Soms kijk ik naar mensen. Gewoon observeren, alsof ik een natuurdocumentaire aan het maken ben. Bijna iedereen heeft een telefoon in de hand. Ze zijn druk aan het scrollen, bellen, appen en met glazige ogen staren ze naar een eindeloze stroom aan content.
Ik vind dat fascinerend. Al die mensen bezig in een andere wereld. Ik probeer me dan voor te stellen wat ze aan het doen zijn en waarom de telefoon hun complete aandacht opzuigt. Met wie ze praten, wat ze opzoeken, welke berichten er binnenkomen.
Op deze momenten laat ik mijn telefoon in mijn broekzak zitten en kijk ik om me heen. Ik voel me bijna een sociale afwijking, middenin de kudde die staat te grazen op hun schermen en meteen naar het socialemedia-infuus grijpt als ze vijf minuten alleen moeten zijn met hun gedachten.
Oh, ik ben zelf ook schuldig hoor. Ik betrap mezelf er regelmatig op dat mijn hand automatisch naar mijn telefoon grijpt. Als ik mijn telefoon bewust niet pak, blijft er een vreemd ontevreden gevoel hangen. Alsof mijn brein vindt dat er iets had moeten gebeuren.
Eindeloos nieuwsgierig
Ik ben van nature nieuwsgierig. Als ik iets zie of hoor, wil ik weten hoe het zit. Waarom iets gebeurt, wat de achtergrond is. Vroeger moest je daar moeite voor doen. Je zocht iets op, las een artikel, viel in een Wikipedia-rabbit hole en kwam er een uur later weer uit met een verhaal dat je min of meer begreep. Nu typ ik zes woorden in, lees ik het AI-overzicht en klik dat weg.
Antwoord binnen acht seconden. Dopamine geleverd. Volgende vraag. Ook hier krijg ik datzelfde ontevreden gevoel.
Nieuwsgierigheid is door het moderne internet veranderd in onmiddellijke behoeftebevrediging. Alles moet sneller, sneller, sneller. Meer informatie, meer content, meer kennis. En het liefst zonder frictie. Denken wordt langzaam iets wat we uitbesteden. Waarom nog zelf zoeken als een algoritme het alvast voor je samenvat? Dit kennismaximalisme vreet me langzaam op. Want wat krijg je als je een oneindig nieuwsgierig persoon toegang geeft tot een apparaat met een oneindige stroom aan gratis informatie? Dan raakt het systeem vroeg of laat overbelast.
Mentale bandbreedte
Mijn brein voelt soms als een browser met vijftig tabbladen open. Alles staat tegelijk aan. Alles vraagt aandacht. En ergens hoor je een ventilator loeien en af en toe begint er een alarmlicht te knipperen.
Maar om eerlijk te zijn trek ik het niet meer zo goed. Ik wil het nieuws namelijk óók allemaal volgen. Begrijpen wat er gebeurt in de wereld. Dus heb ik van bijna elke nieuwsorganisatie de pushmeldingen aanstaan. BBC, NBC, New York Times, NOS, Volkskrant, noem maar op. Vier keer per dag verschijnt er een notificatieoverzicht op mijn scherm met alles wat er misgaat op deze planeet.
Sociale media
Daarbovenop komen de absurde sociale media die een video van een bombardement in Iran direct naast een breinrot-meme of een kattenfilmpje plaatsen. De wereld staat letterlijk in brand, en hier is ook een interessant weetje over iets totaal onbenulligs. Weer een rare uitspraak van een wannabe dictator. Weer een staatsgreep. Weer een illegale oorlog. Weer een genocide.
Ik scroll er voorbij alsof het een weersbericht is. Ik kan alle verschrikkingen gewoon niet meer verwerken, en ik kan ook nergens naar toe met deze woede. Mijn amygdala is compleet platgewalst en mijn telefoon is een klein existentieel-crisis-machinetje geworden dat ik nog steeds vrijwillig in mijn broekzak draag.
Fiets
Misschien is dat uiteindelijk mijn probleem. Ik wil de wereld wel begrijpen. Ik wil weten wat er gebeurt, ook als het slecht nieuws is. De hoop opgeven lijkt me namelijk een nog slechter plan, ik ga de chaosveroorzakers niet laten winnen, hoe hard ze het ook proberen.
Daarom ben ik de laatste tijd steeds blijer met iets heel ouderwets: mijn fiets. Of nou ja, mijn e-bike. Zo lui ben ik dan ook wel weer. Veel klasgenoten verklaren me compleet voor gek als ik vertel dat ik dagelijks met de fiets naar Saxion ga.
Maar die fietsrit is ongeveer het enige moment van de dag waarop mijn brein geen nieuwe dosis wereldellende in de vorm van notificaties, video’s of nieuwsartikelen binnenkrijgt gegoten. Twee keer per dag veertig minuten zonder scherm en zonder de verleiding van dat alleswetende apparaat in mijn broekzak. Misschien is dat het enige antigif dat nog werkt: af en toe simpelweg offline bestaan.
Rubrieken
Gerelateerde artikelen
Column: LinkedIntolerantie
Vorig weekend moest ik een LinkedIn-post schrijven. Niet omdat ik daar zin in had, maar omdat ik onverwachts een prijs had gewonnen met een geschreven artikel en ik me oprecht vereerd voelde. En blijkbaar hoort daar tegenwoordig bij dat je jezelf online even ceremonieel in het zonnetje zet. Op LinkedIn. Precies daar waar ik het liefst zo min mogelijk tijd doorbreng.
Column: Deadlinebubbel
Dag in, dag uit zat ik vanaf de kerst op mijn zolderkamer te werken aan twee studieopdrachten. Voor het eerst geen opdrachten die je er in een paar dagen doorheen jaagt, maar iets waar je daadwerkelijk wat meer tijd in moet stoppen (tenminste, daar heb ik zelf wel voor gezorgd, perfectionist die ik ben). Eindelijk wat uitdaging. Ik leefde in wat ik inmiddels ben gaan noemen: de deadlinebubbel.
Column: Nachtwerker
Het rooster kwam online en ik wist meteen: dit kwartiel ga ik zo niet overleven. Drie dagen achter elkaar om 8:30 beginnen. Niet weer… Vorig kwartiel ook al! Ik hoor je al: “Boehoe, weer een student die niet vroeg uit bed wil.” Ja, terecht. Ochtendmensen zien dit rooster als een cadeautje en hebben niet veel te klagen.