laadpaal enschede

Commentaar: Karig (en onethisch)

Het duurzame uitgangspunt van het mobiliteitsbeleid is mooi, maar de uitvoering ervan valt nadelig uit voor een deel van de medewerkers. Saxion verduurzamen is een goed streven. Maar de rekening daarvoor bij een deel van de medewerkers neerleggen mag de bedoeling niet zijn, betoogt hoofdredacteur Rik Visschedijk.

Het mobiliteitsbeleid van Saxion wringt, zo wordt duidelijk in een evaluatie. De duurzame ambities die in het beleid handen en voeten krijgen – medewerkers uit de auto, op de fiets en in het openbaar vervoer - blijken niet voor iedereen te werken. Er zijn namelijk verliezers, omdat de vergoeding voor woon-werkverkeer ‘verre van marktconform’ is. Kun je niet met het openbaar vervoer of de fiets reizen, dan leg je geld toe om op het werk te komen.

De Mobility Board schreef de evaluatie. Dat is een onafhankelijke club die bezwaarschriften over het nieuwe beleid in behandeling neemt. Daar kwamen ‘slechts’ 28 van die bezwaren op tafel, waarvan er twintig werden afgewezen. Het aantal klagers is gering, maar dat zegt weinig over de problematiek.

Nobel doel

Het doel van het mobiliteitsbeleid is nobel, namelijk bijdragen aan de verduurzaming van Saxion. Daar slaagt het beleid ook in, zo evalueert Saxion: de CO2-uitstoot is in 2022 43 procent lager ten opzichte van 2018, voor woon-werkverkeer is er meer gebruik gemaakt van het openbaar vervoer en er wordt meer vanuit huis gewerkt (‘de meest duurzame manier van werken’), gemiddeld 4,18 dagen per maand. 

Maar met de invoering ervan in 2022 was al te voorzien dat het beleid niet voor iedereen goed zou uitpakken. Het college van bestuur kondigde namelijk aan dat het beleid ook vooral ‘kostenneutraal’ moest zijn. De duurzame investering moest dus van de medewerkers komen. Het openbaar vervoer werd met een Reisbalans-pas gratis, zo werd trots verkondigd. Maar dat was eigenlijk geen nieuwigheid – want reizen met het OV werd voor praktisch iedereen al vergoed.

Op kosten gejaagd

Medewerkers worden vooral op kosten gejaagd als ze de auto gebruiken. Voor woon-werkreizen krijg je een schamele vergoeding van 7,8 cent per kilometer, waar dat voorheen 25 cent was. Daarbij is de standplaats losgelaten. Of je nu naar Apeldoorn, Deventer of Enschede reist omdat je op twee locaties werkt, je krijgt een vergoeding die bij lange na de benzineprijs niet dekt.

Saillant daarbij: voor de parkeerpas - één pas geldig voor alle Saxion-locaties - wordt wél je standplaats als uitgangspunt gebruikt. Dat is een flinke aderlating voor mensen die op twee of drie locaties moeten werken, want vind maar eens een (gratis) parkeerplek.

Met de auto naar je werk reizen betekent voor sommigen dus interen op je maandelijkse salaris. In een ruraal gebied met drie vestigingen, waar medewerkers lang niet allemaal goed zijn aangesloten op het openbaar vervoer, is dat gewoon problematisch. Ook de extra reistijd door de auto te verwisselen voor openbaar vervoer kan voor sommige medewerkers buitenproportioneel zijn.

Schamel

Het zoet van het nieuwe beleid is dat fietsen en lopen naar het werk veel voordeliger is. De vergoeding daarvoor ging naar 14 cent per kilometer. Die kilometervergoeding is mooi, maar toch ook schamel te noemen in verhouding met de 25 cent per autokilometer die medewerkers eerder kregen, ongeacht het woon-werkverkeer was of een dienstreis.

De evaluatie van de Mobility Board noemt als mogelijk voorbeeld de Hogeschool Utrecht. Daar krijgen medewerkers een betere vergoeding voor praktische iedere vervoersmanier, zowel met de auto als met het fiets of het openbaar vervoer. Zo mag je de OV-kaart van werk kosteloos privé gebruiken, krijg je 14 cent voor woon-werkkilometers en 21 cent voor lopen en fietsen. In de evaluatie van Saxion staat: secundaire arbeidsvoorwaarden zijn in deze krappe arbeidsmarkt belangrijk. Dat hebben ze in de Domstad een stuk beter georganiseerd. 

Vergeleken met de Hogeschool Utrecht is het mobiliteitsbeleid van Saxion gewoon karig. Laat staan dat het ethisch onjuist is om van medewerkers een financiële investering te vragen om op het werk te komen.

rik

Rik Visschedijk

Gerelateerde artikelen

Yanin Kasemsinsup in Opgevallen: “I am teaching the subject I was the worst at”

In this episode of ‘Opgevallen’: Yanin Kasemsinsup (37), teacher at academy LED. As an eighteen-year-old he moved from Thailand to the Netherlands to study at Saxion, now he teaches among his own former teachers. He has lived in the Netherlands for almost twenty years, where, according to him, the weather is bad, the food not tasty and the language difficult. Still, he likes it here: “The education here is good and the people are friendly.”

Yanin Kasemsinsup in Opgevallen: “Ik geef les in het vak waar ik het slechtste in was”

In deze aflevering van Opgevallen: Yanin Kasemsinsup (37), docent bij de academie LED. Als achttienjarige verhuisde hij van Thailand naar Nederland om te studeren op Saxion, nu geeft hij les tussen zijn eigen oud-docenten. Hij woont al bijna twintig jaar in Nederland, waar volgens hem het weer slecht is, het eten niet lekker en de taal moeilijk. Toch vindt hij het hier fijn: “De educatie is hier goed en de mensen zijn vriendelijk.”

Onderwijsminister Dijkgraaf: “Instellingen zijn verantwoordelijk voor het bewaken van journalistieke onafhankelijkheid”

Onafhankelijke journalistiek en persvrijheid zijn een groot goed, juist binnen het academische debat, vindt demissionair minister Dijkgraaf. In een vergadering van de Kamercommissie Onderwijs, Cultuur en Wetenschap zei hij dinsdag dat instellingen in het hoger onderwijs verantwoordelijk zijn voor het bewaken van journalistieke onafhankelijkheid. “Daar spreek ik besturen van hogescholen en universiteiten expliciet op aan.”