De mooie herinneringen van de zomer herhalen zich de afgelopen weken constant in mijn hoofd. Avond na avond zat ik op het terras met de vrienden en vriendinnen waar ik zo onwijs gek op ben. En we lachten en we dronken volop. Van die avonden dat we er maar ééntje zouden drinken en dan toch, net wat te laat, thuis kwamen na ééntje te veel. We waren er immers toch al, dus waarom het dan bij één laten?
Avonden wandelen door het park, op het dak liggen om te kijken hoe de zon onderging. De vakantie spendeerde ik onder de Italiaanse zon, en we reden van stadje naar stadje, zonder plan. En met ieder stadje voelde het alsof ik in het leven won. Die dagen lijken zo ver weg.
We zijn alweer halverwege februari, de winter loopt op zijn einde en de lente roept. Ik word er onrustig van. Terwijl de rest van Nederland aan het pieken was en genoot van de sneeuw, vulde heel Instagram zich met door de kou verkleumde koppies. Ik bleef lekker binnen en beleefde nog een keer mijn zomerse nostalgie. Ook ik heb ‘sneeuwpret’ gehad, één dag maar liefst. Dat liep beter af dan vorig jaar, toen ik op het ijs per ongeluk de neus van mijn zusje brak. Maar ik ben toch echt op mijn best in de gouden gloed van de zomer.
Gelukkig worden de dagen langer en warmer en is de sneeuw zo goed als verdwenen. In dat (trieste) optimisme heb ik zelfs mijn tussenjas alvast gewassen. Het komt wel weer goed. Ik verlang ernaar om niet langer mijn avonden te vullen met thee, chocolade en boeken, maar om terug te gaan naar het park, op het dak te liggen en uren naar boven te staren. Zien hoe de zon ondergaat en sterren tellen.
En tot het zo ver is, vul ik opnieuw de waterkoker, haal ik een wikkel van een reep, zoek ik wederom een boek uit en spring ik af en toe in mijn eigen gevulde poeltje van zelfmedelijden. Van een gezonde dosis zwelgen is nooit iemand slechter geworden. En zolang ik mijn zomerse nostalgie blijf houden, beleef ik nog steeds de zomerse gouden gloed en ben ik op mijn best.
Maar dan wel in mijn hoofd.
Maxime Gokoelsing (21) is vierdejaars student creative business
Gerelateerde artikelen
Facility Management bestaat 50 jaar: ‘Wij waren de eerste met deze opleiding’
Wat in 1976 ooit begon als Toegepaste Huishoudwetenschappen groeide in 50 jaar door naar Facility Management. Dus viert de opleiding dit jaar een feestje, maar wel op een manier ‘die past bij een ‘tijd vol bezuinigingen’. In die 50 jaar veranderde een hoop voor de opleiding en haar studenten, zegt opleidingsmanager Dicky van der Plas. “Toen we hier mee begonnen waren er nog helemaal geen computers.”
Column: Epy Drost
In een mededeling op mijnsaxion liet ons College van Bestuur bijna terloops weten dat er een onderzoek komt naar de mogelijkheden het Epy Drost-gebouw in Enschede af te stoten door verkoop of verhuur. Een bericht dat nogal een verrassing was voor de honderden mensen die in dat gebouw werken.
Asle Lubbers ontfermt zich over in auto opgesloten hond; maar een bedankje zit er niet in
Asle Lubbers heeft net haar eindgesprek gehad voor de deeltijdstudie Integrale Veiligheidskunde, als ze vanuit haar auto de kop van een hond omhoog ziet komen in de auto ernaast. Ze belt de politie, die de ruit intikt om de hond te bevrijden. De eigenaresse van de hond verschijnt ook, maar is lijkt zich van geen kwaad bewust. “Vindt u dit zelf niet erg dan?”