Column: Niksmaxxen

Er is een trend onder jongeren die me niet zozeer kwaad maakt als wel verdrietig. Looksmaxxing heet het: jezelf fysiek optimaliseren tot het uiterste.

En dat gaat ver, heel ver. Jongens van mijn leeftijd laten zelf-geïmporteerde peptiden uit China injecteren, hun kaaklijn aanpassen door een kliniek die zijn Instagram-advertenties beter op orde heeft dan zijn vergunningen of proberen in extremere gevallen hun jukbeenderen te hervormen door er dagelijks met een hamer op te slaan, en dan zwijg ik nog even over het roken van crystal meth om de eetlust te verminderen.

Ik weet niet precies waar het vandaan komt, maar ik vermoed dat het meer is dan ijdelheid. Misschien is het wat gebeurt als je opgroeit zonder gemeenschap, zonder houvast, en terechtkomt in algormitmebubbels en forums die zich voordoen als zelfverbetering, maar in werkelijkheid draaien op mensen die hun eigen onzekerheid projecteren op anderen. Hoe het precies zit laat ik aan anderen over. Wat me meer bezighoudt is de vraag daaronder: waarom voelen zoveel leeftijdsgenoten dat dit nodig is?

Allesmaxxen

We leven in een tijd waarin alles gemaximaliseerd kan en dus moet worden. Je uiterlijk, je productiviteit, je foto's online, je schoolopdracht die je met twee prompts uit een chatbot trekt. Elke vrije minuut moet opgevuld worden met iets nuttigs, of op zijn minst iets dat er nuttig uitziet.

Identiteit

Ik vraag me af hoe leden van mijn generatie überhaupt nog weten wie ze zijn. Identiteit vormt zich mede in  wrijving, in wat je probeert en wat mislukt, in de sporen die je achterlaat in de dingen die je maakt. Maar als AI je gedachten formuleert en een algoritme je gezicht  verbetert, waar zit jij dan nog in dat verhaal?

Ik merk dat ik me dat steeds vaker afvraag bij mijn eigen projecten. Photoshop AI poetst in seconden imperfecties weg waar je vroeger uren over deed. Claude schrijft je enquête sneller dan jij ooit zou kunnen. Gegenereerde foto’s en video’s door Google Gemini en Omni zijn nauwelijks nog van echt te onderscheiden. Op elk vlak waar je vroeger tijd, moeite en eigen keuzes in stopte, staat nu een tool die het beter doet. Wat blijft er dan nog over voor mij?

Dat vind ik des te ironischer omdat ik zelf ook niet vrij ben van het perfectionisme dat dit allemaal aandrijft. Ik ben iemand die zijn werk nauwelijks deelt totdat hij het echt af vindt, tussenversies worden angstvallig binnenshuis gehouden. Maar in die obsessie met het perfecte eindproduct verlies ik ook iets, want een 100 procent perfect resultaat laat niet zien wie het heeft gemaakt; het had ook AI kunnen zijn.

Niksmaxxen

Dus bouw ik in een wat hopeloze poging bewust foutjes in, als protest tegen mijn eigen perfectionisme én tegen die allesmaxxing cultuur eromheen. Denk aan een tikfout hier, een scheve zin in een e-mail daar, om maar te laten zien dat een mens eraan heeft gewerkt, en het niet is uitbesteed aan onze vriend AI. Het hoeft dus niet per se groot te zijn, soms is een kleine easter egg die alleen ik herken genoeg, een binnenpretje dat zegt: dit heb ik gemaakt en kan er mijn stempel op herkennen.

Dit is dus wat ik niksmaxxen ben gaan noemen. Niet lui zijn, niet bewust slechter presteren, maar niks compleet maxxen; bewust ruimte laten voor wat niet perfect is.

Een tegengif tegen de reflex om alles glad te poetsen en te vervangen door een betere versie. Een fout laat zien dat er iemand achter zit die iets probeerde, en in een tijd waarin alles gemaximaliseerd kan worden, heeft perfectie geen vingerafdrukken meer.

 

Jonah Geurs

Jonah Geurs is student Creative Business en runt een eigen bedrijf in vormgeving en fotografie. Hij ligt geregeld wakker van existentiële vraagstukken en voelt zich soms een boomer binnen zijn eigen generatie. Columns schrijven is voor hem een vorm van zelftherapie.