toegeven, als de boel gesloopt wordt, zoals in Amsterdam is gebeurd, als er een onveilige situatie wordt gecreëerd, en andere studenten toegang tot hun eigen instelling wordt ontzegd omdat ze de actievoerders niet aanstaan, kan een bestuur weinig anders dan ingrijpen.
Maatschappelijke steun
Protesten tegen het Israëlische optreden in Gaza hebben mijn grote sympathie, maar de actievoerders moeten zich afvragen of het ze te doen is om maatschappelijke steun te genereren, of alleen om aandacht. Maatschappelijke steun verlies je heel gauw door beelden van gesloopte kantines, vernielde kunst en studenten die worden weggestuurd ‘omdat we geen Zionisten willen’. Aandacht krijg je er wel mee, maar wordt de Palestijnse zaak daar werkelijk mee geholpen?
Iemand die een koffieautomaat in een onderwijsinstelling kapot schopt is een eikel. En ook al is die automaat niets ten opzichte van de enorme verwoesting in Gaza, je blijft toch een eikel. En als de buitenwereld ziet dat er niet wordt opgetreden tegen eikels, gaat ze er van uit dat die representatief zijn voor je beweging. Als je iets bezet en er vinden misstanden plaats, ben jij nu eenmaal medeverantwoordelijk voor die misstanden.
Dus het wordt kiezen voor de protesterende studenten (en docenten). Als je een activist wil zijn die maatschappelijke steun voor je zaak probeert te vergroten, zul je eikels in eigen gelederen moeten aanspreken, en indien nodig verwijderen. Als je dat niet wil, en het is je puur te doen om de aandacht, dan ben je niet zozeer een activist als wel iemand die leuk bezig is Che Guevara te cosplayen. Vast heel spannend, maar je helpt er helemaal niemand mee.
Rode Danny uit Nanterre had dat waarschijnlijk een typisch fascistische opmerking gevonden, maar daar kan ik denk ik wel mee leven.
Rubrieken
Gerelateerde artikelen
Column: Alarmbellen
Alarm! We zijn weer in crisis. Niet de oliecrisis, of de stikstofcrisis, of de woningcrisis, of de (zogenaamde) asielcrisis, maar een studeercrisis. Studenten studeren steeds minder en komen steeds minder naar colleges. Studeren lijkt in grote mate een nevenbezigheid te worden voor onze studenten, op zijn best gelijkgesteld met bijbaantjes, sport en sociale activiteiten, en in sommige gevallen ondergeschikt daaraan.
Column: Epy Drost
In een mededeling op mijnsaxion liet ons College van Bestuur bijna terloops weten dat er een onderzoek komt naar de mogelijkheden het Epy Drost-gebouw in Enschede af te stoten door verkoop of verhuur. Een bericht dat nogal een verrassing was voor de honderden mensen die in dat gebouw werken.
Column: Vertrouwen
Vertrouwen, zo luidt het gezegde, komt te voet en vertrekt te paard. Het is wat oudere uitdrukking, zoals blijkt uit de keuze voor een gedomesticeerd hoefdier als het snelle alternatief, in plaats van bijvoorbeeld een fatbike of magneetzweeftrein. Maar de essentie, namelijk dat het veel gemakkelijker is het vertrouwen van mensen te verliezen dan het is om het te (her)winnen, is, in deze tijden van nepnieuws en AI-slop, meer waar dan ooit.