voor de bus

Op het matje

Harrie Kiekebosch werd door zijn Wilders-tweet publiekelijk twee keer door de mangel gehaald. Dat is één keer te veel, betoogt hoofdredacteur Rik Visschedijk. Van je werkgever mag je, zeker tot de rook is opgetrokken, terughoudendheid verwachten.

Harrie Kiekebosch, studentbegeleider bij creative business en voorheen docent journalistiek, kreeg er deze week dubbel van langs. Op Twitter werd hij door de mangel gehaald omdat hij schreef: “Ik stel voor de bewaking op Wilders op te heffen” en hij noemde Thierry Baudet een “minderwaardig mens”. Nadat zijn naam, 06-nummer en adresgegevens werden gedeeld, besloot hij zijn twitteraccount op te heffen. Daarna kreeg Kiekebosch nog een tik over de vingers, dit keer van werkgever Saxion, die de tweets “afkeurt” en hem op het matje roept.

De snelle reactie van Saxion, eerst in dagblad Tubantia en vervolgens bij een interview met Kiekebosch op SaxNow, is duidelijk. Bij monde van woordvoerder Karin Effing: “Ook als een docent op Twitter zijn privémening geeft, moet hij zich realiseren dat die kan worden verward met zijn of haar functie als docent.” (Tubantia) En: “Wij willen een pluriforme samenleving op Saxion, waarbinnen voor studenten plaats is voor veelzijdige opvattingen. Wanneer een werknemer zich gekleurd roert kan dat afstalen op de hele opleiding. Dat is niet wenselijk.” (SaxNow)

Deze casus laat eens te meer het wankele evenwicht van de vrijheid van meningsuiting zien. Het moeras van de VVMU. Het moge duidelijk zijn dat Kiekebosch weinig opheeft met de politieke rechterflank van de PVV en FvD. Zijn opmerkingen zijn stevig. Zeker ‘minderwaardig mens’ heeft een zure smaak, en suggereren om Wilders’ bewaking te stoppen getuigt niet van veel tact tegenover een man die zijn leven niet zeker is zónder. Kiekebosch erkent dat: zijn tweets stonden in een context, maar haal die je die weg dan vindt hij ze zelf ook niet leuk.

Incasseren

Maar wie uitdeelt, moet ook kunnen incasseren. Zeker op Twitter is een cultuur van lange tenen ontstaan: we nemen elkaar de maat om uitspraken, gaan vol op het orgel tegen andersdenkenden. En dat is tweerichtingsverkeer. Politici als Baudet en Wilders delen graag uit – als geen ander brengen zij de taal van de straat in de politieke arena. Maar worden ze uitgedaagd, dan gaan ze in het defensief. “De docent wil mij dood, walgelijk”, twitterde Wilders. Maar Sigrid Kaag in een debat ‘verrader, verrader, verrader’ toesissen, dat mag wel?

De vrijheid van meningsuiting is een bedrieglijke partner. Komt het goed uit, dan maak je mooie sier met haar. Maar net zo makkelijk keert ze de rug toe.

Saxion zegt: we zijn voor de vrijheid van meningsuiting, maar de woordvoerder voegde eraan toe dat “we een pluriforme samenleving willen zijn”. Hier zit ze in een spagaat: voor VVMU, maar ook voor een pluriforme samenleving, waarin het niet wenselijk is dat een werknemer zich gekleurd roert. Want dat kan afstralen op de hele opleiding. Een kromme redenering, want wat te doen met politiek geëngageerde Saxionners, zoals Frank Futselaar (SP) of Willeke Slingerland (D66). Het is van de zotte om hen óók te vragen hun publieke profiel en ideologische veren af te schudden.

Wrang

Kiekebosch werd twee keer door de mangel gehaald. De eerste keer was door zijn eigen toedoen en gebrek aan tact. De tweede keer door zijn werkgever. En vooral die tweede keer is wrang: de werkgever die je in het openbaar berispt op een privé-mening in het publieke debat. Hoe omstreden die uitspraak ook mag zijn; van je werkgever mag je, zeker tot de rook is opgetrokken, terughoudendheid verwachten.

Binnen Saxion was het oorverdovend stil, de geringe steun voor Kiekebosch kwam uit onverwachte hoek. Femke Nijboer, onderzoeker bij de Universiteit Twente scheef in haar U-Today column: “Laat je docenten maar lekker barsten, Saxion”. Diezelfde Femke Nijboer riep één tweet eerder op om toch vooral links te stemmen. Voor die privé-mening gooide niemand haar voor de bus, óók haar werkgever niet.

En zo hoort het.

rik

Rik Visschedijk