Vorig weekend moest ik een LinkedIn-post schrijven. Niet omdat ik daar zin in had, maar omdat ik onverwachts een prijs had gewonnen met een geschreven artikel en ik me oprecht vereerd voelde. En blijkbaar hoort daar tegenwoordig bij dat je jezelf online even ceremonieel in het zonnetje zet. Op LinkedIn. Precies daar waar ik het liefst zo min mogelijk tijd doorbreng.
Als er twee dingen zijn waar ik een hekel aan heb, dan zijn het over mezelf schrijven én LinkedIn. LinkedIn is voor mij het perfecte anti-socialmediaplatform. Waar andere platforms zijn ontworpen om je zo lang mogelijk vast te houden, is LinkedIn juist zo ingericht dat je er zo snel mogelijk weer weg wilt. Ik open de app, lees drie posts, voel lichte plaatsvervangende schaamte en sluit hem weer.
Toneelstuk
LinkedIn is een platform waar we elkaar collectief voorliegen. Iedereen steekt elkaar veren in het achterwerk. Gefeliciteerd met deze geweldige stap. Wat een mooie kans. Zo verdiend. Zo trots. En ondertussen weet iedereen dat het gewoon gaat om een stage, een baan of een certificaat dat ergens online is uitgeprint. Maar hé, applaus is applaus.
En toch blijft iedereen meespelen met deze professionele zelfbestuiving. Dat vind ik misschien wel het fascinerendste eraan. We weten toch allemaal dat het overdreven is, of ben ik nou zo gek? Dat niemand elke dag “dankbaar”, “trots” en “vereerd” wakker wordt en niet elke samenwerking “inspirerend” was?
Cursus
Dan heb je nog de vaste LinkedIn-types. De cursusverkopers bijvoorbeeld. Mensen die elke dag exact dezelfde bloedstollende posts plaatsen, maar dan net anders geformuleerd. “Ik zie dit zó vaak misgaan…” gevolgd door een probleem dat niemand ooit heeft gehad, om je vervolgens een training van 997 euro aan te smeren.
En natuurlijk de AI-goeroes. Ik heb ze al een keer genoemd in een eerdere column, maar mijn god, wat irriteer ik me eraan. Mensen die gisteren nog “iets met marketing” deden en vandaag de toekomst van de mensheid willen duiden. Het voelt als een soort whack-a-mole met het algoritme. Ik klik ze zo snel mogelijk weg, maar ze glibberen elke keer weer terug mijn feed in. Eindeloos plakkerige AI-slop teksten over AI-slop cursussen, taalmodellen, promptbundels en boeken. Af en toe voelt LinkedIn als het levende bewijs van de dead internet theory.
Aandacht
Daarnaast heb je nog de meningen. Heel veel meningen. Iedereen vindt overal iets van en voelt de drang om dat professioneel met elkaar te delen. Het liefst in lange posts waarin ze elkaar figuurlijk op het hoofd slaan. Iedereen is verontwaardigd over iets. Over thuiswerken. Over Gen Z. Over leidinggevenden. Over quiet quitting. Over alles, behalve over het feit dat ze hier vrijwillig staan te schreeuwen om aandacht.
Daarbovenop heb je de zogenaamde “Top Voices”. Mensen die hun mening verkondigen alsof ze door het algoritme persoonlijk zijn aangewezen om ons de weg te wijzen. Hebben die mensen niks beters te doen?
Carrière
We leven blijkbaar in een wereld waarin je aanwezig móét zijn op platforms als LinkedIn, omdat je anders simpelweg niet bestaat. Geen profiel betekent geen ambitie, geen netwerk, geen toekomst. Je carrière begint pas zodra je een profielfoto met gekruiste armen en een betekenisvolle blik uploadt.
Ik snap heus dat LinkedIn nuttig kan zijn. Zeker voor studenten zoals ik, die ergens moeten beginnen met netwerken en zichtbaar worden. Maar als iedereen hier zit omdat het “nodig is voor je carrière”, dan zitten we hier dus allemaal tegen onze zin. En toch doen we alsof dit vrijwillig enthousiasme is. Kunnen we het dan niet op zijn minst een beetje realistisch houden?
Want alsnog krijg ik de kriebels van die eindeloze stageposts. “Het was een eer om bij dit geweldige bedrijf stage te mogen lopen.” “Ik ben enorm dankbaar voor het vertrouwen.” “Ik heb zóveel mogen leren.” Alsof ze niet gewoon maandenlang koffie hebben gehaald, PowerPoints hebben aangepast en inderdaad een keer de stofzuiger hebben mogen bedienen. Fantastisch dat ze jou dat hebben toevertrouwd.
Hypocriet
En het ergste is: ik doe er zelf net zo hard aan mee. Ik repost ook de berichten van SaxNow over mijn columns. Af en toe plaats ik iets over mijn eigen prestaties. Vorig weekend ook weer. Met tegenzin, maar zo werkt het spel.
Daar zat ik dus, starend naar een leeg LinkedIn tekstvak, terwijl ik probeerde een post te formuleren die niet te arrogant, maar ook niet te bescheiden was. Dankbaar, maar niet slijmerig. Terwijl ik diep van binnen vind dat je iets ook gewoon kunt accepteren zonder er een mini-betoog van te maken.
LinkedIn is geen plek om eerlijk te zijn. Het is een plek om een professioneel acceptabel toneelstukje op te voeren, met de collectieve afspraak om te doen alsof dit allemaal volkomen normaal is. Iedereen kent de tekst, iedereen speelt zijn rol, en niemand vraagt zich af waarom.
Rubrieken
Gerelateerde artikelen
Column: Deadlinebubbel
Dag in, dag uit zat ik vanaf de kerst op mijn zolderkamer te werken aan twee studieopdrachten. Voor het eerst geen opdrachten die je er in een paar dagen doorheen jaagt, maar iets waar je daadwerkelijk wat meer tijd in moet stoppen (tenminste, daar heb ik zelf wel voor gezorgd, perfectionist die ik ben). Eindelijk wat uitdaging. Ik leefde in wat ik inmiddels ben gaan noemen: de deadlinebubbel.
Column: Nachtwerker
Het rooster kwam online en ik wist meteen: dit kwartiel ga ik zo niet overleven. Drie dagen achter elkaar om 8:30 beginnen. Niet weer… Vorig kwartiel ook al! Ik hoor je al: “Boehoe, weer een student die niet vroeg uit bed wil.” Ja, terecht. Ochtendmensen zien dit rooster als een cadeautje en hebben niet veel te klagen.
Column: Tweedehands denkers
In de eerste lesweek na de zomervakantie zat ik op de zesde verdieping van het Epy Drost-gebouw in Enschede. Ik hoorde een groepje nieuwe eerstejaars bezig met dezelfde kick-off-opdracht die ik vorig jaar ook moest doen. Toen zei één van de studenten: “Oh ja, dáág, die briefing ga ik niet zelf lezen. Ik gooi ’m wel even in ChatGPT.”