De afgelopen twee weken heb ik me in mijn nakijkhol bevonden, ik denk dat mijn collega’s die ook bij tijd en wijle bedolven worden onder toetsing precies weten wat ik bedoel. Weinig daglicht, grote potten met koffie, zakken met nootjes of ander gesnaai en vooral veel, veel frustratie (en de kleine glimlach of trots gevoel).
Op Instagram zie ik van collega’s ‘send help’ berichten voorbijkomen en zelf stond mijn na een toets of twintig het huilen ook wel nader dan het lachen (en toen moest ik er nog veertig). Maar wat er vooral naar boven kwam bij mij is de vraag: Waarom doe ik dit eigenlijk (nog)?
Die vraag had eigenlijk niet zozeer met de hoeveelheid te maken, of met dat nakijken sowieso eigenlijk wat mij betreft het saaiste is van het docentwerk (nog saaier dan cursussen controleren in Time Edit). Het kwam vooral door de inhoud. Het woord cruciaal was weer alomtegenwoordig en studenten die normaal gesproken aan mij in de les vragen wat het woord activiteit betekent, schreven nu volzinnen als ‘De professional kan impact maken in de dagelijkse realiteit van de jongere op sociaal cohesief niveau’.
Ook vind ik het vreemd dat allerlei heftige dingen blijkbaar ‘dagelijks’ op stage gebeuren. AI-gelul dus. Gelukkig ben ik nooit vies van een beetje detectivewerk, met een kleine blik op de literatuurlijst weet ik al snel dat de genoemde bronnen niet bestaan.
Nauwelijks tijd besteed
En dan komt de grote vraag. Ga ik meldingen doen bij de examencommissie, ga ik de student zelf eens even stevig ondervragen waar deze de Chinese bron uit 1997 heeft gevonden, of hoe hij een versie van de beroepscode heeft gevonden uit een jaartal dat ik niet ken? Hoe dan ook, ik weet dat het me tijd gaat kosten. En dat is extra frustrerend als je vermoedt dat er aan die verslagen nauwelijks tijd is besteed.
Ik ben lang niet de enige die zichzelf dit soort dingen afvraagt. Een paar weken geleden las ik in de NRC een artikel met de veelzeggende titel: ‘Wat zijn scripties waard nu AI meeschrijftt?’ met als ondertitel: ‘Je weet niet meer wat je aan het beoordelen bent, de student of de chatbot.’ Een vraag waar, gezien een recent rapport van de NVAO veel hbo-opleidingen mee worstelen.
Wendbaar als we zijn bij Saxion, is er wel wat aandacht, maar de focus ligt vaak op toetsing en fraude (en dat is al ontzettend lastig). Maar de worsteling is veel breder. Bij studenten die misschien niet goed weten wat wel of niet kan en mag en hoe je dat dan doet, die schrijven moeilijk vinden en dat dus uitbesteden. Bij de docenten die dat dan vervolgens onder hun neus krijgen, er eigenlijk niets zinnigs over willen of kunnen zeggen en dat wel moeten (een collega stelde AI-tribunalen voor).
De vragen zijn ook groter dan alleen toetsing. Welke professionals willen we afleveren en hoe gaan die zich redden in een veranderende wereld en werkveld, welke rol krijgt ethiek en hebben we niet ook een vormende rol als hbo? Wat doet het met taalontwikkeling?
Hoe meer geletterd je bent, hoe meer deuren er in het leven voor je opengaan. Dat geldt ook voor AI. Die geletterdheid moet echt beter, het liefst vorige week toen ik nog in mijn nakijkhol zat.
Rubrieken
Gerelateerde artikelen
Column: Kerstverhaal
Ik moet een jaar of zeven of acht geweest zijn toen ik mijn allereerste verhaal publiceerde, in de schoolkrant van o.b.s De Bonkelaar half jaren ’90 in een kinderhandschrift met lange lussen. De titel weet ik niet helemaal meer precies, volgens mij ‘Het eenzame kerstboompje’.
Column: Agendahedonisme
Omdat ik tegenwoordig in de lange grijze wandelgang op weg naar boven mijn tag moet bliepen om mijn kantoor binnen te kunnen, viel mijn oog op de spreuk ‘Uniek, dat doen we samen’. Mijn hoofd is eigenlijk op het moment veel te vol voor allerlei existentiële vragen, maar toch kwamen ze meteen naar boven: ‘Kun je eigenlijk wel uniek doen als een soort werkwoord, als we samen uniek doen, is het dan nog wel uniek en wat is dat eigenlijk, uniek?’
Column: Taalcuriositeit
Het komt vast niet als een verrassing dat ik een groot liefhebber ben van allerlei taalfenomenen. Als docent kom ik regelmatig prachtige taalcuriositeiten tegen. Bijvoorbeeld van studenten die zich in een visuele cirkel bevinden, wat grammaticaal niet eens zo onjuist is, maar vermoedelijk niet wat ze bedoelen.